Blog

De erotiek van Anna Blaman

Eerder gepubliceerd op 12-7-2010 op de blogsite van Aletta door Ineke van Mourik (bibliothecaris).

images-1

‘Haar benen lang en glad – zij lacht en ligt
loom achterover – ik zie hoe diep en ver de lijnen
van haar benen zijn en denk eraan met afgewend gezicht’

In 1948 verschijnt Anna Blaman’s roman Eenzaam avontuur en ogenblikkelijk breekt een literaire rel uit vanwege de (weliswaar schaarse) homo-erotische passages. Wie nu in de romans van Blaman op zoek gaat naar deze homo-erotiek zal zwaar worden teleurgesteld, maar destijds was Nederland nog zwaar doortrokken van religieus moralisme en het is altijd verbazingwekkend om te zien hoe moralisten zelfs subtiele literaire passages kunnen opblazen tot uitingen van decadentie en verderf.

In het oeuvre van Blaman vinden we ook lesbische gedichten zoals bovenstaande regels uit het gedicht ‘Vrouwen’. Maaike Meijer schrijft hierover in het hoofdstuk ‘Lezen als lesbo’ in haar proefschrift De lust tot lezen:
‘Vanwege het grote taboe op het lesbische, de uitsluitend negatieve beeldvorming, en het ontbreken van ontmoetingsplaatsen was de meest fundamentele ervaring van elke lesbienne er een van diepe eenzaamheid. Het vinden van een partner was zeer moeilijk en vele vrouwen hebben geleefd in verhoudingen zonder seks. Lesbisch zijn was bijna synoniem aan voortdurend afgewezen worden: dat is de context van Blamans lesbische gedichten.’

Maar dat Blaman in deze context dit soort gedichten schreef is al balsem voor elke lesbo-ziel. En wie (ho of he) deze zomer haar briefwisseling met Emmy van Lokhorst en Sonja Witstein, Ik schrijf het je grof-eerlijk, gaat lezen, leest brieven van een vrouw die interessant, erudiet en inderdaad grof-eerlijk is in haar ontboezemingen over de liefde. Enkele passages:
‘In wezen heb ik zo’n smachtende natuur dat ik me al zou kunnen branden aan een vrouw als ik haar ternauwernood zou aanraken – Daartegenover heb ik een soort vrijgezellen-instelling van waaruit ik mijn eenzame vrijheid evenwichtig handhaaf en geestelijk probeer uit te buiten.’

Ook over haar verhouding met Marie Louise Doudart de la Grée en de worsteling om hiermee om te gaan schrijft zij openhartig in een brief aan Emmy van Lokhorst:
‘Als ik je schrijf dat ik in feite zo weinig liefde heb gehad bedoel ik zeker niet dat ik te weinig genegenheid zou hebben ondervonden; in dat opzicht voel ik me soms een zondagskind. Maar wat de erotiek in z’n sensuele vorm betreft, weinig heb ik gekregen en veel heb ik afgewezen. Hierin vind ik mezelf nogal gecompliceerd. Het kansje in Zeist (Marie Louise Doudart de le Grée – IvM) heeft dus zuiver betrekking op mijn verlangen naar sensuele erotiek. Het eigenaardige is echter, en dat heb ik je weleens, geloof ik, gezegd of geschreven, een erotische zwelgpartij vindt ogenblikkelijk zijn reactie in een verlangen naar ascese. Misschien berust toch wel mijn homosexualiteit op een sterke moederbinding, zodat de wellust die een vrouw in mij kan opwekken een symbolische bloedschennigheid betekent – Maar ik weet het werkelijk niet, Emmy, ik voel mijn diepste driften heel mijn leven al als zoveel raadsels. Ik hoop dat oud genoeg word om me daarin nog eens meedogend te verdiepen.’

O, had Anna maar langer geleefd, dan hadden we ons in die Freudiaanse bloedschennige moederbinding en de raadselen nog eens meedogend kunnen verdiepen. Anna Blaman stierf op 13 juli 1960 op 55 jarige leeftijd. Vandaag is haar vijftigste sterfdag en het hele verdere jaar wordt dat herdacht in Rotterdam waar zij woonde en werkte. Het huis waar zij woonde met haar moeder, zus en zwager krijgt een gedenkplaat en elders in de stad komt een beeld van een Harley Davidson waar zij altijd op reed. Op de site annablaman.com kun je meer vinden over de activiteiten en ook Blamans stem horen.
Andreas Burnier merkte ooit op, dat een sterfdag eigenlijk de geboortedag aan de andere zijde is. Dat vind ik mooi opgemerkt. Want dat betekent dat 13 juli ook een feestdag is.

