Blog

Nashville Verklaring: een gevaarlijk manifest

Nashville was voor mij altijd de stad en de plek die ik associeerde met de super heteroster Dolly Parton met haar onvergetelijke muziek, hoog kapsel en royale boezem en de potteuze K.D. Lang die de country-muziekwereld op stelten zette door met kortgeknipt haar en stevige laarzen onder haar countrystyle-rok over het podium van de Grand Ol Opry te banjeren. 

nashville statement

Maar nu is er een nieuwe, minder fijne associatie bijgekomen: The Nashville Statement. Het een verklaring die in 2017 in Nashville is opgesteld door evangelische christenen en die in Nederland recent is vertaald en is ondertekend door 250 personen (meest dominees) en ook door Kees van der Staay, lijsttrekker van de SGP en lid van de Tweede Kamer. 

De commotie die deze week over deze verklaring is losgebarsten wordt door bijbelgetrouwe christenen naar alle waarschijnlijkheid gezien als bewijs voor alles wat zij beweren in hun verklaring. Er wordt gesproken over de ‘homolobby’ (hier gaat al een belletje rinkelen) die ons allen in het verderf zou storten. In onze wereld van vrije meningsuiting mag ieder zeggen wat zij of hij wil, dus waarom zouden de bijbelgetrouwe christenen dat niet mogen? Dat mag maar dan moeten de opstellers van die verklaring niet verbaasd zijn als ze van alle kanten op hun falie krijgen. Zij krijgen niet alleen op hun falie van vele medechristenen maar ook van andersoortige gelovigen en seculieren (zij die geloven dat zij niet geloven). Vanuit een menselijk oogpunt is de verklaring een voorbeeld van uitsluiting en het veroordelen van een deel van de mensheid. Binnen de eigen christelijke gelederen waar door de jaren heen langzamerhand begrip en discussie is ontstaan over homoseksualiteit, transgender, feminisme en gender, wordt nu de klok teruggedraaid met alle rampzalige gevolgen van dien. De groep die de verklaring omarmt mag dan marginaal zijn zoals Margriet van der Linden opmerkt in een interview, zij merkt daarbij meteen op, en zij spreekt uit ervaring, dat de impact van deze verklaring op het leven van een mens, zeker van een kind in die kringen, enorm is en in de meeste gevallen verwoestend. 

Terug naar de tekst van de verklaring. In het voorwoord wordt geconstateerd dat we in een historische overgangssituatie zitten. De westerse cultuur is postchristelijk geworden en is bezig om op ingrijpende wijze een nieuwe invulling te geven aan wat het betekent mens te zijn. Ja, dat is een rake constatering maar dan komt het: ‘Over het geheel genomen ziet de geest van onze eeuw niet langer de schoonheid van Gods bedoeling met het mensenleven en verblijdt zij zich daar ook niet meer in.’ Het is nu juist opmerkelijk dat de geest van onze eeuw juist meer schoonheden is gaan zien dan voorheen. Persoonlijk ben ik als feministe en lesbo meer vreugde en schoonheid gaan zien in het leven en verblijd ik me dat ik geboren ben in deze opwindende historische overgangstijd. ‘Menigeen ontkent dat God mensen heeft geschapen tot Zijn eer en dat Zijn goede  doeleinden voor ons ook betrekking hebben op ons persoonlijke en lichamelijke ontwerp als mannelijke en vrouwelijk.’ Het menselijk zelfverstaan als mannelijk en vrouwelijk zou geen deel meer vormen van Gods mooie plan, maar is een uiting van iemands eigen autonome voorkeur. Met dat laatste lijkt me niets mis, maar dan komt het: ‘Op deze wijze wordt de weg tot volle en blijvende vreugde middels Gods goede ontwerp voor zijn schepselen vervangen door het pad van kortzichtige alternatieven die vroeg of laat het menselijke leven ruïneren en God onteren.’

father i am a lesbian

Laten we het concreet houden: ik zou dus met mijn levenswijze (en daar hoort ook mijn feminisme bij) Gods ontwerp bezoedelen en bovendien het menselijk leven ruïneren. Dat is een uiterst kwalijke beschuldiging die zich bovendien beroept op een God die de mijne niet is. Mijn God heeft de mens geschapen in al zijn variaties en kleuren, een mens altijd in beweging. De bekrompenheid om je te beroepen op een bijbels Godsbeeld dat al lang uitbreiding heeft gekregen van andere Godsbeelden is in mijn ogen gedateerd. Het even verderop in de verklaring nog eens benadrukken dat in deze verklaring getuigenis wordt gegeven voor het ware verhaal, is van een ongehoorde arrogantie. Kortom alle verhalen van andere geloofstradities of andere interpretaties van christelijke verhalen zijn niet-waar. 

Na het voorwoord volgende de verschillende Artikelen die voorspelbaar voortvloeien uit het voorwoord: o.a. het huwelijk als alleen een levenslange verbondsrelatie tussen éen man en éen vrouw, geen seks buiten het huwelijk, man en vrouw zijn verschillend maar als personen gelijkwaardig, seksuele gelijkgeslachtelijke aantrekkingskracht is geen onderdeel van Gods oorspronkelijke schepping, homoseksuelen kunnen een vruchtbaar leven leiden mits rein (dus afzien van seksualiteit), het is zondig om homoseksuele onreinheid of transgenderisme goed te keuren, de genade van God in Christus geeft zowel vergeving en kracht om zondige verlangens te doden. 

Het lijkt of de historische overgangssituatie met al zijn nieuwe bevindingen op religieus (o.a. nieuwe interpretaties van Bijbelpassages), natuurwetenschappelijk en sociaal wetenschappelijk gebied (o.a. over het verschil tussen sekse en gender) geheel zijn voorbijgegaan aan de evangelische christenen in de USA en hun christelijke sympathisanten in de diverse landen. Dat zouden we makkelijk kunnen afdoen door hen af te schilderen als een stel malloten, maar dat is te makkelijk. Als er ook maar éen christelijke LGBTQ-persoon hierdoor in de moeilijkheden komt en haar of zijn leven wordt geruïneerd, is dat de grootste zonde die een mens kan begaan. Daarom alleen al zou je de verklaring moeten afwijzen. Juist omdat zo’n verklaring/statement/declaration in steen gebeitelde uitspraken bevat.

Kees van der Staay beweert dat de Verklaring geen anti-homo manifest is. In het nawoord van de Verklaring lezen we: ‘Zij die bij zichzelf een homoseksuele gerichtheid herkennen of worstelen met hun geslachtelijkheid, mogen weten in de christelijke gemeente een volwaardige plaats te hebben.’  De zonde (zijn wij niet allen zondaars?) kan door zelfverloochening (onthouding) en Gods genade worden overwonnen. Onze identiteit ligt niet in onze seksualiteit maar in onze verhouding tot Christus. Kees van der Staay en alle anderen die achter de Nashville verklaring staan laveren handig tussen schijnmededogen (een volwaardige plaats), zalvend erbarmen (alsof homo’s een enge ziekte hebben) en de ontering van God door zonde en verderf. Maar als je verder in de wereld rondkijkt dan zie je dat deze verklaring wel degelijk tot anti-homo beleid en discriminerende praktijken en geweld kunnen leiden. In 2013 publiceerde Amnesty International een rapport over de verontrustende opmars van homofobie in 37 van de 54 Afrikaanse landen. Dat komt mede door de groeiende invloed van evangelische christenen en de pinksterbewegingen. Jaarlijks gaan er duizenden gesponsorde Amerikaanse zendelingen naar Afrika om het anti-homo-woord van God te verkondigen en het woord ‘homolobby’ (vanuit het Westen komend) te gebruiken om daarmee ook in te spelen op anti-koloniale tendensen. De anti-homo activiteiten zijn dus al fors gaande en de Verklaring uit 2017 zal alleen maar meer olie op het vuur gooien. 

loesje homo

Ja, iedereen mag zeggen wat hij wil, maar het is naïef te denken dat alles wat je zegt en zeker als je dat in een gezaghebbend stuk schrijft geen desastreuze gevolgen kan hebben zoals in het geval van de Nashville Verklaring. Met deze Verklaring zullen ook andere fundamentalisten die anti-homo, anti-trans en anti-feministisch zijn, op de loop gaan. Het definiëren van je eigen identiteit (in dit geval de christelijke) door het discrimineren van anderen en dit ondersteunen met de bijbel of het evangelie is een krachtig middel. De christenen hebben in dit opzicht een kwalijke historie m.b.t. joden, zwarten en afvalligen (ketters) en die dreigt zich te herhalen maar nu met andere groeperingen. Het is daarom ook zo verbijsterend om de opmerkingen te lezen van de iniatiefnemer van de vertaalde Nashville Verklaring, Piet de Vries (o.a. werkzaam aan de VU te Amsterdam): ‘We moeten een geluid laten horen. Toen de nazi-ideologie zich opdrong, zwegen de kerken. Nu dringt de genderideologie zich op en zwijgen de kerken weer te vaak.’ 

