De Wespendoder en de Natuur

Onder het dak raast een geluid dat er voorheen niet was. Het gescharrel van muizen en vogels is verstomd en een onheilspellend gezoem is er voor in de plaats gekomen. Als ik mijn lichaam en hoofd uit het dakraampje wurm, zie ik dat er wespen in en uit een dakpan vliegen. Ook op een andere plek op het dak is het een vrolijk komen en gaan.

Lees verder De Wespendoder en de Natuur

Opgehokt, uitgeteld en van de troon gestoten

Corona in 2020

Dit is een tijd waarin de sluiers die nog over onze resterende dromen lagen, worden weggerukt. Een onthullende tijd: er is een nieuwe mondiale oorlog zonder menselijke vijand, maar tegen een virus dat ons bedreigt. Een voor het gewone menselijke oog onzichtbare vijand. De leiders van diverse landen, zoals Macron, Trump en Orbán bezigen oorlogstaal en in de straten lopen militairen. ‘Ik ben een oorlogspresident’ zei de zelfverklaarde ‘dappere’ Trump die eerst het gevaar ontkende, daarna China beschuldigde, en nu al bij voorbaat een heldenrol claimt. 

Dit is een interessante tijd want al het wapengekletter, alle echte oorlogen, alle uitpuilende wapendepots, alle bewapende survivalists, jihadisten en rebellengroepen in landen waar het volk nauwelijks voldoende te eten heeft maar waar altijd geld is voor wapentuig, halen niets uit tegen de onzichtbare vijand met de mooie naam Corona. Het virus, een bolletje met stekels als een kroon, vertoont een treffende gelijkenis met het uiterlijk van een strijdvlegel, een martelwerktuig, een knuppel met aan het uiteinde een metalen bol met scherpe punten. 

Strijdvlegel

Dit is een tijd van de grote omkeer en herwaardering. Een tijd die het heldendom met zijn ego’s en narcistische eigenwaan doet ontploffen en verpulveren want de ware helden staan niet op pleinen in hun wapenrusting, maar zijn degenen die altijd al in oorlogen een rol op de achtergrond hadden, en die nu op de voorgrond treden. Zij zijn degenen die het leven in stand houden: de mensen in de zorg die de dood buiten de deur proberen te houden, leraren die kinderen blijven onderwijzen, de mensen die ondanks alles blijven schoonmaken en onze rotsooi opruimen, mensen die voor onze voedselvoorziening zorgen. Het is een tijd waarin we het onderscheid kunnen leren tussen wat gedegen wetenschappelijk onderbouwd is en goed gedocumenteerde journalistieke berichtgeving, en wat leugens en online hoaxes zijn.

Een tijd van nieuwe waardering voor creativiteit, kunst, ethiek en technologie. Voor al degenen die ons nu laten zien dat in elke beperking nieuwe mogelijkheden schuilen en die andere visies proberen te ontwikkelen. Want zíj zijn het die voortbouwen op de ideeën en initiatieven die er al decennialang zijn maar nog niet voldoende in de samenleving zijn doorgedrongen: over onze aarde en het kostbare ecosysteem, over onze omgang met ouderen en zwakken in de samenleving, over een meer gelijke verdeling van geld en goederen, over onze onstilbare machtswens en controlehonger en hoe die om te buigen, over het waanzinnige gesleep van mensen en goederen over de aardbol en over verspilling, vernietiging en vergiftiging van de aarde, over een andere manier van reizen en toerist zijn, over hoe een patriarchale cultuur van geweld en oorlog te transformeren in een cultuur van leven, over hoe technologie ons kan dienen, hoe de verziekte verhouding tussen de seksen kan veranderen in een inspirerende bron van hoe we met elkaar omgaan, over kunst als essentiële uiting van onze menselijkheid en niet een hobby, of luxe.  

Maar vooral hoop ik dat het een tijd van grote omkeer in het verafgoden van de Grote God Geld wordt. We zijn helaas teveel van die Grote God gaan houden en hebben hem zoveel eer bewezen dat we er nu bijna aan onderdoor gaan. Terwijl de aandeelhouders en CEO’s van gigantische multinationals zich als Oom Dagobert wentelen in hun goudbergen, bezwijkt een groot deel van de mensheid onder de last van armoede en honger. Omwille van het geld hebben we de aarde vergiftigd, hebben we kippen, varkens en runderen opgehokt en daarna massaal geslacht voor ons gewin of massaal afgeslacht en uitgeroeid uit angst voor vogelgriep, gekke koeienziekte, de varkenspest of andere enge ziektes die oversprongen naar de mens. We hebben ze opgehokt met een beetje meer ruimte, met een randje menselijkheid, om de gemoederen en ons geweten te sussen, en nu zitten we zelf opgehokt terwijl buiten al weken de lentezon schijnt en de natuur zich baadt en wentelt in een ongekende weelde omdat zij eindelijk bevrijd is van het virus mens.