Selectie uit de collectie van Aletta
Anna Blaman, Over zichzelf en anderen ; poëzie, artikelen en lezingen
Corrie Lühr, Mijn zuster Anna Blamanboek
Henk Struyker Boudier, Speurtocht naar een onbekende : Anna Blaman en haar ‘Eenzaam avontuur’
Aad Meinderts (red)/Anna Blaman, Ik schrijf het je grof-eerlijk : briefwisseling met Emmy van Lokhorst en Sonja Witstein
Anna Blaman, Ontmoeting met Selma (1943) in: Xandra Schutte (red) Damesliefde

Sites
www.annablaman.com
http://nl.wikipedia.org/wiki/Anna_Blaman
http://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=blam001
Maaike Meijer, Lezen als lesbo Hoofdstuk 8 uit De lust tot lezen
http://www.dbnl.org/tekst/meij017lust01_01/meij017lust01_01_0011.php

Stedemaagd – de mooiste single van Amsterdam

Eerder gepubliceerd op 16-6-2010 op de blogsite van Aletta door Ineke van Mourik (bibliothecaris).

100_1893

Op vrijdag 11 juni 2010 werd een replica van de originele stedemaagd van Amsterdam weer op haar sokkel bij de ingang van het Vondelpark gehesen.

Ik woon al sinds 1983 in Amsterdam maar de eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik niet wist dat onze stad een stedemaagd had. Zij zit al sinds 1883 op de sokkel bij het hek van de ingang van het Vondelpark en wordt beschouwd als de verpersoonlijking van de stad, een oude gebruik dat al in de Oudheid te vinden is. In haar linkerhand houdt zij het stadswapen vast en haar rechterhand wijst uitnodigend naar de ingang van het park. Zij was zo erg aan erosie onderhevig dat zij is vervangen door een prachtige replica, gemaakt door Ton Mooy. Wat je ziet is een vorstelijke gestalte met een wijd openvallende mantel en pronte borsten.

Wie ik wel kende was jufrouw Eendracht ‘Naatje van de Dam’ een standbeeld dat van 1856 tot 1914 op de Dam heeft gestaan. Wat er van haar over is een klein beeldje op de hoek van de Wijde Kapelsteeg en het Rokin en de uitdrukking ‘Naatje Pet’ ofwel waardeloos. Naatje is op den duur vervangen door het phallische monument op de Dam ter nagedachtenis aan de Tweede Wereldoorlog dat wij zo goed kennen.

Maar nu is de ware verpersoonlijking van de stad gelukkig weer in ere hersteld. Een stedemaagd, niet een jufrouw, niet een schuchtere maagd, niet een oude vrijster, maar een krachtige onafhankelijke vrouw. Want dit laatste is een meer feministische visie op het begrip maagd.

“The word ‘virgin’ did not originally mean a woman whose vagina was untouched by any penis, but a free woman, one not betrothed, not bound to, not possessed by any man. It meant a female who is sexually and hence socially her own person. In any version of patriarchy, there are no Virgins in this sense.” , zegt Marilyn Frye in haar boek Willful Virgin: Essays in Feminism 1976-1992.

De maagd als onafhankelijke vrouw, met of zonder maagdevlies, en niet het bezit van een man of eigendom van een patriarchale cultuur, maakt haar tot een aantrekkelijk voorbeeld voor alle vrouwen. Zij zou de moderne single kunnen zijn. Maar wie wel eens kijkt naar de soap Sex in the City ziet helaas een heel ander beeld. Daar is de single in mijn ogen een gemankeerd en meelijkwekkend wezen dat zich voortdurend in de raarste bochten wringt om maar aan de man te geraken. Het is zo hilarisch dat er veel te lachen valt, maar je vraagt je toch ook af of de singles in hun vrije tijd niet eens wat anders zouden kunnen gaan doen dan achter de edele delen van een man aan te rennen.

De single is hot, vooral in de media en er wordt veel onderzoek naar verricht. Vorige week kreeg ik een voddig papiertje in handen waarop werd gevraagd mee te werken ‘aan het grootste onderzoek ooit naar single vrouwen in Nederland’. Het papiertje was ondertekend door ‘De onderzoekers’. Na een bezoek aan de website www.nietalleenmaarsingle.nl viel ik meteen, na een wel erg summiere inleiding, in de enquête. Er stond wel een emailadres voor nadere informatie, maar dan weet je dat daar niet veel mensen gebruik van zullen maken.