Wel wel, hoe dapper en moedig kun je zijn na de oorlog en wat een foute vergelijking! Mijn God gruwt van het zwijgen tijdens de nazi-jaren, maar zal zeker ook gruwen van wat mijn medemensen wordt aangedaan in naam van de Nashville Verklaring.

Feministische archeologie: Maurycy Gottlieb en de Grote Verdwijntruc

Het leven van voorlopers gaat niet altijd over rozen. Zo bracht Rachel Carson al in de jaren zestig het onverantwoorde gebruik van pesticiden in haar boek Silent Spring onder de aandacht. Het boek kreeg veel lezers maar het duurde nog lang voordat haar gelijk doordrong tot in de vezels van de samenleving. We zijn meer dan vijftig jaar  verder en ondertussen is de schade niet te overzien en wordt er krachtig actie gevoerd om het tij van vernietiging, snel gewin en de macht van de farmaceutische gifboeren te keren. Zo gaat het altijd. Er bestaan geen uit het niets komende revoluties, alles wordt al lang ervoor voorbereid zoals ook de status quo ooit is begonnen als revolutie. Pesticiden die grotere oogsten beloofden en dat waarmaakten maar zonder dat wij de echte prijs wilden/willen betalen en waarover de Cassandra’s de mond werd gesnoerd .  

Terecht klaagt Karin Spaink in haar column van 10 oktober over de stelling dat #metoo een recente openbaring zou zijn. Veertig jaar geleden was Spaink betrokken bij het mee ontwikkelen van beleid tegen seksueel geweld. De PSP vroeg de regering toendertijd  een samenhangend beleid te ontwikkelen, en dat tot prioriteit te verheffen. Die motie werd met grote meerderheid aangenomen. Nee, niet alleen veertig jaar geleden, je kunt rustig zeggen meer dan bijna vijftig jaar geleden was seksueel geweld al een van de speerpunten in de Tweede Golf. Vrouwen spraken onder elkaar over wat zij hadden ervaren, er werden belangrijke onderzoeken gedaan, er werd gestudeerd en geanalyseerd en er werden artikelen geschreven over dit verzwegen gigantische probleem. 

We waren voorlopers en nu is dan eindelijk de bom gebarsten en is er een wereldwijde gifbelt opgegraven. Zo gaat het altijd en daar kun je zoals Spaink moe van worden (ik zelf heb er ook wel eens last van), maar het is ook verheugend dat wij nog meemaken dat er zo’n enorme golf van bewustzijn over dit onderwerp gaande is en dat ook meer mannen dan voorheen zich op een goede manier in de strijd werpen.  

Vrouwen een rol toekennen of in het gunstigste geval drie: moeder, maagd of hoer, lijkt in onze samenleving niet meer van toepassing, maar wie wat nauwkeuriger kijkt en zeker elders in de wereld, ziet dit drietal nog overal, ook al werkt een vrouw. De hardnekkige beelden zijn in ons collectief geheugen opgeslagen en door middel van cultuur, politiek en religie worden die beelden meestal in stand gehouden. Die beelden zijn soms mooi, inspirerend maar nog vaker normerend. Zij geven weer hoe wij (vrouwen en mannen) naar vrouwen kijken en behoren te kijken. Door de eeuwen heen is die blik vrijwel exclusief een mannelijke geweest. Daarom zit alles zo diep, zowel bij vrouwen als mannen, en is er een gestage revolutie van voorlopers en feministische archeologen nodig om uiteindelijk iets te veranderen. 

Een mooi voorbeeld van hoe stuitend en ingewikkeld het blootleggen van de mannelijke blik kan zijn, vond ik in een artikel uit 2006 van Pnina Lahav, ‘A Chandelier for Women. A tale about the Diaspora Museum and Maurycy Gottlieb’s ‘Day of Atonement’ – Jews praying on Yom Kippoer’ dat ik van een vriendin kreeg. 

Maurycy_Gottlieb_-_Jews_Praying_in_the_Synagogue_on_Yom_Kippur

Ah, ik zie het al, zal de oplettende beschouwer opmerken, vrouwen op het balkon in de synagoge. Maar dat laten we even rusten want er is meer te vertellen. 

Dit schilderij is heel bekend in de Joodse wereld. Het geeft een blik in de Joodse wereld in Polen in de late negentiende eeuw. Mannen, vrouwen en kinderen in de synagoge op Grote Verzoendag. Zo modern zag die joodse wereld van de 19e eeuw er toen ook uit en vrouwen nemen op dit schilderij een prominente plaats in zoals zij dat  deden in die gemeenschappen. We weten zelfs enkele namen van de vrouwen die model stonden. O.a. de toenmalige verloofde van Gottlieb (Laura Rosenfeld) en haar moeder (rechtsboven). Ook al zitten de vrouwen op het balkon, zij maken substantieel deel uit van het schilderij. Zij zien er voor die tijd modern uit en hebben het gebedenboek in de hand. 

Wat Gottlieb niet kon bevroeden is hoe zijn schilderij onderwerp zou worden van een heftige controverse tussen het Diaspora Museum van Tel-Aviv en een aantal feministen onder wie Dafna Izraeli, professor in de sociologie aan de Bar-Ilan Universiteit. Izraeli is gestorven maar Pnina Lahav heeft het hele verhaal in een uitgebreid artikel beschreven.* 

We spreken over de jaren tachtig en negentig en in de Israëlische maatschappij is de gelijkheid van vrouwen ook een onderwerp waarover wordt gesproken. Het Diaspora Museum stelde in die tijd een collectie samen rond zes thema’s en Izraeli constateerde dat het Museum in zijn presentaties de rol van vrouwen in de cultuur en geschiedenis marginaliseerde. Het meest bijzondere was de creatie van een bijzondere audio-visuele ervaring in een donkere ruimte die uiting moest geven aan het gevoel van de ‘Days of Awe’, de Hoge Feestdagen, waaronder Yom Kippoer. Op een van de muren was een reproductie te zien, een grisaille (schildering in grauwtinten), van Gottlieb’s beroemde schilderij. Tot verbijstering van Izraeli waren de vrouwen op het balkon verdwenen en in plaats daarvan hing er een kroonluchter. Het artikel van Pnina Lahav over de strijd die er vervolgens werd gevoerd en de argumenten die ter verdediging werden aangedragen door de verantwoordelijke personen en het museum zijn even verbijsterend als de verdwijning van de vrouwen zelf. 

Een kleine greep uit de argumenten: 

‘We hadden nog geen kennis en bewustzijn van feministische ontwikkelingen.’  Dat lijkt me sterk en alsof dat je vrij pleit van zomaar een kunstwerk verminken. 

‘We hebben een nieuw kunstwerk gemaakt met de grisaille.’ Alsof je zomaar een kunstwerk mag veranderen. 

‘We wilden de personen op de voorgrond vanwege hun kavana (vroomheid en de heiligheid van het gebed) beter laten uitkomen.’ Dus daarvoor mag je een kunstwerk verminken en de vrouwen die ongetwijfeld ook kavana bezitten verwijderen. 

‘Het schilderij was niet representatief genoeg.’ Lees: voor een nostalgische shtetl visie. Gottlieb zou niet de realiteit hebben geschilderd. Dus passen wij het aan aan onze realiteit. Daarom mag je een modern schilderij gebruiken en de ongewenste elementen verwijderen. Dat heet citeren in het artistieke jargon. 

O ja, en nog wat: ‘die vrouwen zitten waarschijnlijk te roddelen. Er kijkt er maar een in het gebedenboek.’ Zij zijn bezig met onspirituele zaken terwijl de mannen met het hogere bezig zijn. Het is dus niet meer dan normaal dat die lage wezens worden  verwijderd.

Diverse belangrijke feministen worden ingeschakeld om hun visie te geven, maar in 1993 hangt het vermaledijde werk er nog steeds. Er worden zelfs vragen in het parlement gesteld en de conclusie was dat het museum een sectie van de tentoonstelling, waar de grisaille te zien was, sloot en uiteindelijk werd de grisaille verwijderd. Natuurlijk had het museum in een groots gebaar het origineel kunnen ophangen (eventueel naast de grisaille) maar dat zou niet stroken met hun visie en er was waarschijnlijk ook onwil om te buigen voor de ijzersterke argumenten van de feministen. 

De verontwaardiging bij het grote publiek betrof vooral de verminking van een kunstwerk en minder de verwijdering en marginalisering van de vrouwen. Maar dat was wel de essentie voor de feministen die dit onderzoek verrichten, en zij kunnen alleen maar geprezen worden in hun volharden om de waarheid boven tafel te krijgen en alle schijnargumenten (zowel van betrokken mannen en vrouwen van het Museum) in een grondige analyse te weerleggen. De kroonluchter die hoort te verlichten, heeft in dit geval vooral veel verduisterd.

