Bij het verschijnen van de biografie over Andreas Burnier, door Elisabeth Lockhorn, Metselaar van de wereld, adverteerde uitgeverij Atlas met de kop: Andreas Burnier: transgender avant la lettre, om de biografie onder de aandacht te brengen. Zo’n flitsende kop gaat helaas een eigen leven leiden en de schrijver van de boeken, Een tevreden lach (1965) en Het jongensuur (1969) waarin het thema transgender een belangrijke rol speelt, wordt hierdoor vastgeklonken in een identiteit die meer nuance nodig heeft. Dat is mij niet ontgaan want in de teksten over Burnier die ik de afgelopen jaren kreeg toegestuurd, stond steevast die karakterisering. Ik heb dan ook vaak wijzigingen hierin aangebracht omdat Burnier zelf hierover genuanceerd heeft gesproken en geschreven.
Zo vond ik recent op de site van het NIW nog een artikel van Annet Bleich (19 oktober 2020) met de niet mis te verstane titel: Briljante transgender met een vrome Joodse ziel.
Er zijn miljoenen meisjes die tegen de grenzen van hun opgelegde vrouw- en meisjeszijn oplopen en Burnier was in ons land een van de eersten die daar zo expliciet en indringend over schreef. Maar zelfs een feministe als Annet Bleich maakt dan een opmerking die toch schuurt:
‘Een bijzondere vrouw, zoals gezegd. Hoewel er vraagtekens zijn te zetten bij dat vrouw zijn.’ En dan verwijst zij naar de biografie waarin wordt gesproken over transgender avant la lettre.
Makkelijk etiket
Maar er is een verschil tussen het te gemakkelijke etiket transgender en hoe Xandra Schutte dit genuanceerd verwoordde in haar essay ‘Vrouw met baard’ in De Groene van 19 augustus 2015
‘Je kunt je afvragen of Burniers verlangen een jongen te zijn samenhing met de enge mal die destijds voor vrouwen klaarlag. Misschien was ze nu, zoals het heet transgender zijn geweest, of iets tussen man en vrouw in. Maar waarschijnlijker is dat Andreas Burnier ook die nieuwe etiketten als ‘verstarring, beperking, afsnoering’ had gezien. “Waarom zijn wij soortelingen geworden”, vraagt Simone (in Een tevreden lach) zich af, “man of vrouw, van deze of gene klasse, van dit of dat beroep, westers, twintigste-eeuws, Euro-Amerikaans soortdier? Eens hebben we onszelf als mens gezien: hemelhoog en verankerd in de aarde.” ‘
De waarschijnlijkheid die Xandra Schutte onder woorden brengt, wordt door Burnier zelf op haar onnavolgbare wijze ook verwoord in haar boeken Gesprekken in de nacht en Rondgang der gevangenen:
Wat zegt Burnier zelf
Uit: Gesprekken in de nacht. (1987) p.57
‘Zeer ben ik het met u eens, dat protest tegen je sexe, ras, sociale klasse, nationaliteit of wat dan ook, veelal alleen maar een concretistische neerslag is van een spirituele crisis, waarvan je je de exacte aard niet realiseert. Maar toch, aan de andere kant herinner ik mij dat toen ik mij voor het eerst bewust werd van het feit dat ik een meisje was (ergens tussen mijn derde en vijfde jaar), ik zoiets dacht van: “Hé, wordt hier soms vals gespeeld? Dat hadden wij boven toch niet afgesproken?” Of woorden van gelijke strekking.
Hoewel ik geen broertjes had (noch zusjes), I felt cheated . Dit zou ‘transsexualiteit’ zijn, ware het niet dat ik er na mijn dertigste geen last meer van had.
[…] Ik denk dat vrouwen en mannen, statistisch als groepen, zeer verschillend zijn, met inderdaad vrouwen als representanten van het midden (de ziel en levenskrachten) en mannen van beide extremen: de geest en het grof-fysieke. […] Maar zulke algemeenheden, daar geeft de bakker geen brood voor. Als individu zul je toch steeds weer helemaal alleen moeten uitzoeken hoe je in elkaar zit, wat je wenst te representeren en wat je gedacht had daaraan te doen.