Wat is de bedoeling van de twee onderzoekers die na wat gespeur Maarten C. Berg en Wanda Klein, twee psychologen, blijken te zijn? De toon en woordkeus op het papiertje en in de enquête (nog afgezien van het feit dat het een internet enquête is) lijken vooral te appeleren aan de jongere single en ik zie nog niet dat juffrouwen, oude vrijsters, de wat oudere alleenstaande, de singles in bejaardenhuizen en zelfbewuste stedemaagden zich aan de enquête zullen wagen. Is dit een deel van een serieus wetenschappelijk onderzoek of populair geronk? Als het de bedoeling van de onderzoekers is om het meest complete en grondige onderzoek te maken over dit onderwerp, zoals zij beweren, dan houd ik mijn hart vast. Eind 2010 komt hun boek uit. Ik zal het lezen en alles terugnemen wat ik hier zeg als het een serieuze en gedegen studie is en niet Naatje Pet wat ik nu vermoed.

Naatje is een schaduw geworden van wat zij was, de Stedemaagd is in al haar glorie hersteld. Het devies wat bij het stadswapen hoort dat zij in haar hand houdt: Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig.
Zij is voor mij de mooiste single van de stad.

Literatuurverwijzingen op de site van Aletta:
Zoek op het woord maagd: 8 pagina’s titels/het woord virgin: 24 pagina’s/het woord single: 166 pagina’s

Willful Virgin : Essays in Feminism 1976-1992 | Frye, Marilyn |
The Crossing Press, 1992

Anne Lister (1792-1840): Rosetta-steen van de lesbische geschiedenis

Eerder gepubliceerd 14-6-2010 op de blogsite van Aletta door Ineke van Mourik (bibliothecaris).

In een romantisch heuvelachtig groen landschap zie ik een vrouw in lange rokken, Anne Lister, met kloeke tred naar een gezelschap verderop lopen. Als het gezelschap huiswaarts keert, schieten Anne en een andere vrouw een zijpad in en beginnen te vrijen. Anne grijpt vrijmoedig onder de rokken van haar geliefde.

Dit kan niet waar wezen, dacht ik aanvankelijk. Ik kijk naar een film op de BBC gebaseerd op de dagboeken van Anne Lister. Het is begin 19e eeuw en uit de literatuur en de geschiedenis kennen we de verhalen over romantische liefde tussen vrouwen. Deze film is waarschijnlijk een moderne interpretatie ervan. Maar niets is minder waar. Het verhaal is gebaseerd op de dagboeken van Anne Lister die deels in geheimschrift (waarvan later de code is gekraakt) zijn geschreven en die de sappige details van haar verhoudingen en veroveringstochten beschrijven.

images

Anne was een vrouw uit de hogere klasse die een groot deel van haar leven woonde op het landgoed Shibden Hall in Halifax, West Yorkshire. Na de dood van haar oom wordt zij de erfgename van het landgoed. Anne is al jong een excentrieke verschijning en wordt door de inwoners van Halifax ‘Gentleman Jack’ genoemd. Zij studeert onder begeleiding Grieks, Latijn, Frans, wiskunde, meetkunde, geschiedenis en bestudeert literaire Engelse teksten. Ze reist, rijdt paard en kan een wapen hanteren. ‘I am made unlike anyone I have ever met. I dare to say that I am like no one in the whole world.’ , schrijft zij in haar dagboek met een citaat van Rousseau. En nog een citaat, maar nu van haarzelf: ‘I love and only love the fairer sex and thus, beloved by them in turn, my heart revolts from any other love than theirs.’ Want ook al is zij de enige op de hele wereld die zo uitzonderlijk is, er zijn veel dames die haar passie beantwoorden. De tragiek in Anne’s leven was dat deze passies meestal eindigden als de dames toch uiteindelijk kozen voor een veilig huwelijk met een heer van stand.

Ik bladerde en las in de boeken die ik vond in de bibliotheek van Aletta (een goudmijn!) en was onder de indruk van haar vasthoudendheid en ook van haar manipulatieve gaven, om haar wens, getrouwd te zijn met een vrouw, in een woestijn van heteroseksualiteit, waar te maken. Uiteindelijk vindt zij een vrouw, Anne Walker, eveneens een rijke erfgename van een landgoed in de buurt en zij laten hun verbintenis zegenen door een plaatselijke geestelijke. Wat een uitzonderlijke vrouw was Anne Lister, maar niet alleen vanwege deze vrijmoedigheid en vastberadenheid. Zij was de erfgename en beheerder van een landgoed, hield zich bezig met modernisering ervan en ontwikkelde kolenmijnindustrie op haar terrein. Ook hierover is veel te vinden in haar dagboeken en dat maakt ze zo bijzonder. Als zij in 1840 met haar vrouw een Grand Tour maakt door Europa en Rusland wordt Anne Lister, de vrouw die alle conventies van haar tijd groots doorbrak, in Rusland door een tekenbeet geveld en sterft daar.