De gerechtvaardigde conclusie kan alleen maar zijn dat het weglaten van de vrouwen in het schilderij van Gottlieb een aggressieve en gewelddadige handeling was en bovenal een uiting van verzet tegen verandering en modernisering. 

Op de vrouwengalerij van het schilderij speelt zich nog een ander verhaal af. Want wie zijn die 19e eeuwse vrouwen? In ieder geval zit er mevrouw Gottlieb, Maurycy’s moeder en Laura Rosenfeld en haar moeder.

Laura Rosenfeld heeft uiteindelijk haar verloving met Gottlieb verbroken en zijn hart gebroken. Hij stierf op 23 jarige leeftijd. Laura trouwde met de rijke bankier Henschel. Na zijn dood (zij was dertig jaar met hem getrouwd en had vier dochters) heeft zij een geheel eigen carrière opgebouwd. Zij ging in de zorg voor armen en had contact met de feministen van haar tijd en hield zich bezig met de opvoeding van jonge meisjes. Weliswaar om hen krachtig, bewust en dienstbaar te maken voor het gezinsleven, maar in ieder geval niet om hen tot huissloof en huisslavin op te voeden. Zij werd bekend onder de naam Mutter Henschel. Zij is de overgrootmoeder van moederszijde van Christine Cornelius (haar achterkleinkind), die mij het artikel over Gottlieb’s schilderij gaf. Haar ouders boden Andreas Burnier in Eindhoven haar eerste onderduikadres. Een cultureel en intellectueel geïnteresseerd gezin (de vader, Peter Cornelius zat in het verzet) waarin zij zich als een vis in het water voelde en waarin zij helaas maar kort kon verkeren. In 1951 zal de echtgenoot van Andreas Burnier, Emanuel Zeylmans van Emmichoven, lid van Castrum en uitgever van het tijdschrift Castrum Peregrini* een nummer wijden aan Mutter Henschel. Hoe wonderlijk zijn de wegen van de geschiedenis!

Het opgraven van verborgen schoonheid en ellende en alles in het licht brengen is een taak die zich eindeloos zal herhalen en die we onvermoeibaar moeten voortzetten omdat het scheppen van een nieuwe cultuur niet kan zonder feministische archeologie. Je kunt niet voortbouwen zonder fundament. Een fundament dat is gelegd door diverse vrouwenbewegingen maar ook door veel individuele vrouwen als Rachel Carson, elke vrouw die haar mond opent voor #metoo, Els Kloek met haar twee monumentale werken 1001 vrouwen en de individuele 2002 vrouwen die zij heeft opgegraven uit de Nederlandse geschiedenis*, Karin Spaink die samen met anderen in de PSP beleid heeft ontwikkeld tegen seksueel geweld. Pnina Lahav en Dafna Izraeli die zo veel tijd en energie hebben gestoken in het analyseren van wat ook afgedaan had kunnen worden als een onbeduidend incident, of in het geheel niet zou zijn opgemerkt in een andere tijd. Maar ook werk verricht door minder voor de hand liggende vrouwen als Mutter Henschel, die de vrouwen in haar familie en daarbuiten, weliswaar in de geest van de tijd, krachtig en zelfbewust heeft gemaakt, en zo iemand als Maurycy Gottlieb die de wereld heeft weergegeven zoals hij die heeft gezien, een voorbode van moderniteit. 

Vele stappen, het gestaag doorploegen maakt de grond rijp voor nieuwe ontwikkelingen en voor een rechtvaardigere wereld. Onze argumenten en analyses kunnen het denken beïnvloeden maar de meeste mensen worden gedreven door emoties en daar kan de rede vaak niet tegenop. We zullen ook de harten moeten winnen en daar is veel tijd en uithoudingsvermogen voor nodig. 

  • De historische mannenclub van Castrum Peregrini en hun leermeeester Wolfgang Frommel worden, na vele getuigenissen die er niet om liegen, in een kwalijk daglicht gesteld wegens seksueel misbruik door met name Frommel onder het mom van ‘pedagogische eros’. Destijds was Castrum een gerespecteerd cultureel gezelschap met een eigen tijdschrift waarvan Emanuel Zeylmans van Emmichoven de uitgever was.
  • Pnina Lahav, ‘A Chandelier for Women. A Tale About the Diaspora Museum and Maurycy Gottlieb’s ‘Day of Atonement’ – Jews Praying on Yom Kippur.’ Project Muse. Israel Studies 11,1 (2006) 108-142.
  • Recent verscheen het tweede deel en naar aanleiding van deze publicatie is er een tentoonstelling in het Amsterdam Museum die vorige week werd geopend door Koning Willem Alexander. Dat onderstreept het belang van deze uitgave.

Aretha Franklin (1942-2018) en James Baldwin (1924-1987)

 

Amazing grace

Vandaag (16 augustus) hoorde ik het bericht dat Aretha Franklin is overleden. Haar stem kennen we van gospels, inauguraties van Amerikaanse presidenten en haar stem hoorden we bij de begrafenis van Martin Luther King. Aretha Franklin zong Amazing Grace, Respect, Think and Natural Woman met een goddelijke stem maar waarin ook het politieke doorklonk. Wie vergeet dat haar stem ook een uiting was van de pijn die de zwarten, voormalige tot slaaf gemaakten al eeuwen ervaren, vergeet een belangrijk deel van de geschiedenis, die ook de onze is. 

Op zondag 5 augustus 2018 luisterde ik naar het VPRO programma OVT op NPO1 waar in het boek van James Baldwin, The Fire Next Time (Vertaling: Niet door water maar door vuur) werd besproken door Xandra Schutte, Stephan Sanders en Henriëtte Duurvoort. De twee essays in het boek dateren uit de jaren zestig en zijn opgenomen in de serie ’18 klassiekers om het heden te begrijpen’, een reeks uitgekozen door De Groene.

In 1863 wordt de slavenij officieel afgeschaft in de Verenigde Staten en meer dan honderd jaar later is er nog steeds een grimmige strijd gaande en is het goed dat Baldwin en zijn scherpzinnige werk opnieuw in de aandacht komen. Als we denken dat het hier in Nederland nogal meevalt in vergelijking met de VS heeft men deels gelijk, maar wie de discussies over Alledaags racisme (Philomena Essed), White Innocence (Gloria Wekker), het Slavernij Monument en Slavernij Museum, en zwarte piet heeft gevolgd, weet wel beter. Officieel werd ook in Nederland de slavernij in 1863 afgeschaft, maar die slavernij onttrekt zich nog steeds aan ons oog. Net zoals ons koloniale verleden in de Oost en de West een voetnoot in de geschiedenis dreigt te worden als we er geen aandacht aan besteden in het onderwijs.

Fire Next Time cover

Het boek van Baldwin heet The Fire Next Time en slaat op een passage uit Tenach/Het Eerste Testament (denigrerend wel het Oude Testament genoemd) en het Nieuwe Testament. In Genesis (het eerste boek van Tenach) hebben Noach en zijn Ark de grote watervloed overleefd en God sluit een nieuw verbond met alle overlevenden, mensen en dieren (elk levend wezen) en het teken van dit verbond is de regenboog die tussen de wolken verschijnt. God belooft dat er nooit meer een watervloed zal komen om de mensheid te vernietigen. Maar in het Nieuwe Testament wordt daarop verder geborduurd en lezen we in de Tweede brief van Petrus: weliswaar beloofde God niet meer de mensheid te straffen met een watervloed, maar hij beloofde niets over een eventueel vuur dat de totale vernietiging zou kunnen brengen. Vervolgens profeteert Petrus dat op de Dag des Oordeels de goddelozen ten onder zullen gaan aan een alles verzengend vuur. 

In de wat voorheen een spiritual slave song werd genoemd maar nu African-American gospel ‘Mary Don’t You Weep’* komen de twee bronnen samen: ‘God gave Noah the rainbow sign,/No more water, the fire next time.’  

Na de uitzending van OVT luisterde ik via youtube (zie mijn FB pagina) naar het lied vertolkt door Aretha Franklin. Het is de vraag of de witte Amerikanen de boodschap die verborgen ligt in dit lied hebben begrepen. Baldwin (zoon van een predikant) waarschuwt met zijn titel The Fire Next Time wat er zou kunnen gebeuren als aan de raciale strijd (hij schreef zijn boek in de jaren zestig) geen einde zou komen. 

De jazz, de blues, de gospels, wij genieten van die vitale muziek maar dreigen de pijn van de geschiedenis te vergeten waaruit deze muziek is voortgekomen.

De gevolgen zijn nog steeds zichtbaar en inzicht in de verhalen, de ideeën, die de bron zijn van het discrimineren van mensen, en het luisteren naar de persoonlijke verhalen, kan onze onwetendheid opheffen en ons hoop geven voor nieuwe verhalen. 