Nee, we zijn niet in oorlog. We zijn aan het einde van de Grote Uitbuiting en het daardoor offeren van alles wat ons lief zou moeten zijn, de aarde en alles wat erop leeft. Wij, de mensen zouden een echte kroon moeten zijn, maar in plaats daarvan hebben we onze kroon misbruikt en zijn we met harde hand van de troon gestoten. Door Corona, een voor ons onzichtbaar virus, een vijand die geen vijand is in de traditionele zin van het woord, maar een vijand die uit onszelf voortkomt. 

Nee, we zijn niet in oorlog, maar we worden wakker geschud en als we het goed overleven dan hoop ik dat we wakker blijven, dat we onze longen weer kunnen volzuigen met lucht en ruimte, dat we onze naasten kunnen omarmen, dat we onze wapens zullen omsmeden tot ploegscharen en ons onstilbaar verlangen kunnen inzetten voor zorg, onderwijs en een gezonde aarde, en dat het enige waarmee we elkaar van harte willen besmetten onze liefde en passie voor het goede leven zal zijn.  

Daniel van Mourik

Amsterdam, 14 april 2020 

Ischa Meijer en Andreas Burnier

Herinnering

Het is begin jaren tachtig als ik vanuit Nijmegen verhuis naar Amsterdam. Ik heb net een souterrain in onderhuur betrokken op de Weesperzijde en mijn verhouding met Andreas is nog zeer pril. Op een van de eerste ochtenden loop ik over de Nieuwe Amstelbrug richting de Pijp. Ik wil mijn nieuwe stad leren kennen en ik voel me opgewekt en nieuwsgierig. Een man loopt mij tegemoet en als vanzelfsprekend groet ik hem en hij groet vanzelfsprekend terug. Als ik verder loop, realiseer ik me dat ik die man alleen van een foto ken. Ik heb hem begroet zoals ik onbekende klanten, die ik alleen van gezicht kende uit de vrouwenboekhandel in Nijmegen waar ik jaren werkte en die ik op straat tegenkwam, begroette. Dat soort groeten kende ik al vanuit mijn jeugd. In de kleine plaats waar ik opgroeide, zei je iedereen gedag en ook met onbekenden knoopte je als je zin had een praatje aan. Amsterdam is een grote stad en ik liep daar die ochtend alsof elk mij tegemoet lopend persoon een halve bekende was. Die halve bekende bleek Ischa Meijer te zijn en pas veel later zou ik hem via Andreas en zijn boeken en programma’s leren kennen. Wat heet leren kennen? 

Iedereen die in Amsterdam op straat liep, kwam hem wel eens tegen. Carmiggelt was de melancholieke chroniqueur van de Amsterdamse kroegen en de gesprekken die daar plaatsvonden, maar Ischa was de brutale en onbeschaamde Joodse straatslijper die iedereen aansprak, overal naar binnen liep en daar dan vervolgens ook weer over schreef. Nee, je leerde hem nooit helemaal kennen want hij was als kwikzilver. Ik heb een keer met hem een half uur door de stad gelopen en in die korte tijd zag hij alles, becommentarieerde alles, dronken we koffie in een rare kroeg, vroeg hij mij de hemd van het lijf, sprak iedereen aan die we tegen kwamen en nodigde me genereus uit om eens soep bij hem te komen eten en als ik kwam dat ik dan niet moest schrikken want dat bereiden van soep deed hij altijd slechts gekleed in een onderbroek. Hij was voor mij degene die van Amsterdam een dorp maakte, de beste straatslijper en flaneur die ik ooit heb ontmoet. Onvermoeibaar rondstruinend alsof hij in zijn eentje de stad wilde terugveroveren op de gruwelijke geschiedenis van zijn vermoorde Joden. 

Op zijn begrafenis was de hele stad met al zijn verschillende bewoners uitgelopen en zaten wij na in het koffiehuis bij hem op de hoek. Ik herinner me dat de begrafenis op zaterdag was en dat Andreas en ik de dag erna met een aantal Joden terug zijn gegaan naar Zorgvlied om kaddisj te zeggen. Ischa heeft in zijn leven Andreas een aantal keren geïnterviewd en de laatste keer was in 1991. Nu 25 jaar na zijn dood in 1995 is dat interview te beluisteren in de serie podcasts over Ischa van de VPRO. Vandaag heb ik ernaar geluisterd en werd er door ontroerd. Ik ken het interview want we hebben het in geschreven vorm in 2003 (een jaar na Andreas’ overlijden) opgenomen in een bundeling van haar essays, brieven en interviews Een gevaar dat de ziel in wil. Andreas en Ischa mochten elkaar en dat is te horen in het interview. Hun beider toon is overwegend zacht, weloverwogen, soms bijna voorzichtig. Ronit Palache spreekt in het geval van Ischa over lieve brutaliteit. Van hun beider felheid, die van Ischa vooral verbaal en van Andreas in haar polemische geschriften, hun reputaties van ‘bad boy’ en ‘rebel’, krijgen we in dit interview de andere zijde te zien. Zij zijn zich in dit interview duidelijk bewust van hun beider kwetsbaarheid over de onderwerpen die ter sprake komen: oorlog, kampen, onderduik, jodendom, homoseksualiteit.  

