Feministische archeologie: Maurycy Gottlieb en de Grote Verdwijntruc

Het leven van voorlopers gaat niet altijd over rozen. Zo bracht Rachel Carson al in de jaren zestig het onverantwoorde gebruik van pesticiden in haar boek Silent Spring onder de aandacht. Het boek kreeg veel lezers maar het duurde nog lang voordat haar gelijk doordrong tot in de vezels van de samenleving. We zijn meer dan vijftig jaar  verder en ondertussen is de schade niet te overzien en wordt er krachtig actie gevoerd om het tij van vernietiging, snel gewin en de macht van de farmaceutische gifboeren te keren. Zo gaat het altijd. Er bestaan geen uit het niets komende revoluties, alles wordt al lang ervoor voorbereid zoals ook de status quo ooit is begonnen als revolutie. Pesticiden die grotere oogsten beloofden en dat waarmaakten maar zonder dat wij de echte prijs wilden/willen betalen en waarover de Cassandra’s de mond werd gesnoerd .  

Terecht klaagt Karin Spaink in haar column van 10 oktober over de stelling dat #metoo een recente openbaring zou zijn. Veertig jaar geleden was Spaink betrokken bij het mee ontwikkelen van beleid tegen seksueel geweld. De PSP vroeg de regering toendertijd  een samenhangend beleid te ontwikkelen, en dat tot prioriteit te verheffen. Die motie werd met grote meerderheid aangenomen. Nee, niet alleen veertig jaar geleden, je kunt rustig zeggen meer dan bijna vijftig jaar geleden was seksueel geweld al een van de speerpunten in de Tweede Golf. Vrouwen spraken onder elkaar over wat zij hadden ervaren, er werden belangrijke onderzoeken gedaan, er werd gestudeerd en geanalyseerd en er werden artikelen geschreven over dit verzwegen gigantische probleem. 

We waren voorlopers en nu is dan eindelijk de bom gebarsten en is er een wereldwijde gifbelt opgegraven. Zo gaat het altijd en daar kun je zoals Spaink moe van worden (ik zelf heb er ook wel eens last van), maar het is ook verheugend dat wij nog meemaken dat er zo’n enorme golf van bewustzijn over dit onderwerp gaande is en dat ook meer mannen dan voorheen zich op een goede manier in de strijd werpen.  

Vrouwen een rol toekennen of in het gunstigste geval drie: moeder, maagd of hoer, lijkt in onze samenleving niet meer van toepassing, maar wie wat nauwkeuriger kijkt en zeker elders in de wereld, ziet dit drietal nog overal, ook al werkt een vrouw. De hardnekkige beelden zijn in ons collectief geheugen opgeslagen en door middel van cultuur, politiek en religie worden die beelden meestal in stand gehouden. Die beelden zijn soms mooi, inspirerend maar nog vaker normerend. Zij geven weer hoe wij (vrouwen en mannen) naar vrouwen kijken en behoren te kijken. Door de eeuwen heen is die blik vrijwel exclusief een mannelijke geweest. Daarom zit alles zo diep, zowel bij vrouwen als mannen, en is er een gestage revolutie van voorlopers en feministische archeologen nodig om uiteindelijk iets te veranderen. 

Een mooi voorbeeld van hoe stuitend en ingewikkeld het blootleggen van de mannelijke blik kan zijn, vond ik in een artikel uit 2006 van Pnina Lahav, ‘A Chandelier for Women. A tale about the Diaspora Museum and Maurycy Gottlieb’s ‘Day of Atonement’ – Jews praying on Yom Kippoer’ dat ik van een vriendin kreeg. 

Maurycy_Gottlieb_-_Jews_Praying_in_the_Synagogue_on_Yom_Kippur

Ah, ik zie het al, zal de oplettende beschouwer opmerken, vrouwen op het balkon in de synagoge. Maar dat laten we even rusten want er is meer te vertellen. 

Dit schilderij is heel bekend in de Joodse wereld. Het geeft een blik in de Joodse wereld in Polen in de late negentiende eeuw. Mannen, vrouwen en kinderen in de synagoge op Grote Verzoendag. Zo modern zag die joodse wereld van de 19e eeuw er toen ook uit en vrouwen nemen op dit schilderij een prominente plaats in zoals zij dat  deden in die gemeenschappen. We weten zelfs enkele namen van de vrouwen die model stonden. O.a. de toenmalige verloofde van Gottlieb (Laura Rosenfeld) en haar moeder (rechtsboven). Ook al zitten de vrouwen op het balkon, zij maken substantieel deel uit van het schilderij. Zij zien er voor die tijd modern uit en hebben het gebedenboek in de hand. 

Wat Gottlieb niet kon bevroeden is hoe zijn schilderij onderwerp zou worden van een heftige controverse tussen het Diaspora Museum van Tel-Aviv en een aantal feministen onder wie Dafna Izraeli, professor in de sociologie aan de Bar-Ilan Universiteit. Izraeli is gestorven maar Pnina Lahav heeft het hele verhaal in een uitgebreid artikel beschreven.* 

We spreken over de jaren tachtig en negentig en in de Israëlische maatschappij is de gelijkheid van vrouwen ook een onderwerp waarover wordt gesproken. Het Diaspora Museum stelde in die tijd een collectie samen rond zes thema’s en Izraeli constateerde dat het Museum in zijn presentaties de rol van vrouwen in de cultuur en geschiedenis marginaliseerde. Het meest bijzondere was de creatie van een bijzondere audio-visuele ervaring in een donkere ruimte die uiting moest geven aan het gevoel van de ‘Days of Awe’, de Hoge Feestdagen, waaronder Yom Kippoer. Op een van de muren was een reproductie te zien, een grisaille (schildering in grauwtinten), van Gottlieb’s beroemde schilderij. Tot verbijstering van Izraeli waren de vrouwen op het balkon verdwenen en in plaats daarvan hing er een kroonluchter. Het artikel van Pnina Lahav over de strijd die er vervolgens werd gevoerd en de argumenten die ter verdediging werden aangedragen door de verantwoordelijke personen en het museum zijn even verbijsterend als de verdwijning van de vrouwen zelf. 

Een kleine greep uit de argumenten: 

‘We hadden nog geen kennis en bewustzijn van feministische ontwikkelingen.’  Dat lijkt me sterk en alsof dat je vrij pleit van zomaar een kunstwerk verminken. 

‘We hebben een nieuw kunstwerk gemaakt met de grisaille.’ Alsof je zomaar een kunstwerk mag veranderen. 

‘We wilden de personen op de voorgrond vanwege hun kavana (vroomheid en de heiligheid van het gebed) beter laten uitkomen.’ Dus daarvoor mag je een kunstwerk verminken en de vrouwen die ongetwijfeld ook kavana bezitten verwijderen. 

‘Het schilderij was niet representatief genoeg.’ Lees: voor een nostalgische shtetl visie. Gottlieb zou niet de realiteit hebben geschilderd. Dus passen wij het aan aan onze realiteit. Daarom mag je een modern schilderij gebruiken en de ongewenste elementen verwijderen. Dat heet citeren in het artistieke jargon. 

