Opgehokt, uitgeteld en van de troon gestoten

Corona in 2020

Dit is een tijd waarin de sluiers die nog over onze resterende dromen lagen, worden weggerukt. Een onthullende tijd: er is een nieuwe mondiale oorlog zonder menselijke vijand, maar tegen een virus dat ons bedreigt. Een voor het gewone menselijke oog onzichtbare vijand. De leiders van diverse landen, zoals Macron, Trump en Orbán bezigen oorlogstaal en in de straten lopen militairen. ‘Ik ben een oorlogspresident’ zei de zelfverklaarde ‘dappere’ Trump die eerst het gevaar ontkende, daarna China beschuldigde, en nu al bij voorbaat een heldenrol claimt. 

Dit is een interessante tijd want al het wapengekletter, alle echte oorlogen, alle uitpuilende wapendepots, alle bewapende survivalists, jihadisten en rebellengroepen in landen waar het volk nauwelijks voldoende te eten heeft maar waar altijd geld is voor wapentuig, halen niets uit tegen de onzichtbare vijand met de mooie naam Corona. Het virus, een bolletje met stekels als een kroon, vertoont een treffende gelijkenis met het uiterlijk van een strijdvlegel, een martelwerktuig, een knuppel met aan het uiteinde een metalen bol met scherpe punten. 

Strijdvlegel

Dit is een tijd van de grote omkeer en herwaardering. Een tijd die het heldendom met zijn ego’s en narcistische eigenwaan doet ontploffen en verpulveren want de ware helden staan niet op pleinen in hun wapenrusting, maar zijn degenen die altijd al in oorlogen een rol op de achtergrond hadden, en die nu op de voorgrond treden. Zij zijn degenen die het leven in stand houden: de mensen in de zorg die de dood buiten de deur proberen te houden, leraren die kinderen blijven onderwijzen, de mensen die ondanks alles blijven schoonmaken en onze rotsooi opruimen, mensen die voor onze voedselvoorziening zorgen. Het is een tijd waarin we het onderscheid kunnen leren tussen wat gedegen wetenschappelijk onderbouwd is en goed gedocumenteerde journalistieke berichtgeving, en wat leugens en online hoaxes zijn.

Een tijd van nieuwe waardering voor creativiteit, kunst, ethiek en technologie. Voor al degenen die ons nu laten zien dat in elke beperking nieuwe mogelijkheden schuilen en die andere visies proberen te ontwikkelen. Want zíj zijn het die voortbouwen op de ideeën en initiatieven die er al decennialang zijn maar nog niet voldoende in de samenleving zijn doorgedrongen: over onze aarde en het kostbare ecosysteem, over onze omgang met ouderen en zwakken in de samenleving, over een meer gelijke verdeling van geld en goederen, over onze onstilbare machtswens en controlehonger en hoe die om te buigen, over het waanzinnige gesleep van mensen en goederen over de aardbol en over verspilling, vernietiging en vergiftiging van de aarde, over een andere manier van reizen en toerist zijn, over hoe een patriarchale cultuur van geweld en oorlog te transformeren in een cultuur van leven, over hoe technologie ons kan dienen, hoe de verziekte verhouding tussen de seksen kan veranderen in een inspirerende bron van hoe we met elkaar omgaan, over kunst als essentiële uiting van onze menselijkheid en niet een hobby, of luxe.  

Maar vooral hoop ik dat het een tijd van grote omkeer in het verafgoden van de Grote God Geld wordt. We zijn helaas teveel van die Grote God gaan houden en hebben hem zoveel eer bewezen dat we er nu bijna aan onderdoor gaan. Terwijl de aandeelhouders en CEO’s van gigantische multinationals zich als Oom Dagobert wentelen in hun goudbergen, bezwijkt een groot deel van de mensheid onder de last van armoede en honger. Omwille van het geld hebben we de aarde vergiftigd, hebben we kippen, varkens en runderen opgehokt en daarna massaal geslacht voor ons gewin of massaal afgeslacht en uitgeroeid uit angst voor vogelgriep, gekke koeienziekte, de varkenspest of andere enge ziektes die oversprongen naar de mens. We hebben ze opgehokt met een beetje meer ruimte, met een randje menselijkheid, om de gemoederen en ons geweten te sussen, en nu zitten we zelf opgehokt terwijl buiten al weken de lentezon schijnt en de natuur zich baadt en wentelt in een ongekende weelde omdat zij eindelijk bevrijd is van het virus mens.