Uit: Rondgang der gevangenen. (1987) p.166
Hier beantwoord Burnier een vraag van een lezeres uit Zwolle die haar vraagt: 2. ‘U voelt zich een man in een vrouwenlichaam (zegt men), de mens is geest en niet het lichaam, U voelt zich aangetrokken door vrouwen dan bent u toch niet homosexueel?’
‘Uit, onder meer, Gesprekken in de nacht, p. 57ev, blijkt dat ik mij al vijfentwintig jaar geen ‘man in een vrouwenlichaam’ meer voel. Desondanks, voor zover ik mij dat stiekem of bij vlagen toch nog zou voelen: mijn partner is van het sportieve, jongensachtige type, zodat je eventueel van een nichtenhuwelijk zou kunnen spreken in ons geval.
Ik onderscheid meestal: hetero’s, fysiek-manlijke homo’s, fysiek vrouwelijke homo’s, transsexuele hetero’s, transsexuele homo’s, fysiek-manlijke heteronichten (dit zijn de meeste zogenaamde ‘aardige mannen’, met wie ik bevriend ben), fysiek-vrouwelijke nichten van het manlijke type, zoals ik dus vroeger soms was, hoewel toch ook vaak een fysiek-vrouwelijke moederlijke vrouw (ik ben gek op heel kleine kinderen en zij meestal op mij), bi-, pan- en a-sexuelen en lesbiennes. Het laatste vind ik een vies woord, omdat het volgens mij klinkt naar baby-braaksel, maar gelukkig ben ik zelf dus een homosexueel-heterosexuele nicht, zodat het lelijke etiket (waarom moeten die vrouwen nou uitgerekend naar een eiland heten? Homosexuele mannen heten toch ook niet ‘Florentijnen’ of ‘Oxfordianen’?) gelukkig niet op mij slaat.
Ik hoop dat het allemaal hierdoor veel duidelijker is geworden en anders vraagt u het nog maar eens aan de Nederlandse kardinaal S., want die heeft ervoor geleerd.’
Uit de Schatkamer
Recent heeft het Instituut Beeld & Geluid oude uitzendingen (tv en radio) online gezet op een platform: De Schatkamer. Dat is het inderdaad en na de naam van Andreas Burnier te hebben ingevuld in het zoekscherm vond ik een aantal uitzendingen, bekende en ook onbekende. O.a een geluidsfragment van een gesprek met Alfred Kossmann uit 1967 (De Staalkaart) waarin zij over het thema man-willen-zijn een paar belangrijke opmerkingen maakt. Als Kossmann haar vraagt waarom zij een mannelijk pseudoniem heeft gekozen antwoordt zij: Om twee redenen. Een boek van een vrouw wordt op een bepaalde manier bekeken. Extra kritisch of extra tolerant. Een boek van een man wordt neutraler bekeken. En omdat het boek gaat over een meisje dat een man zou willen zijn. Verder vertelt Burnier dat zij het niet lastig vindt dat iedereen nu weet dat de schrijver een vrouw is. Als zij een brief krijgt gericht aan de heer Burnier, antwoordt zij dat zij een vrouw is. ‘Ik pretendeer niet dat het boek door een man geschreven zou zijn. Het tot een andere sekse willen behoren, speelt geen rol meer. Het is voor mij afgedane thematiek.’ Kossmann wijst ten slotte op een uitspraak die Burnier heeft gedaan over de mens en zij beaamt: ‘De mens is een geestelijk wezen en dat is de basis van mijn levensbeschouwing.’
Elk boek is een gevaar
De meest recente bron met verwijzingen die ik hier wil aanhalen, is een fragment uit de Inleiding van Ronit Palache bij het boek Elk boek is een gevaar (een bloemlezing uit 2022 van autobiografische teksten van Andreas Burnier).