Lees de essays van Baldwin en luister naar het lied ‘Mary Don’t You Weep’ van Aretha Franklin. 

And weep because the Queen of Soul has departed, may her legacy remain.


 

*Tekst van het lied:

Oh Mary, don’t you weep

Oh Mary, don’t you weep, don’t you mourn

Oh Mary, don’t you weep, don’t you mourn

Pharoah’s army got drowned

Oh Mary don’t you weep

 

If I could I surely would

Stand on the rock where Moses stood

Pharoah’s army got drowned

Oh Mary don’t you weep

 

Mary wore three links of chain

Every link was Jesus’ name

Pharoah’s army got drowned

Oh Mary don’t you weep

 

One of these nights about 12 o’ clock

This old worlds going to reel and rock

Pharoah’s army got drowned

Oh Mary don’t you weep

 

God told Moses what to do

To lead the Hebrew children through

Pharoah’s army got drowned

Oh Mary don’t you weep

 

Moses stood on the red sea shore

Smotin’ the water with a two by four

Pharoah’s army got drowned

Oh Mary don’t you weep

 

God gave Moses the rainbow sign

No more water, but fire next time

Pharoah’s army got drowned

Oh Mary don’t you weep

 

Mary wore three links of chain

Every link was freedoms name

Pharoah’s army got drowned

Oh Mary don’t you weep

 

The very moment I thought I was lost

The dungeon shook and the chains fell off

Pharoah’s army got drowned

Oh Mary don’t you weep

 

I may be right and I may be wrong

I know you’re gonna miss me when I am gone

Pharoah’s army got drowned

Oh Mary don’t you weep

 

Berthe Morisot (1841 – 1895) schilder van licht

In het najaar van 2017 breng ik een bezoek aan Musée Marmottan Monet in Parijs. Een niet al te groot sfeervol museum met veel werken van Monet. Maar wat velen niet weten, is dat daar ook een grote collectie schilderijen en tekeningen hangt van Berthe Morisot, een van de weinige vrouwelijke impressionisten*. Na afloop lopen we het winkeltje binnen en daar bevindt zich een schat aan boeken over Monet. Grote, kleine, dikke, dunne, het kan niet op. En alsof dat nog niet genoeg is, op een grote hoeveelheid mokken, schriften, potloden, kaarten en andere prullaria teisteren de waterlelies je ogen. Maar niets over Morisot en zelfs als ik vraag naar documentatie over haar kijkt de vrouw achter de toonbank mij wazig aan. Het is om gek van te worden. Als er al aandacht is voor het werk van een vrouw dan is het risico groot dat er een vloedgolf van heren overheen gaat. Monet is een product geworden en Morisot blijft in de schaduw ondanks dat er aardig wat over haar is geschreven. De ervaring leert dat het meestal vrouwen zijn (biografen, kunsthistorici) die het werk van hun seksegenoten aan de vergetelheid ontrukken.*

Zelportret Morisot

Zelfportret

Tot mijn grote vreugde zag ik, terug in Amsterdam, een documentaire over haar aangekondigd: Berthe Morisot: Moed, Storm en Liefde. De regisseur Klaas Bense kocht een aantal jaren geleden online een schilderij, een portret van een vrouw. Thuis ontdekte Bense een naam op de achterkant van het schilderij: ‘Berthe Morisot, 1871’. Hij kende wel haar naam, maar wie was Berthe Morisot? En hoe kwam het dat hij zo weinig van haar wist? Met het schilderij onder zijn arm trekt hij naar Parijs om meer te weten te komen over Morisot. Mooie opzet voor een documentaire maar uiteindelijk toch teleurstellend zoals ook Joke de Wolf in haar Atria-blog* beschrijft: ‘Het lijkt alsof Bense zo vol is van zijn eigen Morisot-schilderij dat hij vergeet naar Morisots andere werk te kijken.’

Verder ontdekte ik nog een film over Morisot uit 2012 waarvan de recensies in ieder geval niet juichend waren. Maar beter iets dan niets. Als het helpt om haar werk onder de aandacht brengen, moet je soms niet al te kritisch zijn. Als Morisot’s naam in je gaat rondzingen dan ga je vanzelf op zoek naar plekken waar haar schilderijen en tekeningen hangen en naar deskundige publicaties over haar (o.a. van de kunstcriticus Linda Lochlin, die al in 1988 aandacht besteedde aan haar werk). In het onvolprezen Atria vond ik een uitgebreide catalogus van haar werk uit 2012. Notabene mede uitgegeven door het Musée Marmottan Monet, maar blijkbaar niet meer in druk. Maar het zal beter gaan: in 2019 komt er een grote tentoonstelling van haar werk in het Musée D’Orsay in Parijs.

berthe-morisot-4

Ik word wakker in een huisje in Egmond en kijk uit over de tuin en het daarachterliggende landschap: weiden en in de verte enkele boerderijen. Het is nog vroeg en er is een vage oranje gloed in de lucht. Wat later hangt er een voile van glanzende mist over de tuin en het landschap. Het zijn momenten in de ochtend die heel snel veranderen en die ik zou willen vasthouden. Het zijn ervaringen van pregeboortelijke schoonheid. Van een ontroerende puurheid voordat het leven eroverheen raast. Zo stel ik me voor dat Morisot schilderde: zij wilde die visuele ervaringen vastleggen en daarin is zij vaak wonderwel geslaagd.

Tuin in Bougival

In de inleiding van Jean-Marie Rouart (Berthe Morisot: from Wound to Light) in de catalogus vond ik hierover een interessante opmerking. Haar schilderijen ademen een sfeer van rust, elegantie, harmonie en paradijselijk geluk maar: ‘The paradox of this work that comes across as spontaneous, cheerful, gentle and harmonious is that it was born of suffering, of a doggedness and despair that would be difficult to imagine were they not attested by so many pages in the notebooks and letters written by this artist who was always dissatisfied by herself .’

Nu lijden de meeste kunstenaars onder een gevoel van ontevredenheid (bijna nooit lukt het om precies vast te leggen wat je wilt uitdrukken) maar ongetwijfeld speelde haar vrouw-zijn daarbij een rol. Ook al werd zij gesteund door haar familie en haar vrienden onder de impressionisten, zij moest vechten tegen de conventies van haar tijd. Haar zus Edma met wie zij tien jaar lang samen schilderde gaf haar schilderen op toen zij trouwde. Berthe trouwde met Eugène Manet, ook een schilder, maar bleef doorwerken en werd door haar echtgenoot gesteund. Een zeldzaamheid.

berthe-morisot-eugene-manet-and-his-daughter-in-the-garden

Eugène Manet en dochter Julie

Ik ben benieuwd naar haar dagboeken die nog in familiebezit zijn om meer inzicht te krijgen in haar hele leven. Het is ondenkbaar dat de Frans-Duitse oorlog en de maandenlange bezetting van Parijs in 1870/’71 niet tevens een rol in haar leven hebben gespeeld.

Waar dagboeken vaak de worstelingen en schaduwkanten van het bestaan vastleggen, wilde Morisot juist in haar kunst de vluchtige lichte momenten vastleggen en dat getuigt van een gezond realisme. Jean-Marie Rouart spreekt over de ‘happiness of the sad’. Dat is ook wat troost is. Dat betekent dat zolang je die vluchtige momenten kunt zien, ze kunt vastleggen en ervan kunt genieten, de wereld van lijden, negativiteit, je niet zal vergiftigen en zieldood maken.

Berthe Morisot’s werk is een ode aan de schoonheid van het leven.

Is er dan niets meer heilig?

Recycling:

Elke week wordt er in de synagoge een deel uit Tora gelezen en wordt er commentaar op geleverd: klassieke interpretaties door geleerden en rabbijnen maar ook door anderen. In 1995 werd ik gevraagd om wat te schrijven over de sidra van die week die ook deze week (week van 12 februari 2018) weer wordt gelezen. 

Column gepubliceerd in NIW februari 1995 in de serie: Sidra van een leek. 

Over Troema (Sjemot-Exodus 25/26/27:1-19) 

‘Is er dan niets meer heilig?’