In het OBA Live programma van 14 februari maakte Ronit Palache, die een bundel met teksten van Ischa samenstelde, een interessante opmerking. Zij zei: ‘Kun je iets voelen zonder taal?’ Wat zowel voor Ischa als Andreas geldt, is dat zij via de taal gevoelens die niet werden benoemd, werden verzwegen of waarover werd gelogen, benoemden en de wortels ervan blootlegden en taboes doorbraken. Zij gingen ver daarin, zij het op verschillende manieren, en daarin zit ook hun beider verwantschap en waardering voor elkaar. Voor Andreas was het praten en schrijven over met name Joodse onderwerpen lang met angst en onderdrukte woede omgeven. In haar werk heeft dat een hele geschiedenis, van Het Jongensuur (1969), haar boek over de onderduik en daarna zwijgen tot 1986 als zij in De trein naar Tarascon opnieuw het thema aanroert. Eind jaren tachtig keert zij terug naar het (liberale) jodendom, haar harnas valt, en dan volgt een stroom van publicaties (essays, krantenstukken en een roman De wereld is van glas) over Joodse thema’s. Ik denk dat zij Ischa vooral bewonderde om zijn ogenschijnlijke angstloze onbeschaamdheid en om aandacht krijsende uitspraken en teksten. Iets wat zij op die manier niet durfde.   

Andreas die bijna nooit iemand thuis uitnodigde, had Ischa en Connie in 1991 genood om te komen eten. Halverwege de maaltijd vroeg Ischa half verontschuldigend of Connie en hij een sigaret konden roken. Andreas en ik leefden rookvrij maar Andreas zag dat Ischa en Connie wel moesten roken wilden zij de avond redelijk doorkomen en stemde ermee in. De stemming steeg meteen, ook door het overvloedige wijngebruik van ons allen. Bij het afscheid was de asbak boordevol en heeft het huis nog wekenlang gestonken. Bij het afscheid kregen we ieder een bundel met Dikke Man columns cadeau met voor elk een mooie opdracht. 

IMG_1746IMG_1747

 

In de podcast vraagt Anton de Goede aan het einde van het interview aan Ronit Palache of het interview nog relevantie heeft voor nu. Zij benadrukt het historische karakter maar ook dat we uit het gesprek van Ischa en Andreas kunnen leren waartoe uitsluiting kan leiden en hoe angst en ellende veel naoorlogse levens heeft getekend. Zij roept ook uit: ‘De stem van die vrouw, zo beschaafd, zo intelligent, zo schrijnend!’ Ja, die stem is uniek en warm en zeker als de aangever en vragensteller Ischa Meijer is. Het is bijzonder dat we dit gesprek weer kunnen beluisteren. Een mooie keuze van Ronit Palache en met dank aan de VPRO!

Podcast ook te beluisteren online via VPRO site: https://www.vpro.nl/programmas/ischa-meijer/een-dik-uur-ischa-op-de-radio/aflevering-1.html

 

De Notre Dame en de Misérables

Het is dinsdag 16 april. Gisteren om 19.00 kwamen de berichten binnen over de brand van de Notre Dame in Parijs. Ik sta op het Gare du Nord en loop naar buiten richting de bus. Op straat het gewone drukke gedoe van auto’s en bussen die af en aan rijden, wat duistere types die voor de ingang van het station hangen, en zwervers met tandeloze monden die om geld vragen. In een zijstraat ligt in een portiek onderuit gezakt een man in zijn eigen pis met rondom zich heen een kartonnen beker, plastic afval en lege papieren zakken. Ik voel me beroerd omdat ik er zo langs loop.

Even later kijk ik op de computer naar beelden van gisteren. In de straten en op de kades rond de Notre Dame wordt gehuild, gebeden, verbijsterend, gefascineerd gekeken, er wordt woede geuit. De hele stad is uitgelopen en ook alle hoogwaardigheidsbekleders (o.a. Macron en Hidalgo, de burgemeester van Parijs)  bevinden zich op straat om de Notre Dame die in brand staat met eigen ogen te zien. Met eigen ogen te zien of zij blijft staan, zeker nadat de spitse toren is ingestort, of nog zal staan nadat de brandweerlieden het vuur hebben bedwongen. Een groot deel van de kathedraal heeft het overleefd, o.a. de twee karakteristieke klokkentorens. 

De Notre Dame is het symbool en het hart van Parijs, de 800-jarige Oude Dame, symbool van het onverwoestbare christendom, zij behoort tot het werelderfgoed en miljoenen touristen bezoeken haar. Schrijvers en kunstenaars brachten haar in beeld en geschrift onder onze aandacht en zij is deel van de Europese geschiedenis. 

Maar zij is meer. Zij is ook gevoel, emotie. In Le Parisien van vandaag (17 april) komt een deskundige op het gebied van emoties aan het woord: ‘Dit wordt ervaren als een intiem drama, het is niet zomaar een gebouw dat in brand staat. De Notre Dame wordt als onverwoestbaar ervaren. Als de Notre Dame zou verdwijnen, dan kan alles verdwijnen. Deze brand confronteert ons met onze kwetsbaarheid.’ 