‘Op haar dertigste besluit ‘Reinier’ te scheiden van Emanuel, een tijd die ze als een ‘hergeboorte’ (1) beschouwt. Het is ook een van de momenten waarop ze de ooit zo vurige wens verliest om liever een man te zijn al blijft ze af en toe brieven ondertekenen met mannelijke verwijswoorden en beschrijvingen van zichzelf. “Aanvankelijk zat ik nog erg vast aan het idee-fixe van, als je nu maar in het goede lijf bent geboren, is alles goed, maar later begon ik in te zien dat als je de sociale mogelijkheden verruimde voor iedereen, dat deze problematiek eigenlijk wegviel. Als mannen of vrouwen gewoon kunnen zijn wie ze zijn, en dat kan heel vrouwelijk zijn als vrouw of heel mannelijk als vrouw of een beetje daartussenin, dan hoef je verder over je lichaam niet te zeuren eigenlijk.(2) Ik vind dat je in de eerste helft van je leven een man zou moeten zijn en in de tweede helft van je leven een vrouw. Vrouwen zijn over het algemeen interessantere mensen. Het is fijner om vrouw te zijn, maar in de eerste helft van je leven is het heerlijk om die fysieke bewegingsvrijheid en veiligheid te hebben die jonge mannen hebben – het gevoel dat er eigenlijk niets kan gebeuren.(3)”
Wel blijft ze de rest van haar leven spelen met man/vrouwgedaanten, die het sterkst tot uiting komen door haar naam, kleding en beschrijvingen van zichzelf in enkele van haar brieven en artikelen.(4)’
Tot slot
Burnier is in de dertig (5) als zij niet meer de behoefte voelt een man te willen zijn, maar dat betekent nog steeds dat, vooral haar eerste boeken Een tevreden lach en Het jongensuur, van grote betekenis zijn voor al degenen die zich als meisje gediscrimineerd voelen. Zich niet thuis voelen in hun lichaam waarmee zij zijn geboren en die zichzelf definiëren als transgender/transseksueel en/of non-binair. Misschien zal een deel van de transgenders teleurgesteld zijn dat Burnier niet onvoorwaardelijk bij hun gezelschap behoort. Andreas Burnier is wat het thema ‘je niet huis voelen in je lichaam waarmee je geboren bent’ een goed voorbeeld hoe dat intense gevoel ook kan veranderen. In ieder geval gebeurde dat in haar leven. Dat haar levensbeschouwing hierbij een rol heeft gespeeld, lijkt me duidelijk. Maar wat ook belangrijk was dat zij in haar leven kon verwezenlijken wat eeuwenlang en nog steeds op veel plekken in de wereld exclusief is voorbehouden aan mannen. Zij kon – na een periode van vervolging vanwege haar joodszijn en de moord op veel van haar familieleden – leven in een land dat haar uiteindelijk voldoende mogelijkheden bood om haar ‘mannelijke’ gevoelens en daden en haar homoseksualiteit te beleven. Het ‘anderszijn’ werd haar als schrijver, als kunstenaar en door haar status als hoogleraar minder aangerekend dan anderen die deze status niet hadden. Daardoor kon Burnier in de jaren zestig ook de voortrekkersrol krijgen die tot meer algemene acceptatie leidde van het ‘anderszijn’ in brede zin: van haar transseksuele gevoelens, haar homoseksualiteit en eigenzinnige feminisme.(6)
Opmerkelijk zijn de ernst en de diepgang waarmee zij over het leven nadacht en schreef en daarnaast hoe vaardig zij was in het spelen met diverse rollen. Echt spelen en met veel humor. Dat zie je ook in haar reacties die ik boven heb beschreven en de practical jokes die ons dagelijks leven kleur gaven.
In mijn vroege jeugd werd ik in de kleine plaats waar ik woonde een halve jongen genoemd omdat ik ‘jongensdingen’ deed: klimmen, klauteren, vechten, vissen, timmeren, broeken, laarzen of stevige schoenen droeg. Maar ik ben geen halve jongen en Andreas uiteindelijk geen hele jongen of transgender avant la lettre. Als je jezelf als vrouw definieert dan is het niet aan de ander om bij dat vrouwzijn vraagtekens te zetten. Dan beland je in de gevangenis die anderen (meestal mannen maar ook veel vrouwen) hebben gecreëerd om de grenzeloze mogelijkheden van het vrouwzijn/menszijn in op te sluiten.
Dat geldt ook voor degenen die nu denken dat ze weten hoe het zit met transgender zijn en Burnier willen gebruiken om anti-transgevoelens (‘zie je wel je kan ook veranderen’) te voeden. Het leven van Burnier is éen voorbeeld van een beleving die op een specifieke wijze verloopt, maar ook een voorbeeld dat je niet te snel conclusies kunt trekken. Je zult altijd moeten blijven kijken en luisteren naar wat iemand zelf over haar of zijn beleving van het eigen lichaam heeft te zeggen en ook de blik in jezelf durven te werpen.