De minutieuze beschrijving van de voorbereidingen voor de Bouw van de Ark van het Verbond zijn een waar festijn voor de zinnen. Zoals een fraai recept je kan doen watertanden, zo wordt door de opsomming van Egyptisch linnen, allerlei kleuren wol, kleden van geitehaar, ramsvellen, dolfijnhuiden, fijn leer, koper, goud, zilver, brons, onyx, lapis lazuli, kruiden, olie en acaciahout, een beeld opgeroepen van rijkdom en esthetiek. En dit alles krijgt een bijzondere waarde omdat het giften zijn van ‘everyone whose heart so moves him’, het zijn uit het hart geschonken aardse goederen om het heiligste der heiligen een woonplaats te bieden, een geheiligde plek. Dat wat niet te vatten is, waarvan geen beeld kan bestaan, krijgt hierdoor een aardse omhulling waarbinnen zich het onuitsprekelijke, het uiteindelijke geheim bevindt. Het geheim is dus een lege ruimte, maar met een lading die sterker is dan die van welke energiebron ook. Hier is de aanwezigheid van de Eeuwige zelf. Door een ruimte te heiligen, als uitdrukking van iets dat niet waarneembaar is, werden primitieve voorstellingen voorgoed naar het rijk der afgodendienst verwezen. Er werd hiermee vooruitgelopen op moderne natuurwetenschappelijke bevindingen die ook over de oergrond van het bestaan in bijna religieuze termen spreken omdat normaal, alledaags spraakgebruik, laat staan het personifiëren of anderszins verbeelden, tekortschiet.

Maar onze woorden en gedachten willen zich toch ergens aan hechten. Wij gaan niet naar het graf van een van onze dierbaren omdat wij denken dat die persoon daar nog aanwezig is, maar omdat wij op die plek gemakkelijker verbinding kunnen leggen tussen het aardse en het onuitsprekelijke. Het geheim van de dood is daar beter te benaderen dan op de tramhalte van lijn 2. Doordat meerdere mensen dat daar doen, wordt de begraafplaats een plek met lading, een geheiligde plek.

Net zo is de Ark van het Verbond zowel een symbool van de Eeuwige en ook niet. Zij helpt ons door haar tastbaarheid. Zij is een omhulling gemaakt van het beste wat de aarde te bieden heeft: materie uit het hart geschonken, voor wat uiteindelijk onvoorstelbaar is.

Ark verbond1

Maar de Ark van het Verbond is er niet meer. Wij moeten het nu doen met de herinnering eraan en de zinnelijke beschrijving ervan in Sjemot of met de fantasie van Harry Mulisch in zijn boek De ontdekking van de hemel, of met wetenschappelijke en semi-wetenschappelijke verhalen over de mogelijke verblijfplaats van de Ark. Volgens een van die verhalen bevindt de Ark zich nu in Ethiopië. Op een televisie-documentaire hierover zag ik een oude man, de wachter van de Ark, voor een oud gebouwtje staan waarbinnen de Ark zich nog steeds zou bevinden. Zo geheim is de Ark dat wij zelfs haar omhulling niet mogen zien. De Ethiopische wachter stond, kwetsbaar en ongewapend ervoor. Ik stelde mij voor dat op een plek in Amsterdam een oude man voor een vervallen huisje zou staan waarbinnen zich een Geheim bevond. Hoelang zou de man zo kunnen staan? Een uur, een dag? Het moderne levensgevoel verdraagt geen geheimen. Het parasiteert op de permanente onthulling, het openbaar maken niet alleen van negatieve geheimen (wandaden), maar ook van geheimen die juist hun kracht onlenen aan het feit dat zij onuitsprekelijk zijn en omzichtig dienen te worden benaderd. Een oude man in Nederland zou, zodra men er lucht van zou hebben gekregen dat hij een geheim bewaakte, zijn leven niet meer zeker zijn. Bruut zou hij door onverlaten opzij worden geschoven, zijn sleutel zou hem worden ontfutseld en de heilige ruimte zou worden betreden. De bruten zouden verbaasd staan te kijken als zij, in plaats van eer schat, een tastbaar juweel of een som gelds, ‘niets’ zouden vinden. Uit woede zouden zij het huisje vernielen, de oude man mishandelen en misschien zelfs doden omdat zij zouden denken dat zij bedrogen zijn.

Ik maak mij zorgen over het geheim en de heiligheid. ‘Is er dan niets meer heilig?’, heette een lezing van Salman Rushdie. Ik ben bang van niet. De moderne westerse cultuur heeft geen boodschap aan geheim en heiligheid en dat zal het uiteindelijk de das omdoen. De redding zou kunnen liggen in de kunst van het abstraheren, het geheim en de heiliging in je ziel bewaren, de weinige plekken die lading hebben te bewaken, en het beeld van die man in Ethiopië in je hart te koesteren. Moge de Altijd Aanwezige hem beschermen.

Daniel van Mourik

Dreaming in Yiddish Award 2017 Shura Lipovsky

This speech was held by me in New York on the 27th of December 2017 on occasion of the Dreaming in Yiddish Award for Shura Lipovsky. 

Shalom aleichem, dear audience

Tsi veystu vos es iz mit dir?

Alts iz vund un alts iz vunder.

Veytog veyt un vandert unter,

Borves shprotst a royz in tir.

The lyrics of this song, written by Shura Lipovsky for the generation of her parents says it all: vund un vunder. The wound of  the massacre of the Jews and their culture in Europe and the miracle of the revival (without the help of the Messiah) of this culture. Today we are honouring Adrienne Cooper and many other remarkable Jews (and sometimes non-Jews) who brought Yiddish culture back to life. Alts iz vund un alts iz vunder, borves shprotst a royz in tir. At a certain moment roses began to sprout from the wounds, a miraculous rebirth.

Shura NY2

Shura Lipovsky is the first European artist to be be awarded the Dreaming in Yiddish Award 2017, an Award in honour of Adrienne Cooper who died in 2011.

I feel very honoured to give you an impression of Shura’s work and background. I have to do it in 5 minutes which is already more than Twitter would allow and more than the one sentence that Hillel spoke when confronted with the question to explain the entire Torah while standing on one foot. So stand on both your feet. Here we go.

What happens if you are born in a non-Yiddish speaking family with a Jewish father who, as early as 1919, fled with his parents from Charkov (Ukraine) via Constantinopel, stayed in many different countries, finally ended up in France and who joined the resistance as a young student in World War II and smuggled Jewish children to Switserland; what if your father moved after the war to The Netherlands, The Hague, worked there as an engineer and married a non-Jewish woman whose family was connected to the resistance and the fate of the Jews; what if your mother was the one who brought you into contact with Yiddish culture, befriended Chana Millner (Dutch pioneer for the revival of Yiddish and Ladino songs) and rummaged flea markets in Paris to find Yiddish recordings; what if you are a sensitive girl and start singing these Yiddish songs, continue singing them and passionately devote your whole life to Yiddish culture, a culture that you were not born into?

Well, then you happen to become Shura Lipovsky, an internationally well known Yiddish singer and also a composer who brings light where there is darkness, consolation where there is sorrow, hope where there is desperation, knowledge and awareness where there is ignorance, humour and jokes where there is too much heaviness.

Her presence is radiant, her laugh irresistable and she is always on the side of optimism and hope. She is a dove of peace but one who has weathererd the storm. She is not only a harmonizer but also knows how to fight. She is too Jewish not see reality for what it is. She is too Jewish not to make a radical choice for life. Knowing about darkness she always turns toward the light to make life bearable. She is not just a singer, but also a magid who in her workshops, masterclasses, meditations, and in her storytelling brings people to their inner core, their authentic voices and to their inner strength. Because that is what keeps us going.

Shura is part of Yiddishland: she works with, is inspired by and relates to collegues from the United States (among them the late Ruth Rubin), England, Israël, The Netherlands, Germany, France, Russia, Moldavia, Poland. Shura’s home base is Amsterdam and she also lives partly in Paris where she has directed a choir for more than ten years. She is a wandering Jew by choice. Her most recent artistic development was stimulated in the past by Chana Mlotek (z.l), who urged Shura to write her own songs, which she now does. This proves that Yiddish culture is alive and kicking and not only an archive, thanks to the characteristics of the culture itself that is about life and living.

ShuraNY 3

Shura started performing and doing workshops in The Netherlands in the ’70’s for a mainly non-Jewish audience that  knew hardly anything about the existence of Yiddish and Yiddish culture. It created a collective enthusiasm. When she was twenty three she collected Yiddish songs in a booklet ‘Mir lebn eybik’ and described the Yiddish songs as a musical historical archive. Her workshops at The Jewish Music Festivals in Amsterdam were always very well attended and soon she became an ambassador for Yiddish culture in The Netherlands and a trusted expert for bringing Yiddish artists to mainstream concert halls. In the ’90’s she toured with Zalmen Mlotek (NY) and Jeff Warschauer (Boston). They had rehearsels by telephone. Those were the days.

When you live in Europe and become a witness of the daily impact that the atrocities of the persecution of Jews has on your family and culture, then it is an act of courage to go to the country where the air is loaded with death and dying: Poland. It is also an act of courage for those few people in Poland who invited Jews to bring their culture back. So Shura was invited to give a concert in 1993 in the Warsaw Philharmonic concert hall (together with Zalmen Mlotek and Jeff Warschauer) on the occasion of the 50th Memorial of the Warschauer Ghetto Uprising; to sing for the unveiling of a monument for Mordechai Gebirtig and later the official opening of The Mordechai Gebirtig home in 2014.