O ja, en nog wat: ‘die vrouwen zitten waarschijnlijk te roddelen. Er kijkt er maar een in het gebedenboek.’ Zij zijn bezig met onspirituele zaken terwijl de mannen met het hogere bezig zijn. Het is dus niet meer dan normaal dat die lage wezens worden  verwijderd.

Diverse belangrijke feministen worden ingeschakeld om hun visie te geven, maar in 1993 hangt het vermaledijde werk er nog steeds. Er worden zelfs vragen in het parlement gesteld en de conclusie was dat het museum een sectie van de tentoonstelling, waar de grisaille te zien was, sloot en uiteindelijk werd de grisaille verwijderd. Natuurlijk had het museum in een groots gebaar het origineel kunnen ophangen (eventueel naast de grisaille) maar dat zou niet stroken met hun visie en er was waarschijnlijk ook onwil om te buigen voor de ijzersterke argumenten van de feministen. 

De verontwaardiging bij het grote publiek betrof vooral de verminking van een kunstwerk en minder de verwijdering en marginalisering van de vrouwen. Maar dat was wel de essentie voor de feministen die dit onderzoek verrichten, en zij kunnen alleen maar geprezen worden in hun volharden om de waarheid boven tafel te krijgen en alle schijnargumenten (zowel van betrokken mannen en vrouwen van het Museum) in een grondige analyse te weerleggen. De kroonluchter die hoort te verlichten, heeft in dit geval vooral veel verduisterd.

De gerechtvaardigde conclusie kan alleen maar zijn dat het weglaten van de vrouwen in het schilderij van Gottlieb een aggressieve en gewelddadige handeling was en bovenal een uiting van verzet tegen verandering en modernisering. 

Op de vrouwengalerij van het schilderij speelt zich nog een ander verhaal af. Want wie zijn die 19e eeuwse vrouwen? In ieder geval zit er mevrouw Gottlieb, Maurycy’s moeder en Laura Rosenfeld en haar moeder.

Laura Rosenfeld heeft uiteindelijk haar verloving met Gottlieb verbroken en zijn hart gebroken. Hij stierf op 23 jarige leeftijd. Laura trouwde met de rijke bankier Henschel. Na zijn dood (zij was dertig jaar met hem getrouwd en had vier dochters) heeft zij een geheel eigen carrière opgebouwd. Zij ging in de zorg voor armen en had contact met de feministen van haar tijd en hield zich bezig met de opvoeding van jonge meisjes. Weliswaar om hen krachtig, bewust en dienstbaar te maken voor het gezinsleven, maar in ieder geval niet om hen tot huissloof en huisslavin op te voeden. Zij werd bekend onder de naam Mutter Henschel. Zij is de overgrootmoeder van moederszijde van Christine Cornelius (haar achterkleinkind), die mij het artikel over Gottlieb’s schilderij gaf. Haar ouders boden Andreas Burnier in Eindhoven haar eerste onderduikadres. Een cultureel en intellectueel geïnteresseerd gezin (de vader, Peter Cornelius zat in het verzet) waarin zij zich als een vis in het water voelde en waarin zij helaas maar kort kon verkeren. In 1951 zal de echtgenoot van Andreas Burnier, Emanuel Zeylmans van Emmichoven, lid van Castrum en uitgever van het tijdschrift Castrum Peregrini* een nummer wijden aan Mutter Henschel. Hoe wonderlijk zijn de wegen van de geschiedenis!

Het opgraven van verborgen schoonheid en ellende en alles in het licht brengen is een taak die zich eindeloos zal herhalen en die we onvermoeibaar moeten voortzetten omdat het scheppen van een nieuwe cultuur niet kan zonder feministische archeologie. Je kunt niet voortbouwen zonder fundament. Een fundament dat is gelegd door diverse vrouwenbewegingen maar ook door veel individuele vrouwen als Rachel Carson, elke vrouw die haar mond opent voor #metoo, Els Kloek met haar twee monumentale werken 1001 vrouwen en de individuele 2002 vrouwen die zij heeft opgegraven uit de Nederlandse geschiedenis*, Karin Spaink die samen met anderen in de PSP beleid heeft ontwikkeld tegen seksueel geweld. Pnina Lahav en Dafna Izraeli die zo veel tijd en energie hebben gestoken in het analyseren van wat ook afgedaan had kunnen worden als een onbeduidend incident, of in het geheel niet zou zijn opgemerkt in een andere tijd. Maar ook werk verricht door minder voor de hand liggende vrouwen als Mutter Henschel, die de vrouwen in haar familie en daarbuiten, weliswaar in de geest van de tijd, krachtig en zelfbewust heeft gemaakt, en zo iemand als Maurycy Gottlieb die de wereld heeft weergegeven zoals hij die heeft gezien, een voorbode van moderniteit. 

Vele stappen, het gestaag doorploegen maakt de grond rijp voor nieuwe ontwikkelingen en voor een rechtvaardigere wereld. Onze argumenten en analyses kunnen het denken beïnvloeden maar de meeste mensen worden gedreven door emoties en daar kan de rede vaak niet tegenop. We zullen ook de harten moeten winnen en daar is veel tijd en uithoudingsvermogen voor nodig. 

  • De historische mannenclub van Castrum Peregrini en hun leermeeester Wolfgang Frommel worden, na vele getuigenissen die er niet om liegen, in een kwalijk daglicht gesteld wegens seksueel misbruik door met name Frommel onder het mom van ‘pedagogische eros’. Destijds was Castrum een gerespecteerd cultureel gezelschap met een eigen tijdschrift waarvan Emanuel Zeylmans van Emmichoven de uitgever was.
  • Pnina Lahav, ‘A Chandelier for Women. A Tale About the Diaspora Museum and Maurycy Gottlieb’s ‘Day of Atonement’ – Jews Praying on Yom Kippur.’ Project Muse. Israel Studies 11,1 (2006) 108-142.
  • Recent verscheen het tweede deel en naar aanleiding van deze publicatie is er een tentoonstelling in het Amsterdam Museum die vorige week werd geopend door Koning Willem Alexander. Dat onderstreept het belang van deze uitgave.