In de jaren ’50 zwerft de jonge Andreas/Ronnie Dessaur eenzaam door de straten van Amsterdam. Een enkele kroeg, De Shakespeare club (vooral voor mannen) en there wasn’t a dyke in the land. Het activisme van het COC en de verhevigde strijd om aanvaarding en emancipatie van homoseksuelen (in aanvang nog homophielen genoemd) barst pas in de jaren ’60 goed los en nog wat later onstaat een bloeiende lesbo-feministische subcultuur.
In het zojuist verschenen boek van Marijke Huisman, Queer geschiedenis van Nederland. De strijd om een eigen verleden, wordt een beeld geschetst van deze moeizame, trage geschiedenis en de aanvaarding van wat nu onder de verzamelnaam queer valt. Wat daarin opvalt is een bijna wanhopige en goedbedoelde poging om vooral rationeel en wetenschappelijk te verklaren waarom mensen afwijken van het gemiddelde. Het gemiddelde dat meestal door de cultuur wordt gedefinieerd. De afwijkingen worden benoemd ten opzichte van wat normaal wordt geacht. Prachtige en kwetsende woorduitvindingen komen langs: Mannweib, Zwischengeschlecht, De Derde Sekse, Uraniërs, Pederasten, Sodomieten, Lesbiennes, Sapphisten, Potten, Poten, Flikkers, Gay People, Two-spirit People, Berdaches, Androgynen, Non-binairen, Genderfluïden, en ook alle benamingen in het Queeralfabet zijn daar voorbeelden van.
Gedreven door het verlangen om bestaanswijzen werkelijk recht van bestaan te geven, putten we ons uit om via het denken tot kennis en definities van identiteit te komen. Maar de ernst en grimmigheid waarin het rationele debat vaak (of nou God of de wetenschap daarvoor wordt gebruikt/misbruikt) kan ontaarden, mist het meer interessante gebied van de verwondering en de poëzie om onze kennis diepgang te geven. We zouden kunnen leren van het schaarse antropologische onderzoek op dit gebied. Maar ook van hernieuwde belangstelling voor de natuur, aarde en kosmos zoals die in veel creative uitingen (boeken, films, etc) wordt verbeeld op een manier die de rede verbindt met de poëzie en daardoor de eindeloze variaties, complexiteit en schoonheid zichtbaar maakt.
Aan al degenen die er voor hebben doorgeleerd en tot slot aan degenen die er niet voor hebben doorgeleerd, zou ik willen zeggen: lees Burnier en laat je verrassen. Want we zijn nog lang niet klaar met dit onderwerp.
____________________________________________________________________
1 Interview met Andreas Burnier door Jeanet van Omme voor Rebels binnen de regels, Het vrouwendispuut Arktos, 1917-1997.
2 Interview met professor Dessaur door Lize Alink voor De rode draad, 28 augustus 1981
3 Interview met Andreas Burnier door Klaas Peereboom, Het Parool, 6 maart 1973.
4 Zie voorbeeld enkele brieven aan de ‘Platojongens’, aan haar geliefde Daniel van Mourik, uitgever Jacques Dohmen of in het stuk ‘Volgend jaar in Jeruzalem’, waarin ze zichzelf beschrijft als Joodse man in de veertig.
5 In een brief uit het archief die ook is opgenomen in Elk boek is een gevaar (p.225) maakt zij een opmerking dat toen zij op drieëntwintigjarige leeftijd haar zoon baarde, de heftige verlangens om in een knaap te transformeren ophielden.
6 Lees vooral hierover in het in 2025 opnieuw uitgegeven radicaal-feministische boek De huilende libertijn (1970)
Lees ook op deze webssite: de blogs van Maxim Februari, Manja Ressler, Tim de Jong en Nina Polak over het thema transgender/transseksueel/non-binair en het artikel van Andreas Burnier Van masculinisme naar Androgynie. Gebruik de zoekfunctie.
Op mijn eigen Blogsite theflyingcamel.nl plaatste ik in 2023 Het wonder van het verschil https://theflyingcamel.nl/het-wonder-van-het-verschil-van-homo-emancipatie-tot-een-oneindig-alfabet/
© Daniel van Mourik 2026