Maar dat willen we niet, is blijkbaar onverteerbaar, dus komt er binnen 24 uur een bedrag van 750 miljoen op tafel om de Notre Dame te redden. Liever gezegd er komt 750 miljoen op tafel om onze eigen kwetsbaarheid toe te dekken. Het is prachtig om te zien hoe eensgezind mensen in actie kunnen komen en hoe deze brand ons met elkaar verbindt. Wij zijn op ons opperbest in, maar vooral na rampen. Maar de schaduw volgt ons of zoals de Franse Olivier Pourriol twitterde: (vertaling) Victor Hugo bedankt alle vrijgevige donateurs die bereid zijn de Notre-Dame de Paris (Franse titel van Hugo’s boek) te redden, en stelt hen voor hetzelfde te doen voor Les Misérables (ander boek van Hugo). 8,8 miljoen armen in Frankrijk. Zie ook de tijdlijn op FaceBook van Virginie Sanders voor commentaar op deze giften (het grootste deel van miljardairs) en verwijzing naar Le Monde. Ik denk aan die honderden mensen in de portieken en in kartonnen behuizingen langs de ring van de stad.

Zelf ben ik helemaal niet dol op kathedralen maar toch ben ik er binnen geweest en ben ik onder de indruk van die enorme kolos en vooral van de invloed op gelovigen die zich uit in de talloze kaarsen die worden aangestoken bij de diverse heiligen. Zelf doe ik dat ook in naam van mijn moeder bij de Heilige Antonius van Padua, de heilige van de gevonden voorwerpen (H. Antonius, beste vrind, zorg dat ik mijn sleutels vind) voor wie mijn moeder een hartstochtelijke liefde koesterde. Vaak loop ik over het plein aan de voorkant om op de linkeroever naar de historische boekhandel Shakespeare & Company te gaan. Als ik dan in gezelschap ben, sta ik stil bij het westelijk voorportaal en wijs op het beeld van Synagoga en daarnaast het beeld van Ecclesia. De twee vrouwenfiguren symboliseren het jodendom en de kerk. Synagoga’s ogen zijn geblinddoekt door een slang, haar staf is gebroken en haar kroon ligt op de grond. Ecclesia is majestueus met een kroon op haar hoofd, staf en een kelk in haar hand. De kerk als triomfator over het vertrapte en door de kerk vernederde en vervolgde jodendom.  

Ecclesia_et_synagoga_RTL-640x400

De tijd van de jodenvervolgingen zijn voorbij en de Notre Dame mag wat mij betreft eeuwig blijven bestaan mede als getuige van een geschiedenis die haar enorme schaduwzijden heeft. Maar ik vrees dat de meeste mensen die de kathedraal bewonderen daar geen boodschap aan hebben. Die zijn liever blind dan ziende. Dat geldt ook voor de grote gulle gevers die hun naam op een plaquette zullen zien staan in de gerestaureerde Notre Dame, en die zich ongetwijfeld per taxi of privé-chauffeur door hun mooie stad laten vervoeren terwijl ondertussen de Misérables in hun eigen pis in de portieken liggen. 

Als we ons door deze brand realiseren dat niets eeuwig bestaat, dat we altijd kwetsbaar zijn, dat we onze blinddoeken moeten afgooien, dat schoonheid tijdelijk is, en we ook als er geen ramp is we iets kunnen doen aan de wereld om die voor zoveel mogelijk mensen een betere plek te maken, dan heeft de brand werkelijk zin gehad. 

  

Kill the Widow

images-3Op 17 november 2015 was er in de Rode Hoed een Hommage aan Andreas Burnier vanwege het verschijnen van Burniers biografie, Metselaar van de wereld, door Elisabeth Lockhorn en Ruiter in de wolken. Joodse essays 1990-2002 door Andreas Burnier en bezorgd uit haar nalatenschap door Manja Ressler en Daniel van Mourik. Op die avond sprak Daniel van Mourik de volgende column uit.

 

 

Kill the Widow

Wij, weduwvrouwen van beroemde en bekende mensen zijn niet populair en als je leest wat Jeroen Brouwers ooit over Mieke Vestdijk, de weduwe van de grote Vestdijk, schreef dan gaat er een put van seksisme en ronduit vunzige praat open. Als er iets is dat de benepenheid en kleinheid van een groot schrijver illustreert dan zijn het wel deze uitspraken.

Ondertussen is MiekeVestdijk wel in ere hersteld o.a. door Martin van Amerongen (De Groene 5 juli 1996) , maar toch blijft dit beeld nazinderen:

De kunstenaarsweduwe slaapt in en staat op met het rode potlood achter haar oortjes. Daarmee schrapt zij elke verwijzing naar mogelijke buitenechtelijke verhoudingen of vergelijkbaar wangedrag uit de biografieën. Wat waren zij lastig, de weduwe Orwell, de weduwe Tucholsky, de weduwe Vian, de weduwe Van Randwijk en de weduwe Achterberg!, schrijft Van Amerongen. Zij zaten met hun onbestorven achterwerk op de documenten en weerden zich vrouwmoedig tegen de boze buitenwereld. Jammer (dachten de biografen) dat zij met alle geweld hun echtgenoot wensten te overleven. ‘Kill the widow’, sprak Wam de Moor, sprekend over de biografische problemen, terwijl de weduwe Vestdijk op de eerste rij zat.