In 2004 she had met Theodor Bikel (z.l) and Tamara Brooks (z.l) in Krakow during the Jewish Festival in Kazimierz . They shared the same passion for peace projects and right from the beginning of their meeting Theo and Tamara recognized Shura’s artistic qualities and also her sense of humour (even our wisecracking Michael Wex would be in awe of Theo’s and Shura’s joking for hours). A couple of years later they made a tour together in Poland with Mostar Sinfonieta (an orchestra from Bosnia with members from different religions).

What we, as people from The Netherlands, learned from the US mentality is not be excessively modest, and there is far more to say about Shura’s artistic career but let me quote Theo while you are still standing on two feet: ‘I can state without reservation that she is a superb performer whose respect for the material is exemplary. When Shura Lipovsky performs a song it has both lyrical and dramatic integrity. In her rendition each song becomes a mini-drama, a story exquisitely told and transmitted.’

From one generation to another, from one individual to a whole community, a modern Yiddish tribe, from traditional songs to new sparkling compositions, from a small country to the whole world, from dust and heaviness to new life.

This is the road to this Dreaming in Yiddish Award.

It is true: At a certain moment a rose is growing in the door. Borves shprotst a royz in tir.

Daniel van Mourik

Het hele concert en uitreiking Award is te zien via: https://vimeo.com/250024215

In Memoriam: Rosa Ubjaan

Zaterdag 25 november 2017 was de uitvaart van Rosa Ubjaan. Zij werkte meer dan dertig jaar bij Atria, Instituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis en stierf onverwacht op zestigjarige leeftijd. Als voormalig bibliothecaris bij Atria en collega werkte ik met haar. Voor het intranet van Atria schreef ik dit In Memoriam.

Rosa Ubjaan

 

Rosa op het werk

Als je het kantoorgedeelte van Atria binnenkomt, weet je altijd waar Rosa zit. Zij heeft haar plaats bij het raam en kijkt uit op de Vijzelstraat. Iedereen heeft een flexplek, of wordt min of meer daartoe verplicht, maar Rosa zit altijd op dezelfde plek. Zij heeft die plek gekozen en zij is dan ook de enige die je altijd meteen kon vinden.

Op het Obiplein, toen Atria nog was gehuisvest in de Majellakerk, zat Rosa op de zesde verdieping en als je binnenkwam, zat zij in de hoek rechts verschanst achter haar computerscherm. Haar werkplek was veilig en beschut en zij koos zelf wel wanneer zij erachter vandaan kwam.

Zij was gereserveerd in de omgang, vertelde nooit iets over haar leven buiten het instituut, maar hield erg van plagerijen. Alle winden en stormen van reorganisaties, beleidsvergaderingen, fusies, en personeelsbijeenkomsten liet zij onverstoord over zich heen komen. Zij nam nooit het woord en nu met terugwerkende kracht vind ik dat een wijs besluit. Ik bewonder Rosa die waarschijnlijk dacht: ‘ok, leuk dat we mogen meepraten maar het management gaat toch gewoon zijn eigen gang.’

Haar eigengereidheid in verband met de flexplekken bevalt me ook. Een werkplek moet toegesneden zijn op de individuele behoeften van de werkneemster en ook al is het idee van efficiëntie mooi, er moet altijd ruimte zijn voor uitzonderingen. Rosa wachtte niet af maar nam zelf het initiatief. Nu zij er niet meer is, is die plek ineens een heilige plek geworden die morgen aan haar dierbare nichtjes zal worden getoond. Er staat een foto van Rosa en er staan bloemen. Het is een gedenkplaats geworden.

Rosa was voor mij als bibliothecaris (ik ben sinds 2014 met pensioen) een onmisbare informatiespecialist. Zij nam alle bladen door en gaf waardevolle tips door voor de aanschaf van met name grijze literatuur. Meer dan dertig jaar was zij een loyale collega met wie je kon lachen en die haar werk serieus nam. Zij was waardevol misschien wel juist in haar gereserveerdheid. Zij was als persoon een sterke aanwezigheid, juist in een klimaat waar iedereen over the top flexibel en naar buiten gericht moet zijn. Traditioneel waren bibliotheken plekken waar meer introverte en uitzonderlijke mensen een plaats hadden, maar sinds begin jaren negentig heb ik dat tot mijn verdriet zien afkalven. Rosa was zo’n introvert en uitzonderlijk mens. Ik ben blij dat ik haar heb gekend. Met haar overlijden verdwijnt meer dan een fijne collega. Er verdwijnt iets dat niet in woorden is te vatten.

De uitvaart van Rosa

Afgelopen donderdagavond laat hoorde ik van haar onverwachte overlijden en vrijdagavond zaten we in het uitvaartcentrum op de Fred Roeskesstraat in Amsterdam rond haar kist om afscheid te nemen. Mensen stroomden binnen, huilden, omhelsden elkaar en er werden liederen in het Maleis gezongen en er werd gebeden. Ik zag hoe Rosa was ingebed in een grote Molukse familie en gemeenschap. Een eenling op het werk maar een dierbare tante en familielid in een grote warme gemeenschap.

Rosa2De volgende dag rijd ik naar Westgaarde voor de begrafenis. De zon schijnt er is een woeste lucht en af en toe begint het heftig te regenen. Er zijn honderden mensen en er worden veel toespraken gehouden. Er wordt verteld dat zij van de Kei-eilanden, deel van de Molukken, komt en hoe de familie naar Nederland is gekomen. Neven en nichten en anderen vertellen wat Rosa voor hen heeft betekend, hoe dankbaar ze zijn haar te hebben gekend. Er worden psalmen gelezen en 1 Korintiërs 13 over de liefde. We horen Blondie met de Tide is High en ook live muziek met het prachtige, ontroerende lied Family Tree.

‘Now as we say goodbye

To one of our own

We may be lonely

But we’re not alone

Though the leaves will fall

And the tears will flow

May it always comfort us to know

The family tree will always grow

Father down to son, mother to daughter

Thicker than water, we are made of this

From the Earth we rise

To the Earth returning

We’ll keep a candle burning

For the ones we’ll miss’

Aan het einde staat er een grote groep achter de kist en er wordt een lied in de taal van de Kei-eilanden gezongen. Wij lopen er allemaal langs en raken voor het laatst de kist aan. Iedereen is geraakt door de warmte en de kracht van een gemeenschap waar het geloof en het samenzijn zo vanzelfsprekend aanwezig zijn en die wellicht ook deel uitmaken van die kracht.

Na afloop staan we met een paar collega’s koffie te drinken. Iemand zegt: ‘ Ik ga zo meteen mijn moeder bellen.’ Een ander: ‘Ik ga een reünie organiseren’. We hebben het allemaal gevoeld. We hebben een dierbare collega verloren maar zij heeft ons wel iets nagelaten.

Dank, lieve Rosa!

 

#Metoo & #WaaromIkNiet

Gepubliceerd op 24-10-2017 op de blogsite van Atria door de voormalige bibliothecaris Ineke (Daniel) van Mourik.

Het is meer dan veertig jaar geleden dat ik actief werd in De Tweede Feministische Golf in Nijmegen en de meest schokkende ontdekking was toen voor mij hoeveel vrouwen slachtoffer waren van seksueel misbruik. Zouden wij feministen meer dan andere vrouwen misbruikt zijn en daarom feministen zijn geworden? Nee, zo zat het niet, wij waren de eersten die onze mond hierover open deden. Had ik ook een eigen verhaal? Nee, en daarom was ik zo geshockeerd.

Waarom ik niet, vroeg ik mij in die tijd af. Voor een man is deze uitspraak in de meeste gevallen geen vraag. Op grond van het manzijn zul je in mindere mate seksueel slachtoffer zijn of seksueel worden geïntimideerd dan vrouwen. Maar ik ben een vrouw en hoe komt het dat ik niet zulke ellendige ervaringen had gehad. Geluk? Ja, deels, maar er is ook iets anders aan de hand. Ik realiseerde me en dat begon al heel jong, dat ik mij bewust was van de dreiging die er met name van vreemde mannen kon uitgaan. Door mijn ouders maar ook opvoeders werden wij meisjes daar op alle mogelijke manieren op gewezen, en de enige bescherming bestond eruit je als een net meisje te gedragen (ik spreek nu over de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw). Nooit werd erbij gezegd dat dat je uiteindelijk ook niet zou beschermen, want het misbruik door bekenden was toen nog een bewuste of onbewuste blinde vlek of werd als unieke uitwas beschouwd waarover je maar het beste kon zwijgen. Dan verdwijnt die vlek namelijk uit het zicht.