In Memoriam: Carla Brünott 1938 – 2017

Rede uitgesproken bij het afscheid van Carla Brünott op 26 augustus in Schuilkerk De Hoop te Diemen en als blog gepubliceerd op de website van Atria door Ineke van Mourik.

carlabrunott 

Een Fameuze Potteuze

Het was in de tweede helft van de jaren zeventig toen Carla Brünott mijn leven kwam binnen trompetteren. Ik woonde in Nijmegen en was een van de oprichtsters van De Feeks, vrouwenboekhandel, café en documentatiecentrum. Op de universiteit roerden de vrouwen zich ook en tijdens het eerste Heksencollege in 1977 vertelde Carla op het podium in de pauze dat zij samen met andere vrouwen een vrouwendrukkerij Virginia (vernoemd naar Virginia Woolf) aan het oprichten was. Daarvoor was geld nodig. Zij eindigde of begon haar oproep (dat weet ik niet meer precies) met subliem getrompetter. Zonder trompet, maar louter met haar stem. Mijn oren stonden op stelen! Later hoorde ik dat zij zangeres was die haar veelbelovende carrière had afgebroken en in het klooster was gegaan. Daar gebeurde wat in de licht erotische bouquetreeks romannetjes al zo vaak was beschreven: zij werd verliefd op een mede-non. Zij trad uit maar later organiseerde zij over het onderwerp van de ‘bijzondere vriendschap’ een studiedag in het moederklooster van de Zusters van Schijndel. En dat was nu typisch Carla. Zij wilde dingen bespreekbaar maken.

Jaren daarna, toen wij samen een keer toevallig langs haar oude klooster in Egmond kwamen, heeft zij mij het klooster laten zien. Op een gegeven moment vroeg ze of ik buiten wilde wachten want ze wilde moeder-overste nog even spreken. O, help dacht ik nog, zij gaat het weer over ‘bijzondere vriendschappen’ hebben en moeder-overste de oren wassen. En jawel, ze kwam aangeslagen terug want moeder-overste was koel en afstandelijk gebleven. Ik geloof dat zij haar toen ook het boek Lesbian Nuns heeft gegeven. Later kreeg zij een nare brief als reactie.

Carla kon het niet laten: als zij iets onrechtvaardig vond ging zij er zogezegd vol en radicaal in en dat leidde ook regelmatig tot aanvaringen.

Een bevlogen priester op blote voeten

Als kind was het haar diepste wens om priester te worden, maar die keuze was voor vrouwen verboden terrein. Zij koos, ondanks haar hartstocht voor zang en muziek, niet uit eigen vrije wil voor het conservatorium. Het was een wens van haar familie en omgeving en zij liet dat allemaal over zich heenkomen. Na een aantal jaren protesteerde haar lichaam: zij verloor haar stem.

Vervolgens koos zij voor het klooster, maar daar was voor de liefde (behalve dan die voor God) geen plaats. En opnieuw koos zij: maar nu om uit te treden. Op dat moment werd zij naar mijn gevoel een bevlogen priester op blote voeten die zonder instituut of druk van buiten de wereld rechtvaardiger probeerde te maken. Zij paarde een tomeloze werkdrift met talloze initiatieven om de positie van vrouwen te verbeteren en hun culturele bijdragen onder de aandacht te brengen. Ik werkte met haar samen bij het tijdschrift Lust & Gratie (waarvan zij de initiatiefneemster was) en typerend voor haar was dat toen ik een keer uit pure noodzaak bij Shell had getankt ik hel en verdoemenis over mij kreeg uitgestort. Heftig en bevlogen was zij maar uiteindelijk ook bereid om een blik in haar eigen ziel te werpen en dat verzachtte haar soms onverzettelijke natuur. Heftig was zij ook in haar liefdes. Zo heeft zij eens in dronkenschap voor de deur van een geliefde staan schreeuwen die er blijkbaar niet was. Zij werd opgepakt en in een cel gezet, verwenste het hele patriarchaat en heeft de hele nacht iedereen wakker gehouden met getrompetter en gezang. Een razende profeet laat zich zelfs in het hol van de leeuw niet de mond snoeren.

Haar eigen stem

Als ik nu over haar leven nadenk en het gesprek dat ik nog met haar had op donderdag 10 augustus toen we afscheid van elkaar hebben genomen, dan realiseer ik mij dat de essentie van haar leven toch de muziek was. Zij had daarin haar eigen weg willen gaan, maar door haar grote talent stortte de buitenwereld zich op haar. Zij was kwetsbaar en liet zich overspoelen, met het gevolg dat zij uiteindelijk haar stem verloor. In het klooster kreeg zij de naam Kerimeh, een persoon uit een Arabisch verhaal. Dat is op zich al wonderlijk in een christelijke omgeving. Deze Kerimeh was verloofd met een man die doof werd en die zijn gehoor zou terugkrijgen als zij haar stem offerde. Maar dan kenden de nonnen Carla toch niet goed. Uiteindelijk offerde Kerimeh haar stem om die van haarzelf terug te krijgen want na het klooster ging Carla een leven leiden zoals zij dat wilde en waarin muziek en zang altijd een grote rol bleven spelen. Op haar voorwaarden, op haar manier. Legendarisch was haar optreden in rokkostuum voor een enthousiast vrouwenpubliek. Haar kwetsbaarheid werd haar kracht. Zij heeft haar carrière geofferd maar niet haar stem, haar eigen stem, en die zal ik nog lang horen.

Brunott

Carla Brünott, laten we haar naam uitspreken want dat is de naam die zij droeg en die haar heeft vergezeld in haar aardse bestaan. Dat haar rebelse ziel moge worden opgenomen in het eeuwige licht.

Lees verder

Carla Brünott: een gepassioneerde potteuze

Archief Carolina Petronella Maria Brünott

 

In Memoriam: Nicoline Meiners 1942 – 2017

Rede uitgesproken op de afscheidsbijeenkomst van Nicoline Meiners op 4 maart 2017 in Schuilkerk de Hoop in Diemen door Ineke van Mourik. 

Meiners 2Als ik aan Nicoline denk, denk ik aan boeken. Veel boeken en overal: in haar kelder, haar huis, haar winkel en in andere voor het publieke oog verborgen opslagruimten. Door haar kwam ik in een rijke antiquarische vrouwenboekenwereld.

Ik weet niet meer precies wanneer ik haar voor het eerst ontmoette, de vrouw die door Ischa Meijer in een interview met haar ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van Lorelei in 1991, de antiquarioniste werd genoemd. Ik denk eind jaren zeventig begin jaren tachtig toen ik vanuit Nijmegen en werkzaam in boekhandel de Feeks vanwege de liefde en feminisme vaak in Amsterdam kwam. Nicoline’s winkel op de Prinsengracht was behalve een schatkamer van bekende en onbekende werken een ontmoetingsplaats. Nicoline troonde achter een tafel met haar kaartenbakken en op de tafel stond een ouderwetse theepot op een lichtje. De theepot, een  leunstoel en tafeltje met schemerlamp in de hoek, kwamen uit de erfenis van haar tante Annie. Daardoor kreeg de winkel een nog groter antiquarisch cachet.

Lorelei

Nicolione’s gehechtheid aan haar boeken was groot, zeker als het een bijzonder exemplaar betrof. Zo was ik begin jaren tachtig op zoek naar het subversieve S.C.U.M – manifest van Valerie Solanas en zij bleek dat thuis te hebben. Op een middag bracht ik haar een bezoek en we zaten op haar balkon thee en daarna wijn te drinken. Elke keer probeerde ik het gesprek op het S.C.U.M-manifest te brengen maar handig ontweek zij het onderwerp door enthousiast over andere boeken te vertellen. De aanhouder wint: uiteindelijk haalde zij het beruchte boekje tevoorschijn en heeft zij het met frisse tegenzin aan me verkocht.