Ja, schrijft Van Amerongen, na Vestdijks overlijden bleek Mieke Vestdijk een lastig mens te zijn: voor de Vestdijkvlooien die geen grenzen kenden. Ondertussen stimuleerde zij de heruitgave van de romans, stelde zij een bundel poëzie samen, bezorgde zij een boek over de opera Merlijn en schreef zij een deelbiografie over Vestdijks laatste jaren. Haar credo staat op de laatste bladzijde: ‘Laat mij me maar bezighouden met een goede verzorging van de diverse uitgaven en de bevordering van de bekendheid van Simons werk.’
Dit zijn de woorden, zegt Van Amerongen van een vrouw die besloten heeft een artistieke erfenis zo gewetensvol mogelijk te beheren, niet meer en niet minder.

Van Amerongen had gelijk. Daar gaat het over: het gewetensvol beheren van een artistieke nalatenschap.

Leve de biograaf!

Waarde biograaf, lieve Elisabeth, de biografie die je hebt geschreven over Andreas is vers van de pers en jarenlang hebben wij met elkaar gesproken over alle aspecten van haar leven. Juist het spreken over iemand die er niet meer is, is een gewetensvolle aangelegenheid.

Als partner ging ik vervolgens zelf ook door proces van introspectie op het moment dat je mij je vragen stelde. Ik was betrokken bij een groot deel van Andreas’ leven. Dertig jaar waarvan ik twintig jaar met haar samen was.

Hoe vaak heb jij niet te horen gekregen: ‘als het maar geen hagiografie wordt’. Want schaduw moet er zijn, anders word je al voordat er een woord is geschreven niet serieus genomen. En dat is terecht. Er is geen mens die geen schaduw heeft, maar dat is niet het punt. Het punt is hoe je erover schrijft. Hoe beschrijf je pijnlijke en moeilijke periodes of karaktereigenschappen, de dynamiek tussen partners, ouders en kinderen. Hoe liefdevol en meedogend ben je als je je in het leven van iemand anders verdiept. Hoe oordelend, veroordelend, genadeloos, of sensatiebelust. Daarom is het schrijven van een biografie zo buitengewoon moeilijk. Als schrijver van fictie heb je de vrijheid om meedogenloos autobiografisch te zijn en je hele hebben en houwen op je romanpersonages te projecteren, maar een biograaf moet worstelen met het leven van haar onderwerp en met haar eigen leven. Zij bewandelt de dunne lijn van afstand en betrokkenheid.

De weduwe speelt een belangrijke rol, want zij zit inderdaad met haar onbestorven achterwerk op de documenten, en zij kan met het rode pennetje correcties aanbrengen. Wat opvalt in de verhalen over de weduwe (bestaan er eigenlijk wel weduwnaren behalve Ted Hughes?) dat er nooit gesproken wordt over het feit dat de weduwe ook de biograaf moet verdragen. Een publieke persoon heeft haar of zijn werk aan de wereld geschonken, maar een biograaf die meent recht te hebben op het hele leven van die persoon, of haar of zijn interpretaties van dat leven dwingend oplegt aan de lezers, gedraagt zich eigenlijk net zo als de door, meestal hem, verguisde weduwe. Kill the biographer als variant zou in het geval van Mieke Vestdijk misschien niet zo gek zijn geweest.

Lieve Elisabeth, ik hoop dat ik voor jou niet de persoon ben geweest die als een brok graniet voor het leven van Andreas ben gaan staan, maar iemand die zelfs in de schaduw het positieve kan zien, of in het positieve de schaduw. Zoals de zwarte en witte punt in het Yin-Yang teken. En ja, het is de taak van de weduwvrouw om lastig te zijn, daar is niets mis mee. Ik dank je dat je mijn heftigheid in het allerlaatste moment van het proces terwijl je zelf ook op je tandvlees liep, hebt kunnen verdragen.

Ik heb gedurende het hele proces gezien dat je met een kritische blik maar altijd met liefde en mededogen het leven van Andreas hebt beschreven. Dat je over toppen en door dalen bent gegaan. Dat je als een terriër hebt volgehouden deze toch eenzame arbeid (ondanks alle hulp) te volbrengen. Je was meer dan een te verdragen biograaf.

Dat je Andreas een leven na haar dood hebt gegeven in de vorm van deze prachtige biografie, daar ben ik je oneindig dankbaar voor.

Leve de biograaf!

Lechaim op Andreas in de Hemelse Academie!

