Feministische archeologie: Maurycy Gottlieb en de Grote Verdwijntruc

Tags:Grote Verzoendag, Maurycy Gottlieb,

Het leven van voorlopers gaat niet altijd over rozen. Zo bracht Rachel Carson al in de jaren zestig het onverantwoorde gebruik van pesticiden in haar boek Silent Spring onder de aandacht. Het boek kreeg veel lezers maar het duurde nog lang voordat haar gelijk doordrong tot in de vezels van de samenleving. We zijn meer dan vijftig jaar  verder en ondertussen is de schade niet te overzien en wordt er krachtig actie gevoerd om het tij van vernietiging, snel gewin en de macht van de farmaceutische gifboeren te keren. Zo gaat het altijd. Er bestaan geen uit het niets komende revoluties, alles wordt al lang ervoor voorbereid zoals ook de status quo ooit is begonnen als revolutie. Pesticiden die grotere oogsten beloofden en dat waarmaakten maar zonder dat wij de echte prijs wilden/willen betalen en waarover de Cassandra’s de mond werd gesnoerd .  

 

Terecht klaagt Karin Spaink in haar column van 10 oktober over de stelling dat #metoo een recente openbaring zou zijn. Veertig jaar geleden was Spaink betrokken bij het mee ontwikkelen van beleid tegen seksueel geweld. De PSP vroeg de regering toendertijd  een samenhangend beleid te ontwikkelen, en dat tot prioriteit te verheffen. Die motie werd met grote meerderheid aangenomen. Nee, niet alleen veertig jaar geleden, je kunt rustig zeggen meer dan bijna vijftig jaar geleden was seksueel geweld al een van de speerpunten in de Tweede Golf. Vrouwen spraken onder elkaar over wat zij hadden ervaren, er werden belangrijke onderzoeken gedaan, er werd gestudeerd en geanalyseerd en er werden artikelen geschreven over dit verzwegen gigantische probleem. 

 

We waren voorlopers en nu is dan eindelijk de bom gebarsten en is er een wereldwijde gifbelt opgegraven. Zo gaat het altijd en daar kun je zoals Spaink moe van worden (ik zelf heb er ook wel eens last van), maar het is ook verheugend dat wij nog meemaken dat er zo’n enorme golf van bewustzijn over dit onderwerp gaande is en dat ook meer mannen dan voorheen zich op een goede manier in de strijd werpen.  

 

Vrouwen een rol toekennen of in het gunstigste geval drie: moeder, maagd of hoer, lijkt in onze samenleving niet meer van toepassing, maar wie wat nauwkeuriger kijkt en zeker elders in de wereld, ziet dit drietal nog overal, ook al werkt een vrouw. De hardnekkige beelden zijn in ons collectief geheugen opgeslagen en door middel van cultuur, politiek en religie worden die beelden meestal in stand gehouden. Die beelden zijn soms mooi, inspirerend maar nog vaker normerend. Zij geven weer hoe wij (vrouwen en mannen) naar vrouwen kijken en behoren te kijken. Door de eeuwen heen is die blik vrijwel exclusief een mannelijke geweest. Daarom zit alles zo diep, zowel bij vrouwen als mannen, en is er een gestage revolutie van voorlopers en feministische archeologen nodig om uiteindelijk iets te veranderen. 

 

Een mooi voorbeeld van hoe stuitend en ingewikkeld het blootleggen van de mannelijke blik kan zijn, vond ik in een artikel uit 2006 van Pnina Lahav, ‘A Chandelier for Women. A tale about the Diaspora Museum and Maurycy Gottlieb’s ‘Day of Atonement’ – Jews praying on Yom Kippoer’ dat ik van een vriendin kreeg. 

Ah, ik zie het al, zal de oplettende beschouwer opmerken, vrouwen op het balkon in de synagoge. Maar dat laten we even rusten want er is meer te vertellen. 

 

Dit schilderij is heel bekend in de Joodse wereld. Het geeft een blik in de Joodse wereld in Polen in de late negentiende eeuw. Mannen, vrouwen en kinderen in de synagoge op Grote Verzoendag. Zo modern zag die joodse wereld van de 19e eeuw er toen ook uit en vrouwen nemen op dit schilderij een prominente plaats in zoals zij dat  deden in die gemeenschappen. We weten zelfs enkele namen van de vrouwen die model stonden. O.a. de toenmalige verloofde van Gottlieb (Laura Rosenfeld) en haar moeder (rechtsboven). Ook al zitten de vrouwen op het balkon, zij maken substantieel deel uit van het schilderij. Zij zien er voor die tijd modern uit en hebben het gebedenboek in de hand. 