Later toen ik werkzaam was als bibliothecaris bij het IIAV (nu Atria) gingen we een aantal keren samen haar opslagruimten in (op diverse plekken in de stad) om uit de door haar verzamelde schatten een selectie te maken voor onze collectie. Dat ging altijd gepaard met enorm (terecht) gemopper over de catalogus. Zo werd zij ook enigszins de schrik van diverse medewerksters toen ik haar had gevraagd de noodzakelijke correcties in de catalogus aan te brengen. Zij was een dwarse perfectionist, maar met een vurig feministisch hart. Zij heeft prachtige oude boeken, tijdschriften en pamfletten verkocht en geschonken aan het instituut.

In het interview met de soms treiterige Ischa (ze waren duidelijk aan elkaar gewaagd want zij heeft hem onder de tafel ook nog geschopt) zegt zij na een vraag van Ischa over hoe het eigenlijk met de vrouwenbeweging gaat: ‘Zolang ik er ben, is er niets aan de hand.’

De antiquarioniste is er niet meer en ook haar winkel is verdwenen, maar zo lang wij haar gedenken is zij er en leeft haar boekenziel voort.

Meiners

Elk mens sterft twee maal

Als we ter hoogte van Xantippe fietsen over de zonnige of regenachtige Prinsengracht

denken wij aan haar.

Als de geur van oude boeken en vochtige pamfletten onze neuzen prikkelt

denken wij aan haar.

Als de Lorelei in onze oren zingt

denken wij aan haar

Als we strijden voor rechtvaardigheid voor vrouwen wereldwijd

denken wij aan haar.

Als we de vrolijkheid in de rondborstige kunst van Nikki de St. Phalle zien

denken wij aan haar.

Als we denken aan de literaire salons waar onze geest werd geprikkeld

denken wij aan haar.

Als we iets goed kunnen doen door wat zij ons leerde

denken wij aan haar

Zolang wij leven blijft zij leven,

Zij is een deel van ons, zolang wij haar herdenken

 

Bij zonsopgang en zonsondergang

denken wij aan haar.

Bij het waaien van de wind, in de kou van de winter

denken wij aan haar.

Bij het openspringen van de knoppen in de lente,

denken wij aan haar.

Onder de blauwe hemel, in de hitte van de zomer

denken wij aan haar.

Bij het ritselen van de bladeren, in de schoonheid van de herfst,

denken wij aan haar.

Wanneer het jaar begint en wanneer het eindigt

denken wij aan haar.

Zolang wij leven blijft zij leven,

Zij is een deel van ons, zolang wij haar herdenken

(Variant van joods gedicht)

Zie ook: De getijden van Nicoline Meiners, een boekje dat gemaakt is na haar overlijden met de speeches op de afscheidsbijeenkomst en meer informatie over Nicoline en haar antiquariaat Lorelei. Aanwezig in de collectie van Atria www.atria.nl

 

 

Lesbian Nation

Verhaal uitgesproken op 9 december 2016 t.g.v. een bijeenkomst/reünie van Lesbian Nation bij Cantina Vocaal te Amsterdam door Ineke (Daniel) van Mourik.

Lesbian nation3

Ik vraag mij regelmatig af of ik als ik in een ander tijdperk was geboren niet in het gekkenhuis terecht zou zijn gekomen. Je diep van binnen onbehaaglijk voelen, voelen dat er iets niet klopt in de wereld die je kent van opvoeding en onderwijs, is niet genoeg om je als individu los te kunnen worstelen uit een cultuur. Daarvoor heb je anderen nodig, kennis van hoe de wereld is geworden wat zij is en ideeën over hoe je een cultuur zou kunnen veranderen. Blijkbaar moet je ook de tijd mee hebben en die had ik. Als eind jaren zestig de vrouwenbeweging weer een nieuwe impuls krijgt, wordt dat voor mij het begin van een eindeloos avontuur. Ik las en las. Boeken van feministische schrijfsters werden dagelijkse kost. Maar ik bleef een kamerfeministe, veilig achter mijn bureau in Nijmegen, met lineaal en potlood in de hand om alles aan te strepen wat voedsel voor mijn uitgehongerde ziel was. Van o.a. Paarse Septemberkrant, S.C.U.M. manifest, Jill Johnston’s Lesbian Nation (1973) tot Germaine Greer, The Female Eunuch en opnieuw De Tweede Sekse van Simone de Beauvoir.Terwijl Dolle Mina demonstreerde, Joke Smit de topfeministe was en MVM op volle toeren draaide, bleef ik mij deels een buitenstaander voelen.

Totdat ik via een vriendin werd gevraagd om voor het landelijke tijdschrift Lover tijdschrift signaleringen te maken. Weer later werd ik in de tekstredactie gevraagd. Regelmatig vergaderden we met de redactie in Nijmegen en later vooral in Utrecht bij de Heksenkelder, de eerste vrouwenboekhandel in Nederland die in 1975 werd opgericht. Een volgende stap naar buiten was het samen met anderen organiseren van een  vrouwenavond bij Dien in het café De La Paix waar de Nijmeegse lesbische vrouwen elkaar troffen rond de flipperkast en het billard. Zochten we daarvoor onze toevlucht in duistere homokroegen, bij Dien werd het al feministischer.

Toen gebeurde er iets dramatisch dat mijn leven een grote wending zou geven: mijn oudste zus verongelukte op 27 maart 1977 in het grote vliegtuigongeluk op Teneriffe. Ik studeerde nog, liep stages en aarzelde over de toekomst. Ik wilde niet de wetenschap in en mijn opleiding tot orthopedagoge had mij in instellingen (o.a. gevangenissen) gebracht waarin ik mijzelf als de grootste gevangene beschouwde. Het verlies en een aantal maanden van depressie die erop volgden, maakten iets in mij los dat mij bevrijdde. Ik besloot mijn hart te volgen en wilde (ook al had ik geen enkele ervaring met zakendoen) een vrouwenboekhandel oprichten. Ik sprak erover met Ineke Zijlmans. Zij kende een vrouw die dezelfde plannen had. Dat bleek Veronie Koopmans te zijn die al een aantal vrouwen op het oog had. We kwamen bij elkaar, besloten tot oprichting van een vrouwenboekhandel, café en documentatiecentrum, en op 23 november openden we aan de Eiermarkt in Nijmegen, de Feeks.

Wie een cultuur wil scheppen of herscheppen, begint met kennis en overdracht, een ontmoetingsplaats en en legt alles vast voor de toekomst. In een opmerkelijk korte tijd lukte het de eerste stap hiertoe te zetten met een simpele formule, zonder businessplan, en met weinig geld. Elders in het land waren er al vrouwenhuizen, maar er kwamen meer en meer vrouwenboekhandels en vrouwencafé’s en het hart van die laatste initiatieven werd gevormd door de lesbisch-feministen.