Locks of Love

Gepubliceerd op 10 februari 2015 op de blogsite van Atria door de voormalige bibliothecaris Ineke (Daniel) van Mourik.

images

Op 14 februari a.s. is het Valentijnsdag, de dag waarop de commercie (vooral de Amerikaanse) heeft bedacht, dat wij onze geliefden verrassen met liefdesbetuigingen maar vooral met geschenken. Een oorspronkelijk religieuze feestdag ingenieus omgetoverd tot dag van de aardse liefde.

Liefde: schreeuw het van de daken, schreeuw tegen de wind in, schreeuw met John Lennon mee. Maar als er iets moeilijk is dan is het liefde. Maar daar heeft de commercie geen boodschap aan. En de verliefden? Die hebben daar ook nog geen boodschap aan. Ik moest daaraan denken toen ik over de brug  naar het Leidseplein reed en zag dat aan de schaarse ringetjes trosjes hangsloten hingen en ik herinnerde me dat ik vorig jaar over dat fenomeen een stukje had geschreven in Parijs.

Voor alle geliefden deze overpeinzing:

Locks of Love

Het is stralend weer in Parijs. Lente 2015. Weer om verliefd te zijn, te worden of te blijven. Het is warm en tegelijkertijd streelt een lichte wind de vermoeide toerist of slenteraar. Ik ben een flaneur langs de Seine en de bouquinisten. Dierbare sjacheraars met hun antiquarische boeken, oude prenten en goedkope prullaria die al van oudsher vanuit hun groene opklapbare kisten hun handel tentoonspreiden. Zij zijn mij nu nog dierbaarder omdat zij tegen de tijdgeest in hun handel drijven.

Ik zou ze willen toeroepen: volhouden, niet opgeven want er komt een tijd dat iedereen de buik vol heeft van virtuele boeken en prenten en dat handen weer willen voelen, neuzen willen ruiken, en dat zij naast hun e-reader een rijk gevulde boekenkast willen hebben met tastbare schoonheden.

Locks of love

Bij veel van de bouquinisten zijn tegenwoordig ook slotjes te koop. Hangsloten die door geliefden aan een brug worden vastgeklonken en vervolgens wordt het sleuteltje in de Seine gegooid. ‘Pauvre Pont’, zeg ik tegen de bouquiniste die mij meewarig aankijkt. Maar het is waar, de Pont de L’Archevêché gaat zwaar gebukt onder het gewicht van de slotjes. De hele brug schittert en glanst van de sloten. Het is indrukwekkend en tegelijkertijd beklemmend. Locks of Love heten ze in het Engels. De geschiedenis van het ontstaan van dit gebruik kun je lezen bij Wikipedia, de onvolprezen internet encyclopedie.

Maar dit gebruik heeft ook een schaduwzijde. De liefdesuitingen zijn zo groot dat de brug er bijna onder bezwijkt, maar geen enkel liefdespaar dat zich daar om bekommert. Hun liefde verdient het om bezegeld te worden ook al stort de brug ervan in. En de vernietigende kracht van de liefde gaat nog verder. Locks of Love: hangsloten.  Wat is dat is voor een symbool? Met het vuur van hartstocht bezegelen duizenden toeristen hun liefde, zetten die liefde vervolgens op slot en gooien de sleutel weg.

Maar wat zal er gebeuren als al die liefdesparen hun liefde willen verlossen uit de beklemming van het hangslot? Zien we dan de komende jaren eindeloos veel mensen duiken naar hun sleuteltje in de Seine?

Dat zou pas een spektakel zijn.

Parijse miniatuur

Geschreven in 2014 in Parijs.

Het oude Chinese echtpaar

In het parkje voor de Mairie van het 3e arrondisement in Parijs, zit een oud Chinees echtpaar op een bankje. De vrouw en de man kijken recht voor zich uit met onbewogen gezichten, geplooid door de tijd. Er is een kleine afstand tussen hen maar zij lijken met elkaar vergroeid. De vrouw opent haar tas en haalt er twee lollies uit. Zwijgend geeft zij er een aan haar man. In een gelijk ritme zuigen zij op de rode bol, voorzichtig houden zij het groene stokje in de rechterhand. Soms zijn hun handen in hun schoot en steekt minutenlang alleen het groene stokje uit hun mond. Dan, als op afspraak, staan beiden op en lopen enkele meters. De vrouw stopt en haalt het stokje uit haar mond. Bovenaan het groene stokje is nog maar een minuscuul rood bolletje te zien. De man doet hetzelfde en laat haar zijn onooglijk bolletje zien. Ze zijn even groot. Ze lopen door en zuigen op de laatste resten.

 

Vrouwelijk leiderschap – echt iets voor vrouwen

Eerder gepubliceerd op 1-5-2011 op de blogsite van Aletta door Ineke van Mourik (bibliothecaris).

Jironet

De schade die het mannelijk leiderschap met zijn hebzucht, machtswellust en onvoorstelbaar egocentrisme de wereld en de mensheid toebrengt, is de laatste jaren genadeloos aan het licht gekomen, maar blijkbaar moet het nog erger worden wil het eindelijk doordringen in ons bewustzijn.