Maar ik was niet het meisje dat een meisje in de klassieke zin wilde zijn en zeker geen net meisje. Ik was een meisje dat niet begreep dat bepaalde dingen niet mochten omdat ik een meisje was. Gelukkig was de druk niet al te groot, als kind bleef ik nog een tijdje buiten schot en het is een voordeel als je fijne broers hebt. Ik hield van jongensdingen (klimmen, schieten met de buks en ruige avonturen buiten) maar ik werd er wel voortdurend aan herinnerd dat ik de grenzen van mijn sekse overschreed: ‘Ge bent krek ene jongen’, zeiden de mensen op straat. Maar lieve goedbedoelende ouders, onderwijzeressen, en priesters, ik wilde niet krek een jongen zijn, ik wilde een meisje zijn dat gewoon wilde doen wat zij leuk en spannend vond. Hoe ingewikkeld kan dat zijn? Later, toen ik uit de kast kwam als lesbo werd dat nogmaals gebruikt. Ah, nu begrijpen we waarom ze die jongensdingen wilde. Maar lieve goedbedoelende ouders, opvoeders, priesters en wetenschappers, ik wil nog steeds niet krek een jongen zijn, maar een vrouw die haar vrouwelijkheid op haar eigen wijze wil beleven. Dat heb ik vervolgens gedaan maar altijd met kennis van de regels van de mannenjungle in mijn achterzak.

jungle outfit kopie

Survival handbook

Ik droeg wijde overhemden om niet als eerste de mannenblikken naar mijn borsten te voelen gaan, stevige schoenen om goed op te kunnen lopen en te kunnen weglopen. Broeken en jasjes met binnenzakken om geen tas te hoeven dragen. Kort haar voor het gemak. En zo gekleed betrad ik mannendomeinen zoals kroegen (in de jaren zestig was het niet gebruikelijk voor vrouwen om alleen mannenkroegen te bezoeken) en leerde ik om adrem te reageren, te discussiëren, stevig te drinken en een leuke tijd met de andere sekse te hebben. Dat ik meer op vrouwen viel dan op mannen was een voordeel. Ik had mannen niet nodig om me aantrekkelijk en begeerd te voelen en dat maakte me vrij. Ik kwam en ging wanneer ik wilde, zei nooit waar ik woonde en verliet altijd alleen en onverwacht voor hen het café. In vreemde steden en op reizen was ik altijd op mijn hoede en nam nooit grote risico’s. Ook heb ik me veel reisavonturen ontzegd en ontwikkelde ik, ondanks mijn gebektheid, een grote gereserveerdheid. Door de jaren heen gebruikte ik mijn eigen survival handbook om de patriarchale jungle te verkennen en dat heeft deels bijgedragen tot #waaromikniet. Maar ik heb me altijd gerealiseerd dat ik ook geluk heb gehad en dat #IkOok kantje boord was.

Want niets kan ons beschermen en we zijn geneigd dan te blijven zoeken naar wat we niet goed hebben gedaan i.p.v de daders aansprakelijk stellen. We fietsten in het donker alleen (uitlokking), we hebben geflirt (uitdaging), we hadden te korte rokjes, te diep décollete (verleiding), te jongensachtige kleding (woede), nee gezegd (maar dat betekent toch ja), te adrem geweest (afstraffen), te verlegen (had je maar nee moeten zeggen). Kortom zoals een bekend gezegde het uitdrukt: het is niet goed of het deugt niet.

Iedereen die deel uitmaakte van de vrouwenbeweging in de jaren zeventig, wist dat geweld tegen en intimidatie van vrouwen een immens probleem was en al spoedig volgden de artikelen (ik schreef erover in Lover), actiegroepen zoals Blijf van m’n Lijf en Vrouwen tegen Verkrachting, de boeken met analyses van het patriarchaat, en hier in Nederland grote onderzoeken op dit gebied van Renée Römkens (1992) en Nel Drayer (1988). Nou, dat hebben de dames geweten want hun verontrustende cijfers werden vaker geridiculiseerd en gebagatellisseerd dan dat de alarmklok werd geluid. Want dat had gemoeten, maar het gebeurde niet.

Het zwijgen van mannen

Metoo

Maar nu is er #metoo en #IkOok dat tien jaar geleden al werd geïnitieerd door een zwarte vrouw, Tarana Burke. Na het openbaar maken van de wandaden van een Hollywood producer, wordt #metoo dankzij de sociale media door duizenden vrouwen (maar het zullen er miljoenen worden) getwitterd. De kranten staan bol van de verhalen en de een na de andere bekende persoon komt uit de kast van het verzwegen misbruik. Ze hebben niet alleen hun eigen schaamte en schuld overwonnen, maar ook hiermee de bescherming die de mannen blijkbaar meenden te hebben voor hun machtsbelust wangedrag aan flarden gerukt. Want dat is misschien wel het meest verbazingwekkende: hoe lang hebben mannen van wie men wist dat ze misbruik maakten van hun posities vrijelijk hun gang kunnen gaan? Ik begrijp dat de slachtoffers, de vrouwen, hierover zwegen, maar dat zoveel mannen hun medebroeders rugdekking gaven en geven is erg beangstigend. Er lopen dus heel veel mensen (merendeel mannen) rond die ervan weten en dus medeplichtig zijn aan het voortwoekeren van dergelijk misbruik. Dat kan dus ook je aardige buurman zijn, een sympatieke collega op het werk, of zelfs je eigen familielid, of echtgenoot, die zijn kop in het zand steekt als het zijn eigen kop gaat kosten, zijn solidariteit met andere mannen aantast, of zelf ook wel houdt van zogenaamd onschuldig ‘grab them by the pussy’ praat.

Silent men

Wat nu zo bijzonder is dat veel mannen zich beginnen te realiseren dat zij belangrijke spelers zijn en zich ook gaan uitspreken nu de beerput van alle kanten walmt. De man die zich al jaren lang in theorie opwerpt als de beschermer van vrouwen kan nu eigenlijk eens goed aan de bak: zichzelf onder het vergrootglas leggen en zijn seksegenoten de maat nemen en waar nodig laten vallen als een baksteen als zij hun macht en wellust op een destructieve wijze gebruiken.

Ik weet dat veel mannen zullen denken dat het in de aard van hun beestje zit om er roofdierachtige praktijken op na te houden, maar ik houd het er op dat wij in een cultuur leven die patriarchaal is en waarin de machthebbers zelf eeuwenlang fanatiek geloofden (met steun van religie en wetenschap) in de onontkoombaarheid en natuurlijkheid van de mannelijke superieure positie. Het is de fantieke gelovigen (waartoe ook heel lang vrouwen behoorden omdat ze zich schikten in hun lot) goed gelukt om deze boodschap over te brengen maar er zit houtrot in de fundamenten en een van de tekenen is het wereldwijde grootschalige protest van vrouwen tegen hun vernedering, mishandeling en onderdrukking.

Toxic masculinity word cloud

Nu ook meer en meer mannen zich bewust worden van wat wel wordt genoemd ‘toxic masculinity’ is er hoop op een menselijker wereld. Een wereld waarin ik en andere vrouwen niet voortdurend met het junglehandboek in de achterzak of tas hoeven rond te lopen.

 

In Memoriam: Carla Brünott 1938 – 2017

Rede uitgesproken bij het afscheid van Carla Brünott op 26 augustus in Schuilkerk De Hoop te Diemen en als blog gepubliceerd op de website van Atria door Ineke van Mourik.

carlabrunott 

Een Fameuze Potteuze

Het was in de tweede helft van de jaren zeventig toen Carla Brünott mijn leven kwam binnen trompetteren. Ik woonde in Nijmegen en was een van de oprichtsters van De Feeks, vrouwenboekhandel, café en documentatiecentrum. Op de universiteit roerden de vrouwen zich ook en tijdens het eerste Heksencollege in 1977 vertelde Carla op het podium in de pauze dat zij samen met andere vrouwen een vrouwendrukkerij Virginia (vernoemd naar Virginia Woolf) aan het oprichten was. Daarvoor was geld nodig. Zij eindigde of begon haar oproep (dat weet ik niet meer precies) met subliem getrompetter. Zonder trompet, maar louter met haar stem. Mijn oren stonden op stelen! Later hoorde ik dat zij zangeres was die haar veelbelovende carrière had afgebroken en in het klooster was gegaan. Daar gebeurde wat in de licht erotische bouquetreeks romannetjes al zo vaak was beschreven: zij werd verliefd op een mede-non. Zij trad uit maar later organiseerde zij over het onderwerp van de ‘bijzondere vriendschap’ een studiedag in het moederklooster van de Zusters van Schijndel. En dat was nu typisch Carla. Zij wilde dingen bespreekbaar maken.