De Nijmegen – Amsterdam Connectie

Er is afstand en gevoelsafstand. Zo is de reis van Nijmegen naar Amsterdam korter dan die van Amsterdam naar Nijmegen. Dus namen wij, lesbisch feministen van het eerste uur, regelmatig de trein naar Amsterdam. Amsterdam was al langer het Walhalla van vrijheid van ‘the love that  dare not speak its name’ en van kroegen als Taboo, Coupé de Paris en dansgelegenheden als de Schakel. Maar nu vermengde deze ‘verboden’ liefde zich met het feminisme en bezochten we andere kroegen zoals het fameuze ‘Schaartje’ in de Spuistraat en ‘De Lange Gang’. In andere steden was een zelfde ontwikkeling te zien. Er ontstonden eilanden van lesbisch-feministische cultuur waarbij Lesbos verbleekte. Maar Amsterdam was Sappho en de lesbo’s van buiten Amsterdam zaten graag aan haar voeten (ook al hadden wij in Nijmegen onze eigen oude Sappho, Andreas Burnier).

ScanDe Nijmeegse meisjes werden wij genoemd in vrouwencafé Saarein en vrouwenboekhandel Xantippe. Het opmerkelijke was dat wij ons als provincialen via liefdesrelaties, café-bezoek en deelname aan activiteiten moesten invechten in de Amsterdamse lesbo-cultuur. Een cultuur die wij met elkaar deelden en steeds meer gingen delen. Mijn relatie met Maaike Meijer bracht mij diep in de Amsterdamse lesbo-cultuur en na het drinken van een halve fles whiskey met Sjuul Deckwitz in boekhandel Xantippe werd de band met de vaste clientèle van het nabijgelegen vrouwencafé Saarein ook steeds inniger.

In Nijmegen werd De Feeks het ontmoetingscentrum  van alle vrouwen die iets wilde (feministische actie of een vriendin, of vaak allebei).  We initieerde een groot internationaal muziekfestival (1980), we deden mee aan demonstraties, gaven boeken uit, organiseerden avonden over kunst, literatuur en politiek, discussieerden tot we erbij neervielen, gaven veel feesten (zoals het Jurkenfeest of kom als uw favoriete schrijfster), hadden ook net als in Amsterdam een moeder-dochterdag, en verzonnen ludieke acties in de stad en practical jokes in de boekhandel (dit soms tot lichte verontwaardiging van klanten). We hadden een ongelooflijke collectie boeken, tijdschriften en platen en bestelden die in alle hoeken en gaten van de wereld. We reisden zelfs naar Parijs om daar boeken te gaan ophalen als het Franse chauvinisme te erg opspeelde.

We spitten de hele geschiedenis om en groeven naar de schatten die daarin verborgen lagen en maakten nieuwe geschiedenis door het scheppen van een cultuur die meer was dan een subcultuur. Een cultuur die de patriarchale fundamenten wilde vervangen door andere, meer humane. Een cultuur waarin vrouwen hun potentieel konden ontwikkelen en konden bijdragen aan en nieuwe visie op de samenleving. Tegelijkertijd bloeiden de liefdesrelaties en gingen ook weer ten onder. Er werd druk geëxperimenteerd en alles werd uit-en-te-na besproken.

Je had in Nijmegen het Vrouwencentrum en je had De Feeks, maar de meer politiek incorrecte potteuze dames wilden meer. We organiseerden een Pottenmaand met openbare receptie midden in een drukke winkelstraat op de Ganzenheuvel en onder de bezielende leiding van Ineke Zijlmans en Bobby Linschoten (later stond ik daar ook achter de bar) werd er op zondagavond in de kelder van homocafé De Plak, in de Pottengrot*,  gedanst op foute muziek en boden wij voor het dansen provocerende activiteiten aan) en we brachten Lesbiafonia ten gehore. Wat de Nijmeegse Feeks ook kenmerkte was dat we ook deel uitmaakten van alternatief Nijmegen en daarom vaak werden betrokken bij andere acties zoals de fameuze bezetting van de Piersonstraat. En we waren de enige in Nederland (tot afgrijzen van een deel van de vrouwenbeweging) die een aantal personen in de Feeks betaalde. Achteraf gezien waren we dus eigenlijk voorlopers, maar dit terzijde.

In al die jaren maakten velen van ons regelmatig de korte reis naar Amsterdam en soms ondernamen de Amsterdamse meisjes (meestal vanwege de liefde of korte flirtations) de lange reis naar Nijmegen.

In Amsterdam demonstreerden we mee in de eerste homodemonstratie in 1979 en samen met Amsterdam speelden we uit en thuis in het damesvoetbal. We zaten in de zaal bij de fantastische playbackshows en gingen naar alle plekken in de stad waar iets gebeurde op feministisch, maar vooral lesbisch feministisch gebied. De weekenden in Amsterdam waren een mengeling van het zakelijke, organisatorische, ideologische, het feestelijke, het liefdesleven, van humor en verdriet, van dansen en drinken. En uit die kolkende creatieve chaos ontstonden nieuwe initiatieven.

Zo werkte ik vanuit Nijmegen mee aan Lover, het Lesbisch Prachtboek (1979) en later, toen ik verhuisde naar Amsterdam, aan het tijdschrift Lust & Gratie.

De maagdelijke geboorte van een nieuwe cultuur

Dat wat subcultuur werd genoemd is naar mijn idee veel meer dan een subcultuur geweest. Het was en is nog steeds een revolutionaire beweging die zonder wapens een nieuwe werkelijkheid probeert te scheppen. De geboorte van deze cultuur was een maagdelijke en daarom een van vrouwen. Want dat hebben we ook geleerd: als er sprake is van een maagdelijke geboorte dan kan dat alleen door parthenogenese en dan zijn de borelingen vrouwelijk.

Na bijna veertig jaar zijn we hier om elkaar zoveel mogelijk verhalen te vertellen. Verhalen die wij willen documenteren voor de generaties na ons. Om de oneindige creativiteit en diversiteit te laten zien van een feminisme dat veel verder reikt dan emancipatie, verder dan het glazen plafond, verder dan de bestrijding van onrecht en geweld tegen vrouwen.

LesbianNation2

Maar wie weet zijn we ook weer bij elkaar om door te gaan en nieuwe initiatieven te ontplooien. De wereld is veranderd, maar helaas niet alleen ten goede en wat we nu meer dan ooit nodig hebben is een vernieuwende strijdbaarheid. Een strijdbaarheid met wijsheid en inzicht.

We kunnen niet op onze lauweren gaan rusten. Wij maakten deel uit van een van de meest revolutionaire bewegingen van de vorige eeuw. Laten we dat ook blijven in deze eeuw. Provincialen en grootstedelijken Verenigt U!

* Ik heb hierover geschreven in mijn boek Tropenritme in het hoofdstuk ‘De Directrice van het Nachtheelal’. 

Zie meer over Lesbian Nation op de site: vrouwennuvoorlater.nl

De hele bijeenkomst is gefilmd door Netty van Hoorn en deze film ligt ter inzage bij Atria en IHLIA. 