Spook van de hebzucht

De ene crisis is nog niet bezworen of de andere dient zich al weer aan. Er wordt weer rijkelijk gestrooid met bonussen die het salaris vele malen overstijgen. Je vraagt je af of de mensheid wel in staat is om iets te leren van rampen als je de kranten leest. Er waart een spook door de westerse wereld en dat is het spook van de hebzucht aan de ene kant en aan de andere kant het cynisme, de angst en de gelatenheid van de mensen die het zien maar niet weten hoe ze zich hiertegen teweer moeten stellen. Maar er is hoop want er zijn veel nieuwe ontwikkelingen gaande die zich parallel ontwikkelen aan de oude, dominante, mannelijke wereld.

Karin Jironet

Afgelopen woensdag 27 april was Karin Jironet, schrijfster van het boek: De essentie van het vrouwelijk leiderschap: omgaan met de spanning tussen persoonlijke ontwikkeling en sociale rollen, op bezoek bij Aletta om te praten over vrouwelijk leiderschap. Karin Jironet is werkzaam bij De Baak VNO-NCW op het gebied van leiderschapsontwikkeling. Een vrouw van de praktijk met een achtergrond van Jungiaanse psychologie en vergelijkende godsdienstwetenschap.
Jironet stelt zich de vraag waarom het zo somber is gesteld met het vrouwelijk leiderschap in een verder zo liberaal land als Nederland.
Jaren werkte de schrijfster als coach op individueel en groepsniveau met vrouwen die een leidinggevende rol vervullen en zij ontdekte dat er eerst gewerkt moet worden aan de innerlijke spanning die vrouwen ervaren tussen de verwachtingen van buitenaf en je innerlijke leven, om tot goed leiderschap te komen. ‘Vanuit dit gezichtspunt is de stelregel ‘Ken jezelf’ belangrijker dan het streven naar gelijkheid met mannen’, concludeert de schrijfster. Maar hoe leer je om te gaan met de uitdagingen en tegenstellingen die je op je pad zult tegenkomen? Hoe pak je dat aan?

Dante
Wat heeft een 13e eeuwse schrijver ons te vertellen? Jironet doet iets gewaagds. Zij neemt Dante’s tweede deel van de Goddelijke Komedie, De Louteringsberg, als leidraad voor haar coachingspraktijk. In De Louteringsberg reist Dante met zijn begeleider Vergilius langs de zeven zonden. Tijdens de reis wordt het menselijk hart aan een onderzoek onderworpen en is transformatie van de zonden, de loutering mogelijk. Ik ben licht allergisch voor christelijke symboliek en opvattingen over zonden, maar Jironet gebruikt de beeldrijke symboliek van Dante’s middeleeuwse scholingsweg op een moderne psychologische wijze. Het is een aardse weg van psychospirituele ontwikkeling zonder het aardse te verliezen. Integendeel, het is een verruiming van je bewustzijn om te reflecteren over: Trots en Bescheidenheid/Afgunst en Gulheid/Woede en Zachtmoedigheid/Traagheid en IJver/Hebzucht en Vrijgevigheid/Gulzigheid en Gematigheid/Lust en Kuisheid.
De hoofdstukken met deze titels lezen als een trein. Maar elk hoofdstuk is ook een station waar je een tijdje kunt blijven voordat je overstapt op de volgende trein.

Nieuw leiderschap

Laten we maar eens een tijd het glazen plafond het glazen plafond laten. Je kunt met een moker tegen het glas gaan beuken en soms kom je er doorheen, maar je kunt ook de weg onderlangs of binnendoor kiezen. Dat zou wel eens de echte revolutie binnen het leiderschap kunnen zijn. Een revolutie die zich al aan het voltrekken is, maar die niet met glasgerinkel gepaard gaat. Of zoals Alice Walker het zo pakkend heeft verwoord in haar boek In Search of Our Mothers’ Garden: ‘The real revolution is always concerned with the least glamorous stuff.’ Een revolutie die leidt tot transformatie van de wereld die gebruik maakt van het volledige potentieel van mensen, een revolutie die uitgaat van een wereldbeeld van verbinding en samenwerking. Jironet concentreert zich op vrouwen. Vrouwen kunnen een voorhoede vormen in deze ontwikkeling maar een dergelijke transformatie, en Jironet’s ideeën en aanpak over nieuw leiderschap, zijn voor iedereen te realiseren en voor iedereen van belang, dus ook voor mannen.
Dat is pas een bonus.