 

Wat Gottlieb niet kon bevroeden is hoe zijn schilderij onderwerp zou worden van een heftige controverse tussen het Diaspora Museum van Tel-Aviv en een aantal feministen onder wie Dafna Izraeli, professor in de sociologie aan de Bar-Ilan Universiteit. Izraeli is gestorven maar Pnina Lahav heeft het hele verhaal in een uitgebreid artikel beschreven.* 

 

We spreken over de jaren tachtig en negentig en in de Israëlische maatschappij is de gelijkheid van vrouwen ook een onderwerp waarover wordt gesproken. Het Diaspora Museum stelde in die tijd een collectie samen rond zes thema’s en Izraeli constateerde dat het Museum in zijn presentaties de rol van vrouwen in de cultuur en geschiedenis marginaliseerde. Het meest bijzondere was de creatie van een bijzondere audio-visuele ervaring in een donkere ruimte die uiting moest geven aan het gevoel van de ‘Days of Awe’, de Hoge Feestdagen, waaronder Yom Kippoer. Op een van de muren was een reproductie te zien, een grisaille (schildering in grauwtinten), van Gottlieb’s beroemde schilderij. Tot verbijstering van Izraeli waren de vrouwen op het balkon verdwenen en in plaats daarvan hing er een kroonluchter. Het artikel van Pnina Lahav over de strijd die er vervolgens werd gevoerd en de argumenten die ter verdediging werden aangedragen door de verantwoordelijke personen en het museum zijn even verbijsterend als de verdwijning van de vrouwen zelf. 

 

Een kleine greep uit de argumenten: 

 

‘We hadden nog geen kennis en bewustzijn van feministische ontwikkelingen.’  Dat lijkt me sterk en alsof dat je vrij pleit van zomaar een kunstwerk verminken. 

 

‘We hebben een nieuw kunstwerk gemaakt met de grisaille.’ Alsof je zomaar een kunstwerk mag veranderen. 

 

‘We wilden de personen op de voorgrond vanwege hun kavana (vroomheid en de heiligheid van het gebed) beter laten uitkomen.’ Dus daarvoor mag je een kunstwerk verminken en de vrouwen die ongetwijfeld ook kavana bezitten verwijderen. 

 

‘Het schilderij was niet representatief genoeg.’ Lees: voor een nostalgische shtetl visie. Gottlieb zou niet de realiteit hebben geschilderd. Dus passen wij het aan aan onze realiteit. Daarom mag je een modern schilderij gebruiken en de ongewenste elementen verwijderen. Dat heet citeren in het artistieke jargon. 

 

O ja, en nog wat: ‘die vrouwen zitten waarschijnlijk te roddelen. Er kijkt er maar een in het gebedenboek.’ Zij zijn bezig met onspirituele zaken terwijl de mannen met het hogere bezig zijn. Het is dus niet meer dan normaal dat die lage wezens worden  verwijderd.

 

Diverse belangrijke feministen worden ingeschakeld om hun visie te geven, maar in 1993 hangt het vermaledijde werk er nog steeds. Er worden zelfs vragen in het parlement gesteld en de conclusie was dat het museum een sectie van de tentoonstelling, waar de grisaille te zien was, sloot en uiteindelijk werd de grisaille verwijderd. Natuurlijk had het museum in een groots gebaar het origineel kunnen ophangen (eventueel naast de grisaille) maar dat zou niet stroken met hun visie en er was waarschijnlijk ook onwil om te buigen voor de ijzersterke argumenten van de feministen. 

 

De verontwaardiging bij het grote publiek betrof vooral de verminking van een kunstwerk en minder de verwijdering en marginalisering van de vrouwen. Maar dat was wel de essentie voor de feministen die dit onderzoek verrichten, en zij kunnen alleen maar geprezen worden in hun volharden om de waarheid boven tafel te krijgen en alle schijnargumenten (zowel van betrokken mannen en vrouwen van het Museum) in een grondige analyse te weerleggen. De kroonluchter die hoort te verlichten, heeft in dit geval vooral veel verduisterd.

 

De gerechtvaardigde conclusie kan alleen maar zijn dat het weglaten van de vrouwen in het schilderij van Gottlieb een aggressieve en gewelddadige handeling was en bovenal een uiting van verzet tegen verandering en modernisering. 