LOVER 40 jaar: van papieren tijger tot online journalistiek

Toespraak bij het 40-jarig jubileum van LOVER op 26 oktober 2014 in de Vondelbunker te Amsterdam door Ineke van Mourik (oud redactielid).

Terwijl niet zo ver van ons vandaan een heftige oorlog woedt die je ook zou kunnen omschrijven als een oorlog van het ‘vrouwelijke’ principe dat leven heet (democratie, autonomie van vrouwen – de Koerden) tegen een doorgeslagen ‘mannelijk’ principe dat dood heet (IS en hun fascistische totalitaire ideologie), bevinden wij ons in een land dat sinds 1945 vrede kent, en vieren wij feest in een bunker, de Vondelbunker. Hoe ironisch. Oorspronkelijk een schuilkelder, later in de jaren zestig was dit een vrijplaats voor softdrugs en alles wat maar alternatief was.  Het siert Lover dat wij hier op deze grassroot plek ons historisch feest vieren.

Lover bestaat 40 jaar en het was geen tocht door de woestijn die nu is geëindigd in het beloofde land, want we zijn nog steeds op weg naar samenlevingen die vrouwen wereldwijd gelijke kansen, waardigheid en autonomie moeten bieden.

Lover bestaat 40 jaar en ik ben trots op deze mijlpaal en ik ben trots op al die vrouwen en mannen die het tijdschrift en nu de website tot een belangrijk podium van de feministische beweging hebben gemaakt.

In het begin van de jaren zeventig en in de daaropvolgende jaren verschenen talloze tijdschriften en tijdschriftjes, er waren vrouwenboekhandels, café’s, vrouwenhuizen en het feministische actiewezen en de feministische cultuur van vrouwenvoetbal tot vrolijke vrouwenfestivals bloeide. Er bestond een uitgebreide subcultuur die eind jaren tachtig, begin jaren negentig langzaam verdampte of werd opgenomen in de zogenaamde mainstream van politiek en instituties.

Was dit het teken van ‘de dood van de feminist’? De ironische titel van deze feestelijke gebeurtenis. De tegenstanders van het feminisme hoopte daar al lang op maar met het feminisme gaat het net zo als met God. De atheïsten willen wel dat hij dood is of gaat, maar het bestaan ervan is hardnekkiger dan zij hoopten. God is onsterfelijk omdat mensen hem in leven houden of in leven willen houden. Het feminisme is hetzelfde lot beschoren en heeft de wonderlijke eigenschap om na een periode van inkeer weer met hernieuwde energie te reïncarneren.

LOver2

In 1974 verschijn de eerste Lover. Het was de bedoeling om door middel van samenvattingen en besprekingen van publicaties uit alle hoeken van de vrouwenbeweging een breed overzicht te geven van de feministische cultuur. Lover, sloeg op LiteratuurOVERzicht en was niet een nieuw pornoblad zoals menigeen dacht en hoopte.

Van korte signaleringen ontwikkelde Lover zich naar een tijdschrift met meer artikelen en analyse. Ik woonde in die tijd in Nijmegen, studeerde er ortho-pedagogiek maar verdiepte mij toen al enthousiast in de feministische literatuur. Ik was een echte bureau-feministe maar al snel ontstond het eerste initiatief: de oprichting van een vrouwenavond (dat werden de beruchte woensdagavonden bij Dien) in ons stamcafé La Paix. Daar dronken we (teveel), we discussieerden (veel), er werd geflipperd en nieuwe liefdes bloeiden en verwelkten. Pas een aantal jaren later, in 1977, zou ik samen met andere vrouwen de vrouwenboekhandel, café en documentatiecentrum De Feeks oprichten.

In 1974, ten tijde van de oprichting van Lover waren we nog pril en onbezonnen en bezochten homocafé’s omdat die de vrijhavens waren voor onaangepast gedrag. De feministen waren op een hand te tellen en er was er een die mijn geliefde was. Zij was journaliste en had contact met de Loverredactie en door haar belandde ik bij Lover waar ik in het begin de Tijdschriftenoverzichten samenstelde. Spoedig belandde ik in de tekstredactie, ging zelf ook schrijven (met veel bloed zweet en tranen en de hulp van Ria van Hengel, een mederedactielid) en maakte tot 1981 deel uit van de redactie. Later zat ik nog tot in de jaren negentig in de redactie van Lust & Gratie.

De redactieleden van het eerste uur waren vrouwen uit het hele land en een man, Jeroen de Wildt, medeoprichter van Lover (voortgekomen uit een initiatief van MVM). Wij vergaderden een keer per maand in Utrecht in de Heksenkelder. Deze vergaderingen waren voor mij altijd nauw verbonden met bezoek aan de boekhandel en café (de Heksenkelder was de eerste feministische boekhandel annex café in Nederland) Na de vergadering bleef ik meestal tot ver in de nacht aan de bar hangen. Ik geloof dat ik daar in de boekhandel en aan de bar mijn inspiratie heb opgedaan om later in 1977 ook in Nijmegen zoiets dergelijks op te richten.

De eerste jaren werd Lover nog ambachtelijk in het Vrouwenhuis te Amsterdam in elkaar geplakt en ik weet nog dat ik dat een keer omdat degene die dat normaal deed, Robertine Romeny, ziek was, deze taak kreeg toebedeeld. De verlokkingen van het Vrouwenhuis waren erg groot en ik zie mij nog aangeschoten en bloednerveus het blad in elkaar plakken.

Op de vergaderingen verdeelden we de taken en vervolgens werd er thuis gewerkt. Ik woonde op een kamer en de telefoon op de gang was mijn poort naar buiten. Staande, met de telefoon in de hand en mijn papieren op een schuin plankje moest ik de stukken met auteurs doornemen. Later kwam er een eigen telefoon. Those were the days .

Ik begon te schrijven en dat waren in het begin vooral stukken, artikelen over verkrachting, incest, en pornografie. Daarvoor moest ik veel lezen en ik ontdekte op een gegeven moment dat dat mij langzamerhand begon te vergiftigen. Ik kon aan niets anders meer denken en zag overal seksueel misbruik. Vanaf het moment dat ik in elke vader met kind op schoot in de trein een perverseling ging zien, begon ik het roer om te gooien.

Lover3Ik wilde de nadruk leggen op het positieve in de vrouwenbeweging, wijzen op interessante boeken of personen die ons verder zouden brengen. Kortom ik werd meer een culturele feministe dan een politieke of activistische ook al deed ik wel mee aan demonstraties en ondersteunde ik acties.

Lover bood een goed podium om vrouwen uit te nodigen ook te gaan schrijven over onderwerpen die niet alleen maar kommer en kwel waren. Omdat we zo breed georiënteerd waren, was er zelden onenigheid over de artikelen. Ik herinner me maar een onaangename aanvaring toen de redactie besloot om bij een interview met Andreas Burnier een waarschuwend commentaar te zetten en te wijzen op een komende reactie.