Jaren daarna, toen wij samen een keer toevallig langs haar oude klooster in Egmond kwamen, heeft zij mij het klooster laten zien. Op een gegeven moment vroeg ze of ik buiten wilde wachten want ze wilde moeder-overste nog even spreken. O, help dacht ik nog, zij gaat het weer over ‘bijzondere vriendschappen’ hebben en moeder-overste de oren wassen. En jawel, ze kwam aangeslagen terug want moeder-overste was koel en afstandelijk gebleven. Ik geloof dat zij haar toen ook het boek Lesbian Nuns heeft gegeven. Later kreeg zij een nare brief als reactie.

Carla kon het niet laten: als zij iets onrechtvaardig vond ging zij er zogezegd vol en radicaal in en dat leidde ook regelmatig tot aanvaringen.

Een bevlogen priester op blote voeten

Als kind was het haar diepste wens om priester te worden, maar die keuze was voor vrouwen verboden terrein. Zij koos, ondanks haar hartstocht voor zang en muziek, niet uit eigen vrije wil voor het conservatorium. Het was een wens van haar familie en omgeving en zij liet dat allemaal over zich heenkomen. Na een aantal jaren protesteerde haar lichaam: zij verloor haar stem.

Vervolgens koos zij voor het klooster, maar daar was voor de liefde (behalve dan die voor God) geen plaats. En opnieuw koos zij: maar nu om uit te treden. Op dat moment werd zij naar mijn gevoel een bevlogen priester op blote voeten die zonder instituut of druk van buiten de wereld rechtvaardiger probeerde te maken. Zij paarde een tomeloze werkdrift met talloze initiatieven om de positie van vrouwen te verbeteren en hun culturele bijdragen onder de aandacht te brengen. Ik werkte met haar samen bij het tijdschrift Lust & Gratie (waarvan zij de initiatiefneemster was) en typerend voor haar was dat toen ik een keer uit pure noodzaak bij Shell had getankt ik hel en verdoemenis over mij kreeg uitgestort. Heftig en bevlogen was zij maar uiteindelijk ook bereid om een blik in haar eigen ziel te werpen en dat verzachtte haar soms onverzettelijke natuur. Heftig was zij ook in haar liefdes. Zo heeft zij eens in dronkenschap voor de deur van een geliefde staan schreeuwen die er blijkbaar niet was. Zij werd opgepakt en in een cel gezet, verwenste het hele patriarchaat en heeft de hele nacht iedereen wakker gehouden met getrompetter en gezang. Een razende profeet laat zich zelfs in het hol van de leeuw niet de mond snoeren.

Haar eigen stem

Als ik nu over haar leven nadenk en het gesprek dat ik nog met haar had op donderdag 10 augustus toen we afscheid van elkaar hebben genomen, dan realiseer ik mij dat de essentie van haar leven toch de muziek was. Zij had daarin haar eigen weg willen gaan, maar door haar grote talent stortte de buitenwereld zich op haar. Zij was kwetsbaar en liet zich overspoelen, met het gevolg dat zij uiteindelijk haar stem verloor. In het klooster kreeg zij de naam Kerimeh, een persoon uit een Arabisch verhaal. Dat is op zich al wonderlijk in een christelijke omgeving. Deze Kerimeh was verloofd met een man die doof werd en die zijn gehoor zou terugkrijgen als zij haar stem offerde. Maar dan kenden de nonnen Carla toch niet goed. Uiteindelijk offerde Kerimeh haar stem om die van haarzelf terug te krijgen want na het klooster ging Carla een leven leiden zoals zij dat wilde en waarin muziek en zang altijd een grote rol bleven spelen. Op haar voorwaarden, op haar manier. Legendarisch was haar optreden in rokkostuum voor een enthousiast vrouwenpubliek. Haar kwetsbaarheid werd haar kracht. Zij heeft haar carrière geofferd maar niet haar stem, haar eigen stem, en die zal ik nog lang horen.

Brunott

Carla Brünott, laten we haar naam uitspreken want dat is de naam die zij droeg en die haar heeft vergezeld in haar aardse bestaan. Dat haar rebelse ziel moge worden opgenomen in het eeuwige licht.

Lees verder

Carla Brünott: een gepassioneerde potteuze

Archief Carolina Petronella Maria Brünott

 

In Memoriam: Nicoline Meiners 1942 – 2017

Rede uitgesproken op de afscheidsbijeenkomst van Nicoline Meiners op 4 maart 2017 in Schuilkerk de Hoop in Diemen door Ineke van Mourik. 

Meiners 2Als ik aan Nicoline denk, denk ik aan boeken. Veel boeken en overal: in haar kelder, haar huis, haar winkel en in andere voor het publieke oog verborgen opslagruimten. Door haar kwam ik in een rijke antiquarische vrouwenboekenwereld.

Ik weet niet meer precies wanneer ik haar voor het eerst ontmoette, de vrouw die door Ischa Meijer in een interview met haar ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van Lorelei in 1991, de antiquarioniste werd genoemd. Ik denk eind jaren zeventig begin jaren tachtig toen ik vanuit Nijmegen en werkzaam in boekhandel de Feeks vanwege de liefde en feminisme vaak in Amsterdam kwam. Nicoline’s winkel op de Prinsengracht was behalve een schatkamer van bekende en onbekende werken een ontmoetingsplaats. Nicoline troonde achter een tafel met haar kaartenbakken en op de tafel stond een ouderwetse theepot op een lichtje. De theepot, een  leunstoel en tafeltje met schemerlamp in de hoek, kwamen uit de erfenis van haar tante Annie. Daardoor kreeg de winkel een nog groter antiquarisch cachet.

Lorelei

Nicolione’s gehechtheid aan haar boeken was groot, zeker als het een bijzonder exemplaar betrof. Zo was ik begin jaren tachtig op zoek naar het subversieve S.C.U.M – manifest van Valerie Solanas en zij bleek dat thuis te hebben. Op een middag bracht ik haar een bezoek en we zaten op haar balkon thee en daarna wijn te drinken. Elke keer probeerde ik het gesprek op het S.C.U.M-manifest te brengen maar handig ontweek zij het onderwerp door enthousiast over andere boeken te vertellen. De aanhouder wint: uiteindelijk haalde zij het beruchte boekje tevoorschijn en heeft zij het met frisse tegenzin aan me verkocht.

Later toen ik werkzaam was als bibliothecaris bij het IIAV (nu Atria) gingen we een aantal keren samen haar opslagruimten in (op diverse plekken in de stad) om uit de door haar verzamelde schatten een selectie te maken voor onze collectie. Dat ging altijd gepaard met enorm (terecht) gemopper over de catalogus. Zo werd zij ook enigszins de schrik van diverse medewerksters toen ik haar had gevraagd de noodzakelijke correcties in de catalogus aan te brengen. Zij was een dwarse perfectionist, maar met een vurig feministisch hart. Zij heeft prachtige oude boeken, tijdschriften en pamfletten verkocht en geschonken aan het instituut.

In het interview met de soms treiterige Ischa (ze waren duidelijk aan elkaar gewaagd want zij heeft hem onder de tafel ook nog geschopt) zegt zij na een vraag van Ischa over hoe het eigenlijk met de vrouwenbeweging gaat: ‘Zolang ik er ben, is er niets aan de hand.’

De antiquarioniste is er niet meer en ook haar winkel is verdwenen, maar zo lang wij haar gedenken is zij er en leeft haar boekenziel voort.

Meiners

Elk mens sterft twee maal

Als we ter hoogte van Xantippe fietsen over de zonnige of regenachtige Prinsengracht

denken wij aan haar.

Als de geur van oude boeken en vochtige pamfletten onze neuzen prikkelt

denken wij aan haar.

Als de Lorelei in onze oren zingt

denken wij aan haar

Als we strijden voor rechtvaardigheid voor vrouwen wereldwijd

denken wij aan haar.

Als we de vrolijkheid in de rondborstige kunst van Nikki de St. Phalle zien

denken wij aan haar.

Als we denken aan de literaire salons waar onze geest werd geprikkeld

denken wij aan haar.

Als we iets goed kunnen doen door wat zij ons leerde

denken wij aan haar

Zolang wij leven blijft zij leven,

Zij is een deel van ons, zolang wij haar herdenken

 

Bij zonsopgang en zonsondergang

denken wij aan haar.

Bij het waaien van de wind, in de kou van de winter

denken wij aan haar.

Bij het openspringen van de knoppen in de lente,

denken wij aan haar.

Onder de blauwe hemel, in de hitte van de zomer

denken wij aan haar.

Bij het ritselen van de bladeren, in de schoonheid van de herfst,

denken wij aan haar.

Wanneer het jaar begint en wanneer het eindigt

denken wij aan haar.

Zolang wij leven blijft zij leven,

Zij is een deel van ons, zolang wij haar herdenken

(Variant van joods gedicht)

Zie ook: De getijden van Nicoline Meiners, een boekje dat gemaakt is na haar overlijden met de speeches op de afscheidsbijeenkomst en meer informatie over Nicoline en haar antiquariaat Lorelei. Aanwezig in de collectie van Atria www.atria.nl