Boven Afghanistan schijnt
een zwarte zon die
moeder aarde verschroeit
Haar lippen verzegelt,
en niemand die ten strijde trekt
De lucht is grijs, grauw
de gezichten. Geen vlieger
kiest het hemelruim
geen lied klinkt, geen dans
omarmt. De tulbanden wurgen
de ander en zichzelf
De wereld huilt niet massaal
Het is godgeklaagd maar Hij hoort
niets van het klagen van vrouwen:
hun baarmoeders onteigend,
lichaam en geest
in het concentratiekamp
van huis, haard en keuken
De tulbanden vieren de overwinning
een foute god aan hun zijde
Op het slagveld liggen vrouwen
of lopen als onherkenbare blauwe
schimmen naast hun beulen
Boven Afghanistan schijnt
een zwarte zon
© Daniel van Mourik