Weer later kreeg Lover een meer wetenschappelijke kleur naarmate er meer vrouwen van vrouwenstudies in de redactie kwamen. Maar daarover kan Christine Franken meer vertellen.

Toen ik dit praatje aan het voorbereiden bespeurde ik bij mijzelf een lichte weerzin om 40 jaar terug te gaan. Niet omdat het niet belangrijk is, maar het is voor mij, zij het op een iets andere manier, verleden. Ik heb ervan geleerd, ik heb geen nostalgische gevoelens ook al vertel ik af en toe graag een anekdote uit die tijd. Het heeft te maken met hoe ik naar mijzelf kijk. Ik ben weliswaar gevormd door de Tweede Golf, ik heb er zelf deel van uitgemaakt, maar de ontwikkeling gaat door. Ik ben evengoed deel van de Derde Golf omdat ik in deze tijd leef. Dit heeft ook te maken met een sterk gevoel voor continuïteit dat ik in mij draag.

Wij staan op de schouders van eigenzinnige individuen die ondanks tegenwerking en niet gesteund door een vrouwenbeweging de weg hebben bereid. Kunstenaars als Berthe Morisot, Camille Claudel en Georgia O’Keefe. Schrijfsters als Kate Chopin, George Elliot, denkers als Mary Wollstonecraft, Simone de Beauvoir en nog vele anderen.

We staan op de schouders van het collectief van vrouwen van de Eerste Golf en Tweede Golf en bouwen zo voort aan een wereldwijde, globale beweging van rechtvaardigheid, gelijkwaardigheid, gelijkheid en autonomie.

LOVER

Het verleden is om van te leren, om de verhalen te kennen, om te behouden wat goed was, om te laten sterven wat nu niet meer bruikbaar is, te veranderen wat niet meer in de tijd past en nieuwe visies te ontwikkelen. Het is een eeuwige evolutie, een geweldloze revolutie. Daarom is het zo bijzonder dat Lover zo lang bestaat en zich van papieren tijger heeft ontwikkeld tot online journalistiek podium.

De feminist is dood, leve de feminist, leve Lover!

Afscheid Maaike Meyer hoogleraar

Essay geschreven in 2014 voor de essaybundel bij het afscheid van Maaike Meijer.

images-1

Met jouw mond bij mijn oor

De orale traditie in het leven en werk van Maaike Meijer

‘In an oral culture, words are supported by the presence, the energy and the reputation of the speaker, they are the extension of his or her power and they exact attention from the listeners as measured against the eminence of the speaker’ (Derrick de Kerckhove, Oral versus Literate Listening) (1)

Het is in de tweede helft van de jaren zeventig, de heftige bloeitijd van het feminisme, als ik vanuit Nijmegen Maaike in Amsterdam bezoek. Maaike studeerde mediaevistiek en gaf tegelijkertijd les aan een middelbare school. Zij was gepassioneerd in haar studie en het lesgeven zat haar in het bloed. Met de wind in de haren, geliefde voor op stang van haar herenfiets tussen haar stevige armen, hond in een kistje achterop, fietsten we langs de Amstel. (2)

Met haar mond dicht bij mijn oor kreeg ik de regels van de retorica uitgelegd, werd het raadsel van de jonkvrouw die nooit lachte in de Graalromans uitgeplozen en tussendoor werden gedichten geciteerd.  Als het al te verheven werd, barstte Maaike los in de onvervalst Amsterdamse smartlap: ‘Wordt nooit verliefd’, een lied dat tot op heden nog regelmatig door haar wordt aangeheven op feesten, partijen of gewoon op straat.

Zoals een Initialtraum bij Freud wordt in dit lied de hele levensloop en levensbeschouwing van Maaike reeds aangekondigd. Natuurlijk is zijzelf de beste persoon om hier een analyse op los te laten, maar ik zal een bescheiden poging doen geïnspireerd door Maaike’s oratie bij het aanvaarden van de Opzij leerstoel in 1999.(3)

9056810553

Even terzijde dient nog vermeld te worden dat ik nog nooit zoveel lachende hoogleraren bij een oratie heb gezien als bij deze. Niet alleen door de komst van Corry Brokken aan het einde, maar ook omdat de kersverse hoogleraar haar betoog illustreerde door zelf fragmenten van de liederen te zingen.

Maar nu eerst de tekst van het lied. Voor degenen die het willen horen of willen meezingen, verwijs ik naar Youtube. (4)

Wordt nooit verliefd
(Louis Davids/Margie Morris 1920)

Zoodra ik zestien jaren werd,
Heeft moeder me gezegd:
‘Mijn kind, vertrouw het manvolk niet,
Die kerels zijn zoo slecht,
Ze maken al de meisjes gek,
Alleen voor tijdverdrijf,
Ze hebben allemaal het zelfde
Smoessie an d’r lijf.’
En hoe meer ik het bekijk,
Mijn moeder had gelijk.

Refrein:
Wordt nooit verliefd, want dan ben je verloren,
Je zeilt er in tot allebei je ooren.
Wordt nooit verliefd, meisjes, wat ik zeg is waar,
Als je verliefd wordt, dan ben je de sigaar.

Mijn moeder zei: ‘De man houdt eerst
Een meisje aan de praat.
Je krijgt een advocaatje en
Een stukkie chocolaad.
Je zegt op alles ja en je
Bent veilig en vertrouwd,
Wanneer je ‘m vijftig centimeter
Van je lijf af houdt.’
En hoe meer ik het bekijk,
Mijn moeder had gelijk.

Ik heb mijn moeder eens gevraagd:
‘Mijn vrijer houdt zo aan,
Die wil bij avond altijd in ‘t
Plantsoentje wand’len gaan.’
Toen zei mijn moeder: ‘Ga je gang,
Dat wand’len kan geen kwaad,
Als het maar altijd wandelen blijft
En je nooit zitten gaat.’
En hoe meer ik het bekijk,
Mijn moeder had gelijk.

In haar oratie spreekt Maaike over teksten uit de jaren vijftig en zestig en hoe deze teksten en beelden bemiddelen in het tot stand komen van nieuwe identiteiten, nieuwe zelfbeelden. Maar zou je dat ook al kunnen zeggen over een lied uit de jaren twintig? Het is een ironisch, realistisch lied en tegelijkertijd een tragisch lied. Want de pil was nog ver weg, seksualiteit eerder een kwaad dan een goed, wandelen nog onschuldig vermaak zolang je maar niet ging zitten, en de dochter neemt de raad van de moeder ter harte. Mannen worden afgeschilderd als schobbejakken die maar op een ding uit zijn en ook daar lijkt de dochter de moeder gelijk in te geven. Zo is de wereld en je kunt er maar het beste rekening mee houden, want anders ben je de sigaar. Tegelijkertijd weten zowel de moeder als de dochter dat je uiteindelijk toch de sigaar bent (als je in het huwelijk treedt) en dat je er maar het beste van kunt maken en zo’n lied helpt daarbij. Het lied zou je als de eerste stap kunnen zien uit het moralisme van de cultuur en religie naar een wat ironischere benadering, lachen om de ellende die je ten deel kan vallen. Zingen tegen de verdrukking in.