Nu ook in de Aletta (nu Atria) collectie:

Karin Jironet, De essentie van vrouwelijk leiderschap. Omgaan met de spanning tussen persoonlijke ontwikkeling en sociale rollen.
Het Financieele Dagblad/Uitgeverij Business Contact, Amsterdam 2010

 

Column: als in Amsterdam

Eerder gepubliceerd op 4-12-2010 op de blogsite van Aletta door Ineke van Mourik (bibliothecaris)

images-3

Als in Amsterdam Aletta 75 jaar bestaat, een gure oostenwind je vanuit alle hoeken omverblaast, de straten ‘s ochtends vroeg wit bestoven zijn en een weldadige stilte zich als een koepel over de stad welft, als de opwarming van de aarde ineens een futuristische fantasie wordt, je botten verkillen tot een ongekend niveau, je de verwarming enkele graden hoger moet zetten, als je je flanellen pyama uit de mottenballen haalt, je je sokken aanhoudt in bed, je wanten opgraaft uit een kast, als je besluit om je oude winterjas die je gelukkig nog niet aan het Leger des Heils hebt meegegeven toch nog een kans te geven, je thermisch ondergoed gaat aanschaffen, als je huid een droge steppenvlakte is en je lippen met cacaoboter niet meer zacht te krijgen zijn, als de gemeente besluit alle daklozen verplicht een slaapplaats te geven, de duiven op de hoek van de Ruyschstraat en de Wibautstraat kleumend bijeen zitten in afwachting van een dierenvriend die hen bijvoedert, je schuursponsjes met elastiek onder je schoenen bindt omdat alle snow steps bij de ANWB zijn uitverkocht, als je bibberende hondjes met wintermanteltjes voorbij ziet trippelen, elegante vrouwen hun benen ziet riskeren omdat zij koste wat kost met hakjes willen lopen, als ouderen zich nauwelijks op straat vertonen, meer mensen arm in arm lopen (meestal vrouwen), als in het Vondelpark sneeuwpoppen met geprononceerde lichaamsdelen verschijnen en bomen worden versierd met ludieke sneeuwboodschappen, als je de meest vreemde hoofddeksels bespeurt uit Lapland, Mongolië, Alaska, Rusland of die zelf in elkaar geflanst zijn, als in het Cobramuseum iedereen de winter trotseert en viert dat Aletta 75 jaar bestaat, en als je op die dag in de tram naar de reclames kijkt die op grote billboards (Zeeman, C&A) of op auto’s (Hunkemöller, Sapph) staan van jonge vrouwen die onaangetast lijken door de kou … dan weet je dat het deze maand lingeriemaand is.

Voor al uw lingerie: zie de collectie van Aletta (nu Atria)

An intimate affair : women, lingerie, and sexuality | Fields, Jill
Berkeley; [etc.]; : University of California Press, 2007.

Marlies Dekkers : 33 propositions | Ferrill, Meghan |
Fotoboek met designs van lingerie-ontwerpster Marlies Dekkers
Schiedam; : TDS, 2003

Stout | Royen, Heleen van Dekkers, Marlies |
Boek over flirten, succes, macht, lingerie & erotiek.
Amsterdam; : HVR, 2007.

Klachten tegen Suitsupply afgewezen 3

Eerder gepubliceerd op 23-11-2010 op de blogsite van Atria door Ineke van Mourik (bibliothecaris) 

 

images-1

“De Reclame Code Commissie heeft klachten tegen 3 billboardreclames van Suitsupply afgewezen. De klachten komen erop neer dat de drie reclame-uitingen in strijd zijn met de goede smaak, het fatsoen en/of de goede zeden.

De Commissie (die uitsluitend uit mannen bestaat) stelt vast dat verschillend wordt gedacht over de vraag of deze reclame voor mannenkleding, die onmiskenbaar seksueel getint is, in het licht van de Nederlandse Reclame Code toelaatbaar moeten worden geacht. Daarbij dient met name te worden bedacht dat het publiek op straat onverhoeds met deze reclame-uitingen kan worden geconfronteerd.

De Commissie vindt echter dat de verwijzing naar seksualiteit in geen van de drie uitingen van dien aard is, dat de grenzen van de goede smaak, het fatsoen of de goede zeden worden overschreden.Voor zover de klacht luidt dat de uitingen vrouwonvriendelijk zijn, overweegt de Commissie dat de wijze waarop de man en de vrouw in de verschillende uitingen zijn afgebeeld, niet getuigt van gebrek aan respect jegens de vrouw.”

Ja, wat moet je hier nu nog op zeggen. Blijkbaar bevind ik mij samen met vele anderen op een andere planeet waar andere opvattingen, een andere ethiek, en andere beeldvorming serieus wordt genomen.
Er lijkt geen kruid tegen het seksisme gewassen en de reclamemakers zullen zich door deze uitspraak gesterkt voelen in hun gelijk. Maar helaas gaat het niet om gelijk, het gaat om hoe wij de wereld en de mensen daarin willen zien, hoe we met onze artistieke talenten beelden maken die vervolgens de werkelijkheid mee vormgeven.
De werkelijkheid van vrouwen en mannen die hier wordt verbeeld gaat voorbij aan alle intelligente analyses die van dit soort beelden zijn gemaakt. De vrouwonvriendelijkheid zit zo in de cultuur ingebakken en de huidige angst om als moralist te worden afgeschilderd of dat met kritiek de vrijheid van expressie zal worden aangetast, is zo groot, dat dit elke discussie plat slaat.
Laten degenen die er anders over denken ondertussen doorgaan met het bekritiseren van beelden die hen niet bevallen en met het scheppen van nieuwe beelden die een werkelijkheid scheppen waarin een ander vrouw/manbeeld gaat leven.