 

Op de vrouwengalerij van het schilderij speelt zich nog een ander verhaal af. Want wie zijn die 19e eeuwse vrouwen? In ieder geval zit er mevrouw Gottlieb, Maurycy’s moeder en Laura Rosenfeld en haar moeder.

 

Laura Rosenfeld heeft uiteindelijk haar verloving met Gottlieb verbroken en zijn hart gebroken. Hij stierf op 23 jarige leeftijd. Laura trouwde met de rijke bankier Henschel. Na zijn dood (zij was dertig jaar met hem getrouwd en had vier dochters) heeft zij een geheel eigen carrière opgebouwd. Zij ging in de zorg voor armen en had contact met de feministen van haar tijd en hield zich bezig met de opvoeding van jonge meisjes. Weliswaar om hen krachtig, bewust en dienstbaar te maken voor het gezinsleven, maar in ieder geval niet om hen tot huissloof en huisslavin op te voeden. Zij werd bekend onder de naam Mutter Henschel. Zij is de overgrootmoeder van moederszijde van Christine Cornelius (haar achterkleinkind), die mij het artikel over Gottlieb’s schilderij gaf. Haar ouders boden Andreas Burnier in Eindhoven haar eerste onderduikadres. Een cultureel en intellectueel geïnteresseerd gezin (de vader, Peter Cornelius zat in het verzet) waarin zij zich als een vis in het water voelde en waarin zij helaas maar kort kon verkeren. In 1951 zal de echtgenoot van Andreas Burnier, Emanuel Zeylmans van Emmichoven, lid van Castrum en uitgever van het tijdschrift Castrum Peregrini* een nummer wijden aan Mutter Henschel. Hoe wonderlijk zijn de wegen van de geschiedenis!

 

Het opgraven van verborgen schoonheid en ellende en alles in het licht brengen is een taak die zich eindeloos zal herhalen en die we onvermoeibaar moeten voortzetten omdat het scheppen van een nieuwe cultuur niet kan zonder feministische archeologie. Je kunt niet voortbouwen zonder fundament. Een fundament dat is gelegd door diverse vrouwenbewegingen maar ook door veel individuele vrouwen als Rachel Carson, elke vrouw die haar mond opent voor #metoo, Els Kloek met haar twee monumentale werken 1001 vrouwen en de individuele 2002 vrouwen die zij heeft opgegraven uit de Nederlandse geschiedenis*, Karin Spaink die samen met anderen in de PSP beleid heeft ontwikkeld tegen seksueel geweld. Pnina Lahav en Dafna Izraeli die zo veel tijd en energie hebben gestoken in het analyseren van wat ook afgedaan had kunnen worden als een onbeduidend incident, of in het geheel niet zou zijn opgemerkt in een andere tijd. Maar ook werk verricht door minder voor de hand liggende vrouwen als Mutter Henschel, die de vrouwen in haar familie en daarbuiten, weliswaar in de geest van de tijd, krachtig en zelfbewust heeft gemaakt, en zo iemand als Maurycy Gottlieb die de wereld heeft weergegeven zoals hij die heeft gezien, een voorbode van moderniteit. 

 

Vele stappen, het gestaag doorploegen maakt de grond rijp voor nieuwe ontwikkelingen en voor een rechtvaardigere wereld. Onze argumenten en analyses kunnen het denken beïnvloeden maar de meeste mensen worden gedreven door emoties en daar kan de rede vaak niet tegenop. We zullen ook de harten moeten winnen en daar is veel tijd en uithoudingsvermogen voor nodig. 

  • De historische mannenclub van Castrum Peregrini en hun leermeeester Wolfgang Frommel worden, na vele getuigenissen die er niet om liegen, in een kwalijk daglicht gesteld wegens seksueel misbruik door met name Frommel onder het mom van ‘pedagogische eros’. Destijds was Castrum een gerespecteerd cultureel gezelschap met een eigen tijdschrift waarvan Emanuel Zeylmans van Emmichoven de uitgever was.
  • Pnina Lahav, ‘A Chandelier for Women. A Tale About the Diaspora Museum and Maurycy Gottlieb’s ‘Day of Atonement’ – Jews Praying on Yom Kippur.’ Project Muse. Israel Studies 11,1 (2006) 108-142.
  • Recent verscheen het tweede deel en naar aanleiding van deze publicatie is er een tentoonstelling in het Amsterdam Museum die vorige week werd geopend door Koning Willem Alexander. Dat onderstreept het belang van deze uitgave.
Webdesign & development: www.silicium.nl