Haar dagboeken die wonderwel de tijd overleefden en die dankzij de enorme inspanningen van Helena Whitbread, die jaren wijdde aan het transcriberen en decoderen van de teksten, uiteindelijk werden gepubliceerd, zijn een belangrijke bron voor historici, voor historici van de lesbische geschiedenis en natuurlijk ook voor nieuwsgierige en leergierige dames en meisjes. Ik heb plezier beleefd aan de uitzendingen van de BBC en aan de boeken en ook geleerd dat zich onder het vernis van de romantische vriendschap zich vaker dan wij denken de felle kleuren van de seksuele passie bevinden.

Boekenbezit Aletta (nu Atria):
I know my own heart : the diaries of Anne Lister 1791-1840 | Lister, Anne Whitbread, Helena | 1992
Nature’s domain : Anne Lister and the landscape of desire| Liddington, Jill | 2003
Female fortune : land, gender and authority : the Anne Lister diaries and other writings, 1833-36 | Liddington, Jill | 1998

Online:
http://www.historytoherstory.org.uk/index.php?targetid=5

Documentaire en film
BBC: documentaire Revealing Anne Lister en film The secret Diaries of Miss Anne Lister

In Memoriam Sylvia Bodnár (1946 – 2010)

Eerder gepubliceerd in mei 2010 op blogsite Aletta door Ineke van Mourik (bibliothecaris).

Sylvia 2

Slapen, draaien in een baan zoals planeten
Wentelend in hun nachtelijke weide:
Aanraken is genoeg om te weten
Dat wij zelfs slapend niet alleen zijn in het universum:

‘Dit citaat is uit het gedicht XII van de gedichtenbundel Een en twintig liefdesgedichten, van Adrienne Rich, vertaald door Maaike Meijer en uitgegeven door Sylvia Bodnár’s uitgeverij Vrouw Holle in 1980. Als er iets is wat Sylvia Bodnár, lieve vriendin en oprichtster samen met Dorelies Kraakman van de eerste Vrouwenboekhandel annex vrouwencafé in Nederland, typeert dan is het wel deze bundel. Bijzondere uitgaven van bijzonder werk van bijzondere schrijfsters (Marina Tswetajewa, Christa Reinig en Ingeborg Bachmann), daar had zij een neus voor. Altijd werd Sylvia geïnspireerd door schoonheid, liefde en de liefde voor boeken.

Ik leerde haar kennen in de jaren zeventig toen wij met de redactie van LOVER vergaderden in de Vrouwenboekhandel/-café De Heksenkelder te Utrecht. We deelden een passie voor boeken en langdurig hangen in het café en door haar werd ik mede gestimuleerd om in Nijmegen waar ik toen woonde ook een vrouwenboekhandel te beginnen. Sylvia tartte door haar verschijning en uitstraling ook elk cliché van een feministe: zij was altijd goed gekleed in strak gesneden pakken of snelle broeken met fraaie hemden. Zij had een fijn gesneden gezicht omlijst door zwarte krullen een mooie zachte stem, een zachtaardig karakter omfloerst door een zweem van weemoed. Zij stond middenin de vrouwenbeweging maar zij had ook de uitstraling van een buitenstaander.

Nadat zij zich had teruggetrokken uit de boekhandel is zij voor de radio gaan werken waar zij jarenlang literaire programma’s maakte en zeer succesvolle programma’s over spiritualiteit en New Age muziek. Haar meest recente project waaraan zij werkte was een boek over Giordano Bruno, Italiaans filosoof, vrijdenker en kosmoloog uit de 16e eeuw die in 1600 door de Inquisitie in Rome tot de brandstapel werd veroordeeld. Sylvia, kind van Hongaarse immigranten, werd gedreven door bewondering voor de levens en het werk van uitzonderlijke personen. Zijzelf was ook een uitzonderlijk mens, hoewel zij dat waarschijnlijk met zachte stem zou ontkennen.

In 2002 overleed Dorelies Kraakman en nu op 21 mei 2010 is ook veel te jong Sylvia overleden. Ik zal haar missen. We zullen haar gedenken a.s. donderdag 27 mei om 20.00 uur in slot Zuylen te Utrecht: een waardige plaats voor een waardig mens.’