In de jaren zeventig krijgt dit oude lied een heel andere kleur. Een kleine groep lesbisch-feministen zingt het uit volle borst als strijdlied. Het lied weerspiegelt nog steeds een realiteit maar de tekst die meezingt, die als boventonen boven de melodie en de woorden uitstijgt, is dat dochters zich aan dat noodlot kunnen ontrekken en hun eigen identiteit kunnen verwerven zonder zich te hoeven overgeven aan heteronormen. Een radicale visie die elke keer werd onderstreept als we het lied zongen. We vergaten daarbij dat wij ook met het refrein te maken zouden krijgen, dat was van later zorg.

images-2

Feit is dat het populaire lied ‘Wordt nooit verliefd’ uit de Jantjes zich door middel van de orale cultuur een plaats heeft verworven in de lesbische vrouwencultuur. Er is in de loop van de geschiedenis betekenis aan toegevoegd die er niet door de schrijvers Louis Davids en Margie Morris in is gelegd.

Voordat Maaike bij de universiteit ging werken was zij activiste, publiceerde, vertaalde en gaf lezingen. Door haar werk bij de universiteit heeft haar talent zich verdiept en hebben de twee werelden van binnen en buiten de universiteit zich verenigd in wat ik als het hoogtepunt beschouw van haar  carrière tot nu toe: de biografie van Vasalis.

Een van de leukste, meest creatieve, speelse, feministische hoogleraren neemt nu afscheid van het wetenschappelijke bedrijf. Een hoogleraar die ook trouw bleef aan haar hartstocht voor de orale cultuur en die combineerde met haar wetenschappelijke status.

Het leven houdt niet op na je pensioen. Er zal worden geschreven, gelezen en herlezen, gezongen, gedanst en gestreden. En we zullen gedichten aan elkaar voorlezen. Zoals dit gedicht van Adrienne Rich dat Maaike vertaalde en dat geen enkele analyse nodig heeft:

I

In deze stad waar bioscoopreclames flikkeren

vol pornografie, science-fictionvampieren,

gehuurde slachtoffers gebukt onder de zweep,

moeten ook wij lopen … zo gewoon

als door verregende vuilnis, langs de alledaagse

wreedheden van onze eigen buurt.

We moeten ons leven pakken midden in

die ranzige dromen, die schroothoop, die afgang

en de rode begonia die gevaarlijk flitst

op de vensterbank van een huurkazerne, zes verdiepingen hoog,

of de jonge meisjes met lange benen die een balspel doen

op de speelplaats van de junior highschool.

Niemand heeft ons bedacht. We willen leven als bomen,

wilde vijgebomen, lichtend in de bezwavelde lucht

met littekens bedekt, toch overdadig in de knop,

onze hevige hartstocht in de stad geworteld.

 

Noten:

1 Don Campbell (red.), Music: Physician for Times to Come. Quest Books Theosophical Publishing House, Wheaton (Ill.) 2000.

2 Dit is een typisch beeld uit de jaren zeventig. Daartoe behoorde in bepaalde kringen het toeëigenen van herenfietsen door (meestal) lesbisch-feministen, het roken van sigaren en pijp in mannencafé’s, het dragen van geheime jongensnamen in navolging van beroemde schrijvers als Andreas Burnier, George Sand en George Eliot, en een niet-feministisch politiek-correcte bewondering voor de geschriften van G.K. van het Reve.

3 MaaikeMeijer, Machtige melodieën. Populaire teksten uit de jaren vijftig en zestig als bron voor cultuurgeschiedenis. Universiteit Maastricht, 1999.

4 Adrienne Rich,Eénentwintig liefdesgedichten. Vertaald door Maaike Meijer, Uitgeverij Vrouw Holle, Utrecht 1980.

 

Lezen: Wat de verbeelding niet vermag! Essays bij het afscheid van Maaike Meyer. Redactie Agnes Andeweg en Lies Wesseling. Uitgeverij Vantilt, Nijmegen 2014 Opgenomen in de collectie van Atria, kennisinstituut van emancipatie en vrouwengeschiedenis te Amsterdam

 

Barsten in het paradijs

Column geschreven voor OPZIJ oktober 2012

Tot mijn 11de levensjaar was mijn leven een paradijs en deed ik alles wat mijn jongens- en meisjeshart begeerde. Maar met het klimmen der jaren kwamen er barsten in dat paradijs. Het bleek te zijn opgedeeld in gebieden die je als meisje niet meer mocht of kon betreden. Me daarbij neerleggen zit niet in onze genen of, zoals mijn zusje altijd zegt: ‘Als ik een hek zie wil ik eroverheen.’ Het feminisme kwam als geroepen en toen ik door veel lezen ontdekte dat een wereld van wetenschappelijk, religieus en patriarchaal geblaat het fundament vormde van deze wereldwijde discriminatie was ik wakker.

Al tijdens mijn studie nam ik een radicale beslissing en begon met een aantal vrouwen in 1977 een vrouwenboekhandel/documentatiecentrum en café in Nijmegen, De Feeks. Zonder noemenswaardige PR stroomden de vrouwen toe en wij droegen bij aan een levendige landelijke feministische subcultuur. De innerlijke noodzaak was hoog, de tijd was rijp en er voltrok zich een wonderbaarlijke revolutie die ik als de succesvolste van de twintigste eeuw beschouw. Er was nauwelijks geld, maar veel inspiratie, inzet en energie brachten in een relatief korte tijd enorme veranderingen teweeg.

En hoe ligt de wereld er nu bij? Ik beweeg mij tussen himmelhoch jauchzend und zu Tode betrübt: de meiden van het voetbalteam FC Twente krijgen een auto, kleding en geld om zich in het damesvoetbal waar te maken. Vrouwen aan de top stoten hun hoofd aan het glazen plafond of raken verdwaald in het labyrinth. Het aantal vrouwelijke hoogleraren is bedroevend laag. Vrouwen doen het goed in de studie en lijden aan keuzestress omdat alles mogelijk is.

Op straat fietsen vrouwen op herenfietsen. Wereldwijd zijn vrouwen slachtoffer van uitbuiting en geweld. Wereldwijd roeren vrouwen zich en wij kunnen ons nu via de sociale media makkelijker dan in de vorige eeuw met elkaar verbinden en acties voeren. Want de revolutie is niet ten einde, zij gaat door. Luid roepend en krijsend, bedachtzaam analyserend, in het persoonlijke en politieke, in huis en op straat en in de stilte van een gestage innerlijke ontwikkeling die de eeuwenlange indoctrinatie zal transformeren.

Innerlijke noodzaak, gevoel van rechtvaardigheid en ethisch handelen zijn mijn feminisme en ik voel me verwant met al degenen die vanuit eenzelfde visie het leven vorm willen geven.