Nee, we zijn niet in oorlog. We zijn aan het einde van de Grote Uitbuiting en het daardoor offeren van alles wat ons lief zou moeten zijn, de aarde en alles wat erop leeft. Wij, de mensen zouden een echte kroon moeten zijn, maar in plaats daarvan hebben we onze kroon misbruikt en zijn we met harde hand van de troon gestoten. Door Corona, een voor ons onzichtbaar virus, een vijand die geen vijand is in de traditionele zin van het woord, maar een vijand die uit onszelf voortkomt. 

Nee, we zijn niet in oorlog, maar we worden wakker geschud en als we het goed overleven dan hoop ik dat we wakker blijven, dat we onze longen weer kunnen volzuigen met lucht en ruimte, dat we onze naasten kunnen omarmen, dat we onze wapens zullen omsmeden tot ploegscharen en ons onstilbaar verlangen kunnen inzetten voor zorg, onderwijs en een gezonde aarde, en dat het enige waarmee we elkaar van harte willen besmetten onze liefde en passie voor het goede leven zal zijn.  

Daniel van Mourik

Amsterdam, 14 april 2020 

De Notre Dame en de Misérables

Het is dinsdag 16 april. Gisteren om 19.00 kwamen de berichten binnen over de brand van de Notre Dame in Parijs. Ik sta op het Gare du Nord en loop naar buiten richting de bus. Op straat het gewone drukke gedoe van auto’s en bussen die af en aan rijden, wat duistere types die voor de ingang van het station hangen, en zwervers met tandeloze monden die om geld vragen. In een zijstraat ligt in een portiek onderuit gezakt een man in zijn eigen pis met rondom zich heen een kartonnen beker, plastic afval en lege papieren zakken. Ik voel me beroerd omdat ik er zo langs loop.

Even later kijk ik op de computer naar beelden van gisteren. In de straten en op de kades rond de Notre Dame wordt gehuild, gebeden, verbijsterend, gefascineerd gekeken, er wordt woede geuit. De hele stad is uitgelopen en ook alle hoogwaardigheidsbekleders (o.a. Macron en Hidalgo, de burgemeester van Parijs)  bevinden zich op straat om de Notre Dame die in brand staat met eigen ogen te zien. Met eigen ogen te zien of zij blijft staan, zeker nadat de spitse toren is ingestort, of nog zal staan nadat de brandweerlieden het vuur hebben bedwongen. Een groot deel van de kathedraal heeft het overleefd, o.a. de twee karakteristieke klokkentorens. 

De Notre Dame is het symbool en het hart van Parijs, de 800-jarige Oude Dame, symbool van het onverwoestbare christendom, zij behoort tot het werelderfgoed en miljoenen touristen bezoeken haar. Schrijvers en kunstenaars brachten haar in beeld en geschrift onder onze aandacht en zij is deel van de Europese geschiedenis. 

Maar zij is meer. Zij is ook gevoel, emotie. In Le Parisien van vandaag (17 april) komt een deskundige op het gebied van emoties aan het woord: ‘Dit wordt ervaren als een intiem drama, het is niet zomaar een gebouw dat in brand staat. De Notre Dame wordt als onverwoestbaar ervaren. Als de Notre Dame zou verdwijnen, dan kan alles verdwijnen. Deze brand confronteert ons met onze kwetsbaarheid.’ 

Maar dat willen we niet, is blijkbaar onverteerbaar, dus komt er binnen 24 uur een bedrag van 750 miljoen op tafel om de Notre Dame te redden. Liever gezegd er komt 750 miljoen op tafel om onze eigen kwetsbaarheid toe te dekken. Het is prachtig om te zien hoe eensgezind mensen in actie kunnen komen en hoe deze brand ons met elkaar verbindt. Wij zijn op ons opperbest in, maar vooral na rampen. Maar de schaduw volgt ons of zoals de Franse Olivier Pourriol twitterde: (vertaling) Victor Hugo bedankt alle vrijgevige donateurs die bereid zijn de Notre-Dame de Paris (Franse titel van Hugo’s boek) te redden, en stelt hen voor hetzelfde te doen voor Les Misérables (ander boek van Hugo). 8,8 miljoen armen in Frankrijk. Zie ook de tijdlijn op FaceBook van Virginie Sanders voor commentaar op deze giften (het grootste deel van miljardairs) en verwijzing naar Le Monde. Ik denk aan die honderden mensen in de portieken en in kartonnen behuizingen langs de ring van de stad.

Zelf ben ik helemaal niet dol op kathedralen maar toch ben ik er binnen geweest en ben ik onder de indruk van die enorme kolos en vooral van de invloed op gelovigen die zich uit in de talloze kaarsen die worden aangestoken bij de diverse heiligen. Zelf doe ik dat ook in naam van mijn moeder bij de Heilige Antonius van Padua, de heilige van de gevonden voorwerpen (H. Antonius, beste vrind, zorg dat ik mijn sleutels vind) voor wie mijn moeder een hartstochtelijke liefde koesterde. Vaak loop ik over het plein aan de voorkant om op de linkeroever naar de historische boekhandel Shakespeare & Company te gaan. Als ik dan in gezelschap ben, sta ik stil bij het westelijk voorportaal en wijs op het beeld van Synagoga en daarnaast het beeld van Ecclesia. De twee vrouwenfiguren symboliseren het jodendom en de kerk. Synagoga’s ogen zijn geblinddoekt door een slang, haar staf is gebroken en haar kroon ligt op de grond. Ecclesia is majestueus met een kroon op haar hoofd, staf en een kelk in haar hand. De kerk als triomfator over het vertrapte en door de kerk vernederde en vervolgde jodendom.  

Ecclesia_et_synagoga_RTL-640x400

De tijd van de jodenvervolgingen zijn voorbij en de Notre Dame mag wat mij betreft eeuwig blijven bestaan mede als getuige van een geschiedenis die haar enorme schaduwzijden heeft. Maar ik vrees dat de meeste mensen die de kathedraal bewonderen daar geen boodschap aan hebben. Die zijn liever blind dan ziende. Dat geldt ook voor de grote gulle gevers die hun naam op een plaquette zullen zien staan in de gerestaureerde Notre Dame, en die zich ongetwijfeld per taxi of privé-chauffeur door hun mooie stad laten vervoeren terwijl ondertussen de Misérables in hun eigen pis in de portieken liggen. 

Als we ons door deze brand realiseren dat niets eeuwig bestaat, dat we altijd kwetsbaar zijn, dat we onze blinddoeken moeten afgooien, dat schoonheid tijdelijk is, en we ook als er geen ramp is we iets kunnen doen aan de wereld om die voor zoveel mogelijk mensen een betere plek te maken, dan heeft de brand werkelijk zin gehad. 

  

Stedemaagd – de mooiste single van Amsterdam

Eerder gepubliceerd op 16-6-2010 op de blogsite van Aletta door Ineke van Mourik (bibliothecaris).

100_1893

Op vrijdag 11 juni 2010 werd een replica van de originele stedemaagd van Amsterdam weer op haar sokkel bij de ingang van het Vondelpark gehesen.

Ik woon al sinds 1983 in Amsterdam maar de eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik niet wist dat onze stad een stedemaagd had. Zij zit al sinds 1883 op de sokkel bij het hek van de ingang van het Vondelpark en wordt beschouwd als de verpersoonlijking van de stad, een oude gebruik dat al in de Oudheid te vinden is. In haar linkerhand houdt zij het stadswapen vast en haar rechterhand wijst uitnodigend naar de ingang van het park. Zij was zo erg aan erosie onderhevig dat zij is vervangen door een prachtige replica, gemaakt door Ton Mooy. Wat je ziet is een vorstelijke gestalte met een wijd openvallende mantel en pronte borsten.

Wie ik wel kende was jufrouw Eendracht ‘Naatje van de Dam’ een standbeeld dat van 1856 tot 1914 op de Dam heeft gestaan. Wat er van haar over is een klein beeldje op de hoek van de Wijde Kapelsteeg en het Rokin en de uitdrukking ‘Naatje Pet’ ofwel waardeloos. Naatje is op den duur vervangen door het phallische monument op de Dam ter nagedachtenis aan de Tweede Wereldoorlog dat wij zo goed kennen.

Maar nu is de ware verpersoonlijking van de stad gelukkig weer in ere hersteld. Een stedemaagd, niet een jufrouw, niet een schuchtere maagd, niet een oude vrijster, maar een krachtige onafhankelijke vrouw. Want dit laatste is een meer feministische visie op het begrip maagd.

“The word ‘virgin’ did not originally mean a woman whose vagina was untouched by any penis, but a free woman, one not betrothed, not bound to, not possessed by any man. It meant a female who is sexually and hence socially her own person. In any version of patriarchy, there are no Virgins in this sense.” , zegt Marilyn Frye in haar boek Willful Virgin: Essays in Feminism 1976-1992.

De maagd als onafhankelijke vrouw, met of zonder maagdevlies, en niet het bezit van een man of eigendom van een patriarchale cultuur, maakt haar tot een aantrekkelijk voorbeeld voor alle vrouwen. Zij zou de moderne single kunnen zijn. Maar wie wel eens kijkt naar de soap Sex in the City ziet helaas een heel ander beeld. Daar is de single in mijn ogen een gemankeerd en meelijkwekkend wezen dat zich voortdurend in de raarste bochten wringt om maar aan de man te geraken. Het is zo hilarisch dat er veel te lachen valt, maar je vraagt je toch ook af of de singles in hun vrije tijd niet eens wat anders zouden kunnen gaan doen dan achter de edele delen van een man aan te rennen.

De single is hot, vooral in de media en er wordt veel onderzoek naar verricht. Vorige week kreeg ik een voddig papiertje in handen waarop werd gevraagd mee te werken ‘aan het grootste onderzoek ooit naar single vrouwen in Nederland’. Het papiertje was ondertekend door ‘De onderzoekers’. Na een bezoek aan de website www.nietalleenmaarsingle.nl viel ik meteen, na een wel erg summiere inleiding, in de enquête. Er stond wel een emailadres voor nadere informatie, maar dan weet je dat daar niet veel mensen gebruik van zullen maken.

Wat is de bedoeling van de twee onderzoekers die na wat gespeur Maarten C. Berg en Wanda Klein, twee psychologen, blijken te zijn? De toon en woordkeus op het papiertje en in de enquête (nog afgezien van het feit dat het een internet enquête is) lijken vooral te appeleren aan de jongere single en ik zie nog niet dat juffrouwen, oude vrijsters, de wat oudere alleenstaande, de singles in bejaardenhuizen en zelfbewuste stedemaagden zich aan de enquête zullen wagen. Is dit een deel van een serieus wetenschappelijk onderzoek of populair geronk? Als het de bedoeling van de onderzoekers is om het meest complete en grondige onderzoek te maken over dit onderwerp, zoals zij beweren, dan houd ik mijn hart vast. Eind 2010 komt hun boek uit. Ik zal het lezen en alles terugnemen wat ik hier zeg als het een serieuze en gedegen studie is en niet Naatje Pet wat ik nu vermoed.

Naatje is een schaduw geworden van wat zij was, de Stedemaagd is in al haar glorie hersteld. Het devies wat bij het stadswapen hoort dat zij in haar hand houdt: Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig.
Zij is voor mij de mooiste single van de stad.

Literatuurverwijzingen op de site van Aletta:
Zoek op het woord maagd: 8 pagina’s titels/het woord virgin: 24 pagina’s/het woord single: 166 pagina’s

Willful Virgin : Essays in Feminism 1976-1992 | Frye, Marilyn |
The Crossing